Lucas 3
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Old Persian Version (ترجمه قدیم)
1In het vijftiende regeringsjaar van keizer Tiberius, toen Pontius Pilatus landvoogd was van Judea, Herodes viervorst van Galilea, zijn broer Filippus viervorst van Iturea en het gewest Trachonitis, en Lusánias viervorst van Abilene.
1و در سال پانزدهم از سلطنت طیباریوس قیصر، در وقتی که پنطیوس پیلاطس، والی یهودیه بود و هیرودیس، تیترارک جلیل وبرادرش فیلپس تیترارک ایطوریه تراخونیتس ولیسانیوس تیترارک آبلیه
2onder den hogepriester Annas en Káifas, kwam Gods woord tot Johannes, den zoon van Zakarias, in de woestijn.
2و حنا و قیافا روسای کهنه بودند، کلام خدا به یحیی ابن زکریا در بیابان نازل شده،
3Toen trad hij op in heel de omtrek van de Jordaan, en preekte een doopsel van boetvaardigheid tot vergiffenis der zonden;
3به تمامی حوالی اردن آمده، به تعمیدتوبه بجهت آمرزش گناهان موعظه میکرد.
4zoals geschreven staat in het boek der voorspellingen van den profeet Isaias: De stem van een roepende in de woestijn. Bereidt de weg des Heren, Maakt recht zijn paden.
4چنانچه مکتوب است در صحیفه کلمات اشعیای نبی که میگوید: «صدای ندا کنندهای دربیابان که راه خداوند را مهیا سازید و طرق او راراست نمایید.
5Elk ravijn zal worden gedempt, Iedere berg en heuvel worden geslecht; De kronkelpaden zullen recht, De oneffene wegen effen worden.
5هر وادی انباشته و هر کوه و تلی پست و هر کجی راست و هر راه ناهموار صاف خواهد شد
6En alle vlees zal zien Gods heil.
6و تمامی بشر نجات خدا را خواهنددید.»
7Hij sprak dus tot de scharen, die uitliepen, om door hem te worden gedoopt: Adderenbroed, wie heeft u geleerd, de komende wraak te ontvluchten?
7آنگاه به آن جماعتی که برای تعمید وی بیرون میآمدند، گفت: «ای افعیزادگان، که شمارا نشان داد که از غضب آینده بگریزید؟
8Brengt dus waardige vruchten van boetvaardigheid voort: en gaat niet zeggen bij uzelf: We hebben Abraham tot vader. Want ik zeg u, dat God de macht heeft, om uit deze stenen voor Abraham kinderen te verwekken.
8پس ثمرات مناسب توبه بیاورید و در خاطر خود این سخن را راه مدهید که ابراهیم پدر ماست، زیرا به شما میگویم خدا قادر است که از این سنگها، فرزندان برای ابراهیم برانگیزاند.
9Reeds ligt de bijl aan de wortel der bomen. Iedere boom, die geen goede vruchten draagt, wordt omgehouwen, en in het vuur geworpen.
9و الان نیز تیشه بر ریشه درختان نهاده شده است، پس هر درختی که میوه نیکو نیاورد، بریده و در آتش افکنده میشود.»
10Het volk ondervroeg hem en sprak: Wat moeten we doen?
10پس مردم از وی سوال نموده گفتند: «چه کنیم؟»
11Hij gaf hun ten antwoord: Wie twee paar kleren heeft, moet delen met hem, die er geen heeft; en wie te eten heeft, moet hetzelfde doen.
11او در جواب ایشان گفت: «هرکه دوجامه دارد، به آنکه ندارد بدهد. و هرکه خوراک دارد نیز چنین کند.»
12Ook tollenaars kwamen ten doop, en zeiden hem: Meester, wat moeten wij doen?
12و باجگیران نیز برای تعمید آمده، بدو گفتند: «ای استاد چه کنیم؟»
13Hij zei hun: Vordert niet meer, dan wat is vastgesteld.
13بدیشان گفت: «زیادتر از آنچه مقرر است، مگیرید.»
14Ook soldaten ondervroegen hem, en zeiden: En wij, wat moeten wij doen? Hij zei hun: Doet niemand overlast aan, maakt u niet aan afpersing schuldig, en weest tevreden met uw soldij.
14سپاهیان نیز از او پرسیده، گفتند: «ماچه کنیم؟» به ایشان گفت: «بر کسی ظلم مکنید وبر هیچکس افترا مزنید و به مواجب خود اکتفاکنید.»
15Maar toen het volk in spanning kwam, en allen zich begonnen af te vragen, of Johannes misschien de Christus kon zijn.
15و هنگامی که قوم مترصد میبودند و همه در خاطر خود درباره یحیی تفکر مینمودندکه این مسیح است یا نه،
16verklaarde Johannes aan allen: Ik voor mij doop u met water, maar er komt er Een, die machtiger is dan ik: ik ben niet waardig, zijn schoenriem los te maken. Hij zal u dopen met den Heiligen Geest en met vuur.
16یحیی به همه متوجه شده گفت: «من شما را به آب تعمیدمی دهم، لیکن شخصی تواناتر از من میآید که لیاقت آن ندارم که بند نعلین او را باز کنم. اوشما را به روحالقدس و آتش تعمید خواهد داد.
