Obadja 1
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Old Persian Version (ترجمه قدیم)
1Het visioen van Abdias. Zo heeft Jahweh, de Heer, Over Edom gesproken; Wij hebben de boodschap van Jahweh vernomen, Ook onder de volken is een bode gezonden. Op ten strijde tegen hem!
1رویای عوبدیا.
2Zie, Ik maak u onder de volken klein, En ten diepste veracht:
2هان من تو راکوچکترین امتها گردانیدم و تو بسیار خوارهستی.
3Uw hoogmoed heeft u bedrogen! Gij, die in rotskloven woont, En de hoogten bezet; Die zegt bij uzelf: Wie haalt mij omlaag?
3ای که در شکافهای صخره ساکن هستی و مسکن تو بلند میباشد و در دل خود میگویی کیست که مرا به زمین فرود بیاورد، تکبر دلت، تورا فریب داده است.
4Al woont ge zo hoog als de arend, En bouwt ge uw nest tussen de sterren: Ik haal u vandaar naar beneden, Is de godsspraak van Jahweh!
4خداوند میگوید: اگرچه خویشتن را مثل عقاب بلند سازی و آشیانه خودرا در میان ستارگان بگذاری من تو را از آنجا فرودخواهم آورد.
5Als dieven bij u binnendringen, Of rovers des nachts: Hoe zult ge dan worden geteisterd, Zal men niet stelen, zoveel men kan? Als druivenlezers bij u komen, Laten ze dan geen napluk over?
5اگر دزدان یا غارت کنندگان شب نزد تو آیند، (چگونه هلاک شدی )؟ آیا بقدرکفایت غارت نمی کنند؟ و اگر انگورچینان نزد توآیند آیا بعضی خوشهها را نمی گذارند؟
6Maar hoe zal Esau worden doorzocht, Zullen zijn schatten worden doorsnuffeld over heel zijn gebied?
6چیزهای عیسو چگونه تفتیش شده و چیزهای مخفی او چگونه تفحص گردیده است؟
7Al uw bondgenoten zullen u verjagen, Uw beste vrienden u overvallen en overwinnen; Die uw brood eten, spannen u strikken, Zonder dat gij er iets van bemerkt.
7همه آنانی که با تو همعهد بودند تو را بسرحدفرستادند و صلح اندیشان تو، تو را فریب داده، برتو غالب آمدند و خورندگان نان تو دامی زیر توگستردند. در ایشان فطانتی نیست.
8Of zal Ik niet op die dag: Is de godsspraak van Jahweh, De wijzen uit Edom verdrijven, Het verstand uit het gebergte van Esau?
8خداوند میگوید: آیا در آن روز حکیمان ادوم را و فطانت را از کوه عیسو نابود نخواهم گردانید؟
9Teman, uw helden zullen versagen, Opdat allen worden uitgeroeid uit Esau’s gebergte!
9و جباران توای تیمان هراسان خواهندشد تا هر کس از کوه عیسو به قتل منقطع شود.
10Omdat ge Jakob, uw broeder, hebt vermoord en mishandeld. Zult ge voor eeuwig worden beschaamd en vernield!
10بهسبب ظلمی که بر برادرت یعقوب نمودی، خجالت تو را خواهد پوشانید و تا به ابد منقطع خواهی شد.
11Gij waart er bij, toen vreemden zijn leger gevangen namen, Buitenlanders zijn poort binnendrongen; Toen zij het lot over Jerusalem wierpen, Waart ook gij als een van hen.
11در روزی که به مقابل وی ایستاده بودی، هنگامی که غریبان اموال او را غارت نمودند وبیگانگان به دروازه هایش داخل شدند و براورشلیم قرعه انداختند، تو نیز مثل یکی از آنهابودی.
