Lucas 3
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1In het vijftiende regeringsjaar van keizer Tiberius, toen Pontius Pilatus landvoogd was van Judea, Herodes viervorst van Galilea, zijn broer Filippus viervorst van Iturea en het gewest Trachonitis, en Lusánias viervorst van Abilene.
1У пятнайцятий же рік правлення Тиверия кесаря, як був ігемоном Понтийський Пилат в Юдеї, а четверовластником у Галилеї Ірод, Филип же, брат його, четверовластником в Ітуреї і Трахонській землї, а Лисаний четверовластником в Авилинї,
2onder den hogepriester Annas en Káifas, kwam Gods woord tot Johannes, den zoon van Zakarias, in de woestijn.
2за архиєреїв Анни та Каяфи, стало ся слово Боже до Йоана, Захаріїного сина, у пустинї.
3Toen trad hij op in heel de omtrek van de Jordaan, en preekte een doopsel van boetvaardigheid tot vergiffenis der zonden;
3І ходив він по всїй околицї Йорданській, проповідуючи хрещеннє покаяння на прощеннє гріхів,
4zoals geschreven staat in het boek der voorspellingen van den profeet Isaias: De stem van een roepende in de woestijn. Bereidt de weg des Heren, Maakt recht zijn paden.
4як писано в книзї словес Ісаїї пророка, глаголючого: Голос покликуючого в пустинї: Приготовте дорогу Господню, правими робіть стежки Його.
5Elk ravijn zal worden gedempt, Iedere berg en heuvel worden geslecht; De kronkelpaden zullen recht, De oneffene wegen effen worden.
5Всяка долина нехай заповнить ся, і всяка гора і горб принизить ся, і крива нехай буде права, й груднисті нехай будуть дорогами рівними;
6En alle vlees zal zien Gods heil.
6і побачить усяке тїло спасеннє Боже.
7Hij sprak dus tot de scharen, die uitliepen, om door hem te worden gedoopt: Adderenbroed, wie heeft u geleerd, de komende wraak te ontvluchten?
7Говорив тодї до людей, що вийшли охреститись від него: Кодло гадюче, хто остеріг вас, щоб утїкали від настигаючого гнїва?
8Brengt dus waardige vruchten van boetvaardigheid voort: en gaat niet zeggen bij uzelf: We hebben Abraham tot vader. Want ik zeg u, dat God de macht heeft, om uit deze stenen voor Abraham kinderen te verwekken.
8Принесїть же овощ достойний покаяння, і не починайте казати самі собі: В нас отець Авраам; глаголю бо вам: Що зможе Бог з каміння сього підняти дїтей Авраамові.
9Reeds ligt de bijl aan de wortel der bomen. Iedere boom, die geen goede vruchten draagt, wordt omgehouwen, en in het vuur geworpen.
9Вже ж і сокира коло кореня дерева лежить; тим кожне дерево, що не дає доброго овощу, зрубують та й в огонь кидають.
10Het volk ondervroeg hem en sprak: Wat moeten we doen?
10І питав його народ, кажучи: Що ж оце робити мем?
11Hij gaf hun ten antwoord: Wie twee paar kleren heeft, moet delen met hem, die er geen heeft; en wie te eten heeft, moet hetzelfde doen.
11Озвав ся ж і каже їм: Хто має дві одежинї, нехай надїлить немаючого; й хто має харч, нехай так само робить.
12Ook tollenaars kwamen ten doop, en zeiden hem: Meester, wat moeten wij doen?
12Прийшли ж і митники хреститись, і промовили до него: Учителю, що нам робити?
13Hij zei hun: Vordert niet meer, dan wat is vastgesteld.
13Він же каже до них: Нїчого більш над те, що звелено вам, не вимагайте.
14Ook soldaten ondervroegen hem, en zeiden: En wij, wat moeten wij doen? Hij zei hun: Doet niemand overlast aan, maakt u niet aan afpersing schuldig, en weest tevreden met uw soldij.
14Питали ж його й воїни, кажучи: А нам що робити? І рече до них: Нїкому не робіть насилля, анї обвинувачуйте криво, і вдовольняйтесь платою вашою.
15Maar toen het volk in spanning kwam, en allen zich begonnen af te vragen, of Johannes misschien de Christus kon zijn.
15Як же були в непевностї люде, і всї говорили в серцї своїм про Йоана, чи не Христос він,
16verklaarde Johannes aan allen: Ik voor mij doop u met water, maar er komt er Een, die machtiger is dan ik: ik ben niet waardig, zijn schoenriem los te maken. Hij zal u dopen met den Heiligen Geest en met vuur.