17Hij heeft zijn wan in de hand, en Hij zal zijn dorsvloer zuiveren: de tarwe verzamelen in zijn schuur, maar het kaf verbranden in onuitblusbaar vuur.
17او غربال خود را بهدست خود دارد وخرمن خویش را پاک کرده، گندم را در انبارخود ذخیره خواهد نمود و کاه را در آتشی که خاموشی نمی پذیرد خواهد سوزانید.»
18Zo bracht hij, met nog veel andere vermaningen, de blijde boodschap aan het volk.
18وبه نصایح بسیار دیگر، قوم را بشارت میداد.
19Maar toen de viervorst Herodes door hem werd berispt naar aanleiding van Heródias, de vrouw van zijn broer, en over al de misdaden die hij had bedreven,
19اما هیرودیس تیترارک چون بهسبب هیرودیا، زن برادر او فیلپس و سایر بدیهایی که هیرودیس کرده بود از وی توبیخ یافت،
20voegde Herodes nog dit er aan toe, dat hij Johannes in de kerker sloot.
20این رانیز بر همه افزود که یحیی را در زندان حبس نمود.
21Toen nu al het volk zich liet dopen, en ook Jesus gedoopt was, ging eensklaps, terwijl Hij aan het bidden was, de hemel open,
21اما چون تمامی قوم تعمید یافته بودند وعیسی هم تعمید گرفته دعا میکرد، آسمان شکافته شد
22en daalde de Heilige Geest in lichamelijke gedaante als een duif op Hem neer. En er klonk een stem uit de hemel: Gij zijt mijn welbeminde Zoon; in U heb Ik welbehagen.
22و روحالقدس به هیات جسمانی، مانند کبوتری بر او نازل شد. و آوازی از آسمان دررسید که تو پسر حبیب من هستی که به توخشنودم.
23Toen Jesus optrad, was Hij ongeveer dertig jaar oud. Hij was, naar men meende, de zoon van Josef, den zoon van Eli,
23و خود عیسی وقتی که شروع کرد، قریب به سی ساله بود. و حسب گمان خلق، پسر یوسف ابن هالی
24zoon van Mattat, zoon van Levi, zoon van Melki, zoon van Jannai, zoon van Josef,
24ابن متات، بن لاوی، بن ملکی، بن ینا، بن یوسف،
25zoon van Mattatias, zoon van Amos, zoon van Naóem, zoon van Esli, zoon van Naggai,
25ابن متاتیا، بن آموس، بن ناحوم، بن حسلی، بن نجی،
26zoon van Maät, zoon van Mattatias, zoon van Semëín, zoon van Josef, zoon van Juda,
26ابن مات، بن متاتیا، بن شمعی، بن یوسف، بن یهودا،
27zoon van Jóannan, zoon van Resa, zoon van Zoróbabel, zoon van Salátiël, zoon van Neri,
27ابن یوحنا، بن ریسا، بن زروبابل، بن سالتیئیل، بن نیری،
28zoon van Melki, zoon van Addi, zoon van Kosam, zoon van Elmadám, zoon van Er,
28ابن ملکی، بن ادی، بن قوسام، بن ایلمودام، بن عیر،
29zoon van Jesus, zoon van Eliëzer, zoon van Joram, zoon van Mattat, zoon van Levi,
29ابن یوسی، بن ایلعاذر، بن یوریم، بن متات، بن لاوی،
30zoon van Simeon, zoon van Juda, zoon van Josef, zoon van Jonam, zoon van Eljakim,
30ابن شمعون، بن یهودا، بن یوسف، بن یونان، بن ایلیاقیم،
31zoon van Mélea, zoon van Menna, zoon van Máttata, zoon van Natan, zoon van David,
31ابن ملیا، بن مینان، بن متاتا بن ناتان، بن داود،
32zoon van Jesse, zoon van Obed, zoon van Boöz, zoon van Salmon, zoon van Naässon,
32ابن یسی، بن عوبید، بن بوعز، بن شلمون، بن نحشون،
33zoon van Ammínadab, zoon van Admin, zoon van Arni, zoon van Esron, zoon van Fares, zoon van Juda,
33ابن عمیناداب، بن ارام، بن حصرون، بن فارص، بن یهودا،
34zoon van Jakob, zoon van Isaäk, zoon van Abraham, zoon van Tara, zoon van Nachor,
34ابن یعقوب، بن اسحق، بن ابراهیم، بن تارح، بن ناحور،
35zoon van Seróeg, zoon van Ragaóe, zoon van Paleg, zoon van Eber, zoon van Sala,
35ابن سروج، بن رعور، بن فالج، بن عابر، بن صالح،
36zoon van Kaïnán, zoon van Arpaksád, zoon van Sem, zoon van Noë, zoon van Lamek,
36ابن قینان، بن ارفکشاد، بن سام، بن نوح، بن لامک،
37zoon van Matóesala, zoon van Henok, zoon van Jared, zoon van Maláleël, zoon van Kaïnán,
37ابن متوشالح، بن خنوخ، بن یارد، بن مهللئیل، بن قینان،
38zoon van Enos, zoon van Set, zoon van Adam, zoon van God.
38ابن انوش، بن شیث، بن آدم، بن الله.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.