Hosea 1
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Old Persian Version (ترجمه قدیم)
1Het woord, dat Jahweh richtte tot Osee, den zoon van Beëri, ten tijde van Ozias, Jotam, Achaz en Ezekias, koningen van Juda, en ten tijde van Jeroboam, den zoon van Joas en koning van Israël.
1آحاز و حزقیا پادشاهان یهودا و در ایام یربعام بن یوآش پادشاه اسرائیل، بر هوشع بن بئیری نازل شد.
2Eerste openbaring van Jahweh aan Osee. Jahweh sprak tot Osee: Ga, neem u een overspelige vrouw, en krijg bastaardkinderen van haar: Want het land heeft overspel bedreven, en zich van Jahweh afgekeerd.
2ابتدای کلام خداوند به هوشع. خداوند به هوشع گفت: «برو و زنی زانیه و اولاد زناکار برای خود بگیر زیرا که این زمین از خداوند برگشته، سخت زناکار شدهاند.»
3Daarom huwde hij Gómer, de dochter van Dibláim; deze werd zwanger, en baarde hem een zoon.
3پس رفت و جومر دختردبلایم را گرفت و او حامله شده، پسری برایش زایید.
4En Jahweh sprak tot hem: Noem hem “Jizreël”; want binnenkort zal Ik op het huis van Jehu het bloedbad van Jizreël wreken, en een einde maken aan zijn koningschap over Israëls huis;
4و خداوند وی را گفت: «او را یزرعیل نام بنه زیرا که بعد از اندک زمانی انتقام خون یزرعیل را از خاندان ییهو خواهم گرفت و مملکت خاندان اسرائیل را تلف خواهم ساخت.
5op die dag zal Ik de boog van Israël breken in het dal van Jizreël!
5و در آن روزکمان اسرائیل را در وادی یزرعیل خواهم شکست.»
6Weer werd ze zwanger, en bracht een dochter ter wereld. Nu sprak Hij tot hem: Noem haar: “Zonder ontferming”; want Ik zal Mij over het huis van Israël niet langer ontfermen, doch het heel en al doen verdwijnen!
6پس بار دیگر حامله شده، دختری زایید و اووی را گفت: «او را لوروحامه نام بگذار، زیرا باردیگر بر خاندان اسرائیل رحمت نخواهم فرمود، بلکه ایشان را از میان بالکل خواهم برداشت.
7Maar Ik zal Mij over het huis van Juda ontfermen; Ik zal ze redden door Jahweh, hun God: niet door boog of zwaard, niet door krijgsmacht, paarden en ruiters!
7لیکن بر خاندان یهودا رحمت خواهم فرمود وایشان را به یهوه خدای ایشان نجات خواهم داد وایشان را به کمان و شمشیر و جنگ و اسبان وسواران نخواهم رهانید.»
8Toen ze “Zonder ontferming” had gevoed, werd ze weer zwanger, en baarde een zoon.
8و چون لوروحامه را از شیر بازداشته بود، حامله شده، پسری زایید.
9En weer sprak Hij: Noem hem: “Niet langer mijn volk”; want gij zijt niet langer mijn volk, en Ik niet uw God!
9و او گفت: «نام او رالوعمی بخوان زیرا که شما قوم من نیستید و من (خدای ) شما نیستم.
10Dan zullen Israëls kinderen weer talrijk zijn Als het zand aan de zee, Dat niet kan worden gemeten, niet worden geteld. En in plaats, dat men hun zal zeggen: Gij zijt “Niet langer mijn volk”, Zal men ze noemen: Kinderen van den levenden God!
10لیکن شماره بنیاسرائیل مثل ریگ دریا خواهد بود که نتوان پیمود و نتوان شمرد و در مکانی که به ایشان گفته میشد شماقوم من نیستید، در آنجا گفته خواهد شد پسران خدای حی میباشید.
11Dan zullen Juda’s kinderen zich met die van Israël verenigen, Zich stellen onder één hoofd, En buiten de grenzen van het land stromen! Waarachtig, groot zal de dag van Jizreël zijn:
11و بنی یهودا وبنیاسرائیل با هم جمع خواهند شد و یک رئیس به جهت خود نصب نموده، از آن زمین برخواهندآمد زیرا که روز یزرعیل، روز عظیمی خواهدبود.»
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.