12Gij hadt u niet mogen verlustigen in de dag van uw broeder, In de dag van zijn rampspoed; U niet blij mogen maken over de kinderen van Juda, Op de dag van hun val. Ge hadt geen hoge toon mogen voeren, Op de dag der benauwing;
12بر روز برادر خود هنگام مصیبتش نگاه مکن و بر بنی یهودا در روز هلاکت ایشان شادی منما و در روز تنگی ایشان لاف مزن.
13Niet binnenrukken in de poort van mijn volk, Op de dag van zijn nood. Ge hadt u over zijn rampen niet mogen verheugen, Op de dag van zijn jammer; Uw hand niet aan zijn have slaan, Op de dag van zijn kommer.
13و به دروازه های قوم من در روز بلای ایشان داخل مشو و تو نیز بر بدی ایشان در روز بلای ایشان منگر و دست خود را بر اموال ایشان در روز بلای ایشان دراز مکن.
14Op de kruispunten hadt ge niet mogen staan, Om zijn vluchtelingen te vermoorden; Niet mogen uitleveren, die waren ontsnapt, Op de dag van zijn onheil.
14و بر سر دو راه مایست تافراریان ایشان را منقطع سازی و باقی ماندگان ایشان را در روز تنگی تسلیم منما.
15Waarachtig, nabij is de dag van Jahweh Voor alle volken! Zoals gij hebt gedaan, zal ù geschieden, Uw werken komen neer op uw hoofd!
15زیرا که روزخداوند بر جمیع امتها نزدیک است و چنانکه عمل نمودی همچنان به تو عمل کرده خواهدشد و اعمالت بر سرت خواهد برگشت.
16Want zoals gij hebt gedronken op mijn heilige berg, Zullen alle volken drinken voor immer; Ze zullen drinken en slurpen, En worden, als waren ze nooit geweest!
16زیراچنانکه بر کوه مقدس من نوشیدید، همچنان جمیع امتها خواهند نوشید و آشامیده، خواهندبلعید و چنان خواهند شد که گویا نبودهاند.
17Maar op de Sionsberg zal redding zijn, Hij zal heilig wezen; Het huis van Jakob zal zijn vroeger bezit Weer vermeesteren!
17اما بر کوه صهیون نجات خواهد بود ومقدس خواهد شد و خاندان یعقوب میراث خودرا به تصرف خواهندآورد.
18Dan wordt het huis van Jakob een vuur, dat van Josef een vlam, Het huis van Edom tot kaf, verbrand en verteerd, En niemand blijft over in Esau’s huis: Waarachtig, Jahweh heeft het gezegd!
18و خاندان یعقوب آتش و خاندان یوسف شعله و خاندان عیسو کاه عوبدیا خواهند بود و در میان ایشان مشتعل شده، ایشان را خواهد سوزانید و برای خاندان عیسو بقیتی نخواهد ماند زیرا خداوند تکلم نموده است.
19De Négeb zal Esau’s gebergte bezetten, De Sjefela de Filistijnen, Efraïm de velden van Samaria, En Benjamin Gilad!
19واهل جنوب کوه عیسو را و اهل هامون فلسطینیان را به تصرف خواهندآورد و صحرای افرایم وصحرای سامره را به تصرف خواهندآورد وبنیامین جلعاد را (متصرف خواهد شد).
20De ballingen van Chalach, de zonen van Israël, Zullen de Kanaänieten bezitten tot Sárefat toe; De ballingen van Jerusalem in Sefarad De steden van het Zuidland.
20و اسیران این لشکر بنیاسرائیل ملک کنعانیان راتا صرفه به تصرف خواهندآورد و اسیران اورشلیم که در صفارد هستند شهرهای جنوب را به تصرف خواهندآورد.
21Dan zullen zij, die zijn verlost, De berg Sion bestijgen, Om het gebergte van Esau te richten: En de heerschappij zal aan Jahweh zijn!
21و نجات دهندگان به کوه صهیون برآمده، بر کوه عیسو داوری خواهند کرد و ملکوت از آن خداوند خواهدشد.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.