16озвавсь Йоан до всїх, глаголючи: Я водою хрещу вас; ійде ж потужнїщий від мене, котрому недостоєн я розвязати ременя обувя Його: Той хрестити ме вас Духом сьвятим і огнем;
17Hij heeft zijn wan in de hand, en Hij zal zijn dorsvloer zuiveren: de tarwe verzamelen in zijn schuur, maar het kaf verbranden in onuitblusbaar vuur.
17котрого лопата в руцї Його, й перечистить тік свій, і збере пшеницю в клуню свою, а полову спалить огнем невгасаючим.
18Zo bracht hij, met nog veel andere vermaningen, de blijde boodschap aan het volk.
18І багато иншого, навчаючи, благовіствував людям.
19Maar toen de viervorst Herodes door hem werd berispt naar aanleiding van Heródias, de vrouw van zijn broer, en over al de misdaden die hij had bedreven,
19Ірод же четверовластник, докорений від него за Іродияду, жінку Филипа, брата свого, і за все, що коїв лихого Ірод,
20voegde Herodes nog dit er aan toe, dat hij Johannes in de kerker sloot.
20додав ще й се до всього, й запер Йоана в темницї.
21Toen nu al het volk zich liet dopen, en ook Jesus gedoopt was, ging eensklaps, terwijl Hij aan het bidden was, de hemel open,
21Стало ж ся, як хрестились усї люде й Ісус хрестив ся та молив ся, відчинилось небо,
22en daalde de Heilige Geest in lichamelijke gedaante als een duif op Hem neer. En er klonk een stem uit de hemel: Gij zijt mijn welbeminde Zoon; in U heb Ik welbehagen.
22і злинув Дух сьвятий, у тїлесному видї, як голуб, на Него, й голос із неба роздав ся, глаголючи: Ти єси Син мій любий, тебе вподобав я.
23Toen Jesus optrad, was Hij ongeveer dertig jaar oud. Hij was, naar men meende, de zoon van Josef, den zoon van Eli,
23А тому Ісусові починав ся мало не трийцятий рік, і був Він, як думали, син Йосифів, Ілиїв,
24zoon van Mattat, zoon van Levi, zoon van Melki, zoon van Jannai, zoon van Josef,
24Маттатів, Левиїн, Мелхиїн, Янаїв, Йосифів,
25zoon van Mattatias, zoon van Amos, zoon van Naóem, zoon van Esli, zoon van Naggai,
25Мататіїв, Амосів, Наумів, Єслимів, Наггеїв,
26zoon van Maät, zoon van Mattatias, zoon van Semëín, zoon van Josef, zoon van Juda,
26Маатів, Мататиїв, Семеїв, Йосифів, Юдин,
27zoon van Jóannan, zoon van Resa, zoon van Zoróbabel, zoon van Salátiël, zoon van Neri,
27Йоананів, Рисаїв, Зоровавелів, Салатіїлів, Нириїв,
28zoon van Melki, zoon van Addi, zoon van Kosam, zoon van Elmadám, zoon van Er,
28Мелхиїв, Адиїв, Косамів, Єлмодамів, Ирів,
29zoon van Jesus, zoon van Eliëzer, zoon van Joram, zoon van Mattat, zoon van Levi,
29Йосиїв, Єлиєзерів, Йоримів, Маттатів, Левиїн,
30zoon van Simeon, zoon van Juda, zoon van Josef, zoon van Jonam, zoon van Eljakim,
30Симеонів, Юдин, Йосифів, Йонанів, Єлиякимів,
31zoon van Mélea, zoon van Menna, zoon van Máttata, zoon van Natan, zoon van David,
31Мелеаїв, Маінанів, Мататаїв, Натанів, Давидів,
32zoon van Jesse, zoon van Obed, zoon van Boöz, zoon van Salmon, zoon van Naässon,
32Єсеїв, Овидів, Воозів, Салмонів, Насонів,
33zoon van Ammínadab, zoon van Admin, zoon van Arni, zoon van Esron, zoon van Fares, zoon van Juda,
33Аминадавів, Арамів, Єсромів, Фаресів, Юдин,
34zoon van Jakob, zoon van Isaäk, zoon van Abraham, zoon van Tara, zoon van Nachor,
34Яковів, Ісааків, Авраамів, Тарин, Нахорів,
35zoon van Seróeg, zoon van Ragaóe, zoon van Paleg, zoon van Eber, zoon van Sala,
35Сарухів, Рахавів, Фалеків, Єверів, Салин,
36zoon van Kaïnán, zoon van Arpaksád, zoon van Sem, zoon van Noë, zoon van Lamek,
36Каінанів, Арфаксадів, Симів, Ноїв, Ламехів,
37zoon van Matóesala, zoon van Henok, zoon van Jared, zoon van Maláleël, zoon van Kaïnán,
37Матусалів, Єнохів, Яредів, Малелейлів, Кайнанів,
38zoon van Enos, zoon van Set, zoon van Adam, zoon van God.
38Єносів, Ситів, Адамів, Божий.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.