2 Kronieken 8
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Septuagint (Greek Old Testament), second edition
1Toen Salomon na verloop van twintig jaar de tempel van Jahweh en zijn eigen paleis had voltooid,
1ΚΑΙ ἐγένετο μετὰ εἴκοσιν ἔτη, ἐν οἷς ᾠκοδόμησε Σαλωμὼν τὸν οἶκον Κυρίου καὶ τὸν οἶκον αὐτοῦ,
2begon hij de steden, die Chirom aan hem had afgestaan, te versterken, en er Israëlieten in te vestigen.
2καὶ τὰς πόλεις, ἃς ἔδωκε Χιρὰμ τῷ Σαλωμών, ᾠκοδόμησεν αὐτὰς Σαλωμών καὶ κατῴκισεν ἐκεῖ τοὺς υἰοὺς Ἰσραήλ.
3Daarna trok Salomon tegen Chamat-Soba op, en veroverde deze stad.
3καὶ ἦλθε Σαλωμὼν εἰς Βαισωβὰ καὶ κατίσχυσεν αὐτήν.
4Ook versterkte hij Tadmor, dat in de woestijn ligt, en alle andere voorraadsteden, die hij in Chamat gebouwd had.
4καὶ ᾠκοδόμησε τὴν Θοεδμὸρ ἐν τῇ ἐρήμῳ καὶ πάσας τὰς πόλεις τὰς ὀχυράς, ἃς ᾠκοδόμησεν ἐν Ἡμάθ.
5Hij versterkte Hoog- en Laag-Bet-Choron tot vestingen met muren, poorten en grendels;
5καὶ ᾠκοδόμησε τὴν Βαιθωρὼν τὴν ἄνω καὶ τὴν Βαιθωρὼν τὴν κάτω, πόλεις ὀχυράς, τείχη, πύλαι καὶ μοχλοί,
6verder bouwde hij Baälat en alle voorraadsteden, wagensteden en ruitersteden, en alle ontworpen gebouwen in Jerusalem, op de Libanon en in heel zijn rijksgebied.
6καὶ τὴν Βααλὰθ καὶ πάσας τὰς πόλεις τὰς ὀχυράς, αἳ ἦσαν τῷ Σαλωμών, καὶ πάσας τὰς πόλεις τῶν ἁρμάτων καὶ τὰς πόλεις τῶν ἱππέων καὶ ὅσα ἐπεθύμησε Σαλωμὼν κατὰ τὴν ἐπιθυμίαν τοῦ οἰκοδομῆσαι ἐν Ἱερουσαλὴμ καὶ ἐν τῷ Λιβάνῳ καὶ ἐν πάσῃ τῇ βασιλείᾳ αὐτοῦ.
7Heel de overgebleven bevolking der Chittieten, Amorieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jeboesieten, die niet tot de Israëlieten behoorden, liet Salomon voor de arbeidsdienst opkomen.
7πᾶς ὁ λαὸς ὁ καταλειφθεὶς ἀπὸ τοῦ Χετταίου καὶ τοῦ Ἀμορραίου καὶ τοῦ Φερεζαίου καὶ τοῦ Εὐαίου καὶ τοῦ Ἰεβουσαίου, οἳ οὐκ εἰσὶν ἐκ τοῦ Ἰσραήλ,
8Het waren de nakomelingen van hen, die in het land waren overgebleven, en die de Israëlieten niet hadden kunnen uitroeien. Zo is het gebleven tot op deze dag.
8ἀλλ' ἦσαν ἐκ τῶν υἱῶν αὐτῶν τῶν καταλειφθέντων μετ' αὐτοὺς ἐν τῇ γῇ, οὓς οὐκ ἐξωλόθρευσαν οἱ υἱοὶ Ἰσραήλ, καὶ ἀνήγαγεν αὐτοὺς Σαλωμὼν εἰς φόρον ἕως τῆς ἡμέρας ταύτης.
9Maar van de Israëlieten maakte Salomon niemand tot arbeider; zij waren zijn soldaten, hovelingen, legeroversten, bevelvoerders, wagenmenners en ruiters.
9καὶ ἐκ τῶν υἱῶν Ἰσραὴλ οὐκ ἔδωκε Σαλωμὼν εἰς παῖδας τῇ βασιλείᾳ αὐτοῦ, ὅτι αὐτοὶ ἄνδρες πολεμισταὶ καὶ ἄρχοντες καὶ δυνατοὶ καὶ ἄρχοντες ἁρμάτων καὶ ἱππέων.
10Tot hen behoorden ook de tweehonderd vijftig hoofdopzichters, die Salomon aangesteld had, en toezicht hielden op het volk.
10καὶ οὗτοι ἄρχοντες τῶν προστατῶν βασιλέως Σαλωμών· πεντήκοντα καὶ διακόσιοι ἐργοδιωκτοῦντες ἐν τῷ λαῷ.
11De dochter van Farao liet Salomon uit de David. stad verhuizen naar het paleis, dat hij voor haar had laten bouwen. Want hij dacht: Het past niet, dat een van mijn vrouwen in het huis van David, den koning van Israël, woont; want de plaatsen, waar de ark van Jahweh geweest is, zijn heilig!
11Καὶ τὴν θυγατέρα Φαραὼ ἀνήγαγε Σαλωμὼν ἐκ πόλεως Δαυὶδ εἰς τὸν οἶκον, ὃν ᾠκοδόμησεν αὐτῇ, ὅτι εἶπεν· οὐ κατοικήσει ἡ γυνή μου ἐν πόλει Δαυὶδ τοῦ βασιλέως Ἰσραήλ, ὅτι ἅγιός ἐστιν οὗ εἰσῆλθεν ἐκεῖ κιβωτὸς Κυρίου.
12Toen begon Salomon de brandoffers ter ere van Jahweh te offeren op het altaar van Jahweh, dat hij opgericht had aan de voorkant van de voorhal.
12Τότε ἀνήνεγκε Σαλωμὼν ὁλοκαυτώματα τῷ Κυρίῳ ἐπὶ τὸ θυσιαστήριον, ὃ ᾠκοδόμησε Κυρίῳ ἀπέναντι τοῦ ναοῦ,
13Het aantal, dat dagelijks geofferd werd, stemde overeen met de voorschriften van Moses; zo ook de sabbatten, de nieuwe manen en de drie jaarlijkse feesten: het feest der ongedesemde broden, het feest der weken en het loofhuttenfeest.
13κατὰ τὸν λόγον ἡμέρας ἐν ἡμέρᾳ τοῦ ἀναφέρειν κατὰ τὰς ἐντολὰς Μωυσῆ ἐν τοῖς σαββάτοις καὶ ἐν τοῖς μησὶ καὶ ἐν ταῖς ἑορταῖς τρεῖς καιροὺς τοῦ ἐνιαυτοῦ, ἐν τῇ ἑορτῇ τῶν ἀζύμων καὶ ἐν τῇ ἑορτῇ τῶν ἑβδομάδων καὶ ἐν τῇ ἑορτῇ τῶν σκηνῶν.
14Daarenboven regelde hij overeenkomstig de voorschriften van zijn vader David de dienst van de priesterafdelingen en de taak der levieten, namelijk de gewijde muziek en het bijstaan van de priesters in hun dagelijkse dienst. Ook verdeelde hij de afdelingen poortwachters over de verschillende poorten; want zo had David, de man Gods, het verordend.
14καὶ ἔστησε κατὰ τὴν κρίσιν Δαυὶδ τοῦ πατρὸς αὐτοῦ τὰς διαιρέσεις τῶν ἱερέων, κατὰ τὰς λειτουργίας αὐτῶν, καὶ οἱ Λευῖται ἐπὶ τὰς φυλακὰς αὐτῶν τοῦ αἰνεῖν καὶ λειτουργεῖν κατέναντι τῶν ἱερέων κατὰ τὸν λόγον ἡμέρας ἐν τῇ ἡμέρᾳ, καὶ οἱ πυλωροὶ κατὰ τὰς διαιρέσεις αὐτῶν εἰς πύλην καὶ πύλην, ὅτι οὕτως ἐντολαὶ Δαυὶδ ἀνθρώπου τοῦ Θεοῦ.
15En in geen enkel opzicht, ook niet in het beheer der schatten, werd er afgeweken van de voorschriften des konings aangaande de priesters en levieten.
15οὐ παρῆλθον τὰς ἐντολὰς τοῦ βασιλέως περὶ τῶν ἱερέων καὶ τῶν Λευιτῶν εἰς πάντα λόγον καὶ εἰς τοὺς θησαυρούς.
16Zo kwam al het werk van Salomon tot stand, van de dag af, dat Salomon de grondslag legde voor de tempel van Jahweh, totdat hij de tempel van Jahweh voltooid had.
16καὶ ἡτοιμάσθη πᾶσα ἡ ἐργασία, ἀφ' ἧς ἡμέρας ἐθεμελιώθη, ἕως οὗ ἐτελείωσε Σαλωμὼν τὸν οἶκον Κυρίου.
17In die tijd trok Salomon naar Es-jon-Géber en naar Elat, aan de kust van de zee in het land Edom.
17Τότε ᾤχετο Σαλωμὼν εἰς Γασιὼν Γαβὲρ καὶ εἰς τὴν Αἰλὰθ τὴν παραθαλασσίαν ἐν γῇ Ἰδουμαίᾳ.
18Chirom zond hem namelijk met medewerking van zijn onderdanen schepen en ervaren zeelui, die met de mensen van Salomon naar Ofir voeren, waar ze vierhonