1 Johannes 1
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Old Persian Version (ترجمه قدیم)
1Wat van de aanvang af bestond, wat wij hebben gehoord, wat wij met onze ogen hebben gezien, wat we mochten aanschouwen en onze handen mochten betasten met betrekking tot het Woord des Levens:
1آنچه از ابتدا بود و آنچه شنیدهایم و به چشم خود دیده، آنچه بر آن نگریستیم ودستهای ما لمس کرد، درباره کلمه حیات.
2ja waarlijk, het Leven is verschenen en wij hebben het gezien; en wij leggen getuigenis af en brengen u de boodschap van het eeuwig Leven, dat bij den Vader was en aan ons is verschenen;
2وحیات ظاهر شد و آن را دیدهایم و شهادت میدهیم و به شما خبر میدهیم از حیات جاودانی که نزد پدر بود و برما ظاهر شد.
3wat wij dan hebben gezien en gehoord, dat verkondigen wij ook aan u, opdat gij gemeenschap moogt hebben met ons: en ònze gemeenschap is met den Vader, en met Jesus Christus, zijn Zoon.
3ازآنچه دیده و شنیدهایم شما را اعلام مینماییم تاشما هم با ما شراکت داشته باشید. و اما شراکت مابا پدر و با پسرش عیسی مسیح است.
4En we schrijven hierover, opdat onze vreugde volkomen mag worden.
4و این را به شما مینویسم تا خوشی ما کامل گردد.
5En dit is de boodschap, die we van Hem hebben gehoord, en die we u verkondigen gaan: God is Licht; en in Hem is geen spoor van duisternis!
5و این است پیغامی که از او شنیدهایم و به شما اعلام مینماییم، که خدا نور است و هیچ ظلمت در وی هرگز نیست.
6Wanneer we nu zeggen, dat we gemeenschap hebben met Hem, ofschoon we in duisternis wandelen, dan liegen we en betrachten we de waarheid niet.
6اگر گوییم که با وی شراکت داریم، در حالیکه در ظلمت سلوک مینماییم، دروغ میگوییم و براستی عمل نمی کنیم.
7Maar wanneer we wandelen in het licht, zoals Hij in het Licht verkeert, dan is er gemeenschap tussen ons beiden, en reinigt het Bloed van Jesus, zijn Zoon, ons van alle zonde.
7لکن اگر در نور سلوک مینماییم، چنانکه او در نور است، با یکدیگر شراکت داریم و خون پسر او عیسی مسیح ما را از هر گناه پاک میسازد.
8Als we beweren, geen zonde te hebben, dan misleiden we onszelf, en is de waarheid niet in ons.
8اگر گوییم که گناه نداریم خود را گمراه میکنیم و راستی در ما نیست.
9Maar wanneer we onze zonden bekennen, dan is Hij getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.
9اگر به گناهان خود اعتراف کنیم، او امین و عادل است تا گناهان ما را بیامرزد و ما را از هر ناراستی پاک سازد.
10Als we beweren, dat we niet hebben gezondigd, dan maken we Hem tot een leugenaar, en is zijn woord niet in ons.
10اگر گوییم که گناه نکردهایم، او را دروغگو می شماریم و کلام او در ما نیست.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.