2 Kronieken 16
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Septuagint (Greek Old Testament), second edition
1maar in het zes en dertigste regeringsjaar van Asa trok koning Basja van Israël tegen Juda op, en versterkte Rama, om te beletten, dat er nog iemand van koning Asa van Juda het land in- of uitging.
1ΚΑΙ ἐν τῷ ὀγδόῳ καὶ τριακοστῷ ἔτει τῆς βασιλείας Ἀσὰ ἀνέβη βασιλεὺς Ἰσραὴλ ἐπὶ Ἰούδαν καὶ ᾠκοδόμησε τὴν Ραμὰ τοῦ μὴ δοῦναι ἔξοδον καὶ εἴσοδον τῷ Ἀσὰ βασιλεῖ Ἰούδα.
2Maar Asa nam zilver en goud uit de schatkamers van de tempel van Jahweh en van het koninklijk paleis, en zond er zijn beambten mee naar Ben-Hadad, den koning van Aram, die te Damascus woonde. Hij liet hem zeggen:
2καὶ ἔλαβεν Ἀσὰ ἀργύριον καὶ χρυσίον ἐκ θησαυρῶν οἴκου Κυρίου καὶ οἴκου τοῦ βασιλέως καὶ ἀπέστειλε πρὸς τὸν υἱὸν τοῦ Ἄδερ βασιλέως Συρίας τὸν κατοικοῦντα ἐν Δαμασκῷ λέγων·
3Laat ons een verbond sluiten, zoals er een bestond tussen mijn vader en uw vader. Hierbij zend ik u zilver en goud. Verbreek dus uw verbond met Basja, den koning van Israël, dan zal hij wel van mij wegtrekken.
3διάθου διαθήκην ἀνὰ μέσον ἐμοῦ καὶ σοῦ καὶ ἀνὰ μέσον τοῦ πατρός μου καὶ ἀνὰ μέσον τοῦ πατρός σου· ἰδοὺ ἀπέσταλκά σοι χρυσίον καὶ ἀργύριον, δεῦρο καὶ διασκέδασον ἀπ' ἐμοῦ τὸν Βαασὰ βασιλέα Ἰσραὴλ καὶ ἀπελθέτω ἀπ' ἐμοῦ.
4Ben-Hadad willigde het verzoek van koning Asa in; hij zond zijn legeroversten naar de steden van Israël, en overweldigde Ijjon, Dan, Abel-Máim en alle opslagplaatsen in Neftali.
4καὶ ἤκουσεν υἱὸς Ἄδερ τοῦ βασιλέως Ἀσὰ καὶ ἀπέστειλε τοὺς ἄρχοντας τῆς δυνάμεως αὐτοῦ ἐπὶ τὰς πόλεις Ἰσραὴλ καὶ ἐπάταξε τὴν Ἀϊὼν καὶ τὴν Δὰν καὶ τὴν Ἀβελμαΐν καὶ πάσας τὰς περιχώρους Νεφθαλί.
5Toen Basja dit hoorde, hield hij op met Rama te versterken en liet hij het werk rusten.
5καὶ ἐγένετο ἐν τῷ ἀκοῦσαι Βαασὰ ἀπέλιπε τοῦ μηκέτι οἰκοδομεῖν τὴν Ραμὰ καὶ κατέπαυσε τὸ ἔργον αὐτοῦ.
6Nu riep koning Asa heel Juda op, om de stenen en het hout weg te halen, waarmee Basja Rama had willen versterken en versterkte daarmee Géba en Mispa.
6καὶ Ἀσὰ βασιλεὺς ἔλαβε πάντα τὸν Ἰούδαν καὶ ἔλαβε τοὺς λίθους τῆς Ραμὰ καὶ τὰ ξύλα αὐτῆς, ἃ ᾠκοδόμησε Βαασά, καὶ ᾠκοδόμησεν ἐν αὐτοῖς τὴν Γαβαὲ καὶ τὴν Μασφά.
7Bij die gelegenheid kwam de ziener Chanani bij koning Asa van Juda, en sprak tot hem: Omdat gij op den koning van Aram gerekend hebt, en uw toevlucht niet hebt genomen tot Jahweh, uw God, daarom is de legermacht van den koning van Aram aan uw handen ontglipt.
7καὶ ἐν τῷ καιρῷ ἐκείνῳ ἦλθεν Ἀνανὶ ὁ προφήτης πρὸς Ἀσὰ βασιλέα Ἰούδα καὶ εἶπεν αὐτῷ· ἐν τῷ πεποιθέναι σε ἐπὶ βασιλέα Συρίας καὶ μὴ πεποιθέναι σε ἐπὶ Κύριον Θεόν σου, διὰ τοῦτο ἐσώθη ἡ δύναμις Συρίας ἀπὸ τῆς χειρός σου.
8Hadden dan de Koesjieten en de Lybiërs soms geen groot aantal strijdwagens en een talrijke ruiterij? Maar omdat gij toen uw toevlucht tot Jahweh hebt genomen, heeft Hij ze aan u overgeleverd.
8οὐχ οἱ Αἰθίοπες καὶ Λίβυες ἦσαν εἰς δύναμιν πολλὴν εἰς θάρσος, εἰς ἱππεῖς εἰς πλῆθος σφόδρα; καὶ ἐν τῷ πεποιθέναι σε ἐπὶ Κύριον παρέδωκεν εἰς χεῖράς σου;
9Want de ogen van Jahweh doorvorsen de gehele aarde, om hen te helpen, wier hart onverdeeld op Hem is gericht. Gij hebt hiermede dwaas gehandeld; en van nu af aan zult ge oorlogen moeten voeren.
9ὅτι οἱ ὀφθαλμοὶ Κυρίου ἐπιβλέπουσιν ἐν πάσῃ τῇ γῇ κατισχῦσαι ἐν πάσῃ καρδίᾳ πλήρει πρὸς αὐτόν. ἠγνόηκας ἐπὶ τούτῳ· ἀπὸ τοῦ νῦν ἔσται μετὰ σοῦ πόλεμος.
10Maar Asa ergerde zich aan den ziener, en was om die vermaning zo boos op hem, dat hij hem in de gevangenis liet zetten. Bij die gelegenheid mishandelde Asa nog andere mensen uit het volk.
10καὶ ἐθυμώθη Ἀσὰ τῷ προφήτῃ καὶ παρέθετο αὐτὸν εἰς φυλακήν, ὅτι ὠργίσθη ἐπὶ τούτῳ· καὶ ἐλυμήνατο Ἀσὰ ἐν τῷ λαῷ ἐν τῷ καιρῷ ἐκείνῳ.
11De geschiedenis van Asa de vroegere zowel als de en Israël.
11Καὶ ἰδοὺ οἱ λόγοι Ἀσὰ οἱ πρῶτοι καὶ οἱ ἔσχατοι γεγραμμένοι ἐν βιβλίῳ βασιλέων Ἰούδα καὶ Ἰσραήλ.
12In het negen en dertigste jaar van zijn regering kreeg Asa een voetkwaal van ernstige aard; doch zelfs in zijn ziekte zocht hij geen hulp bij Jahweh, maar bij geneesheren.
12καὶ ἐμαλακίσθη Ἀσὰ ἐν τῷ ἔτει τῷ ἐνάτῳ καὶ τριακοστῷ τῆς βασιλείας αὐτοῦ τοὺς πόδας, ἕως σφόδρα ἐμαλακίσθη· καὶ ἐν τῇ μαλακίᾳ αὐτοῦ οὐκ ἐζήτησε τὸν Κύριον, ἀλλὰ τοὺς ἰατρούς.
13Asa ging bij zijn vaderen te ruste: hij stierf in het een en veertigste jaar van zijn regering.
13καὶ ἐκοιμήθη Ἀσὰ μετὰ τῶν πατέρων αὐτοῦ καὶ ἐτελεύτησεν ἐν τῷ τεσσαρακοστῷ ἔτει τῆς βασιλείας αὐτοῦ,
14Hij werd begraven in het graf dat hij voor zich zelf had uitgehouwen in de Davidstad; men legde hem op een rustbed, dat men geheel had belegd met welriekende kruiden en verschillende soorten specerijen, kunstig gemengd, en ontstak ter ere van hem een buitengewoon groot dodenvuur.
14καὶ ἔθαψαν αὐτὸν ἐν τῷ μνήματι, ᾧ ὤρυξεν ἑαυτῷ ἐν πόλει Δαυίδ, καὶ ἐκοίμησαν αὐτὸν ἐπὶ τῆς κλίνης καὶ ἔπλησαν ἀρωμάτων καὶ γένη μύρων μυρεψῶν καὶ ἐποίησαν αὐτῷ ἐκφορὰν μεγάλην ἕως σφόδρα.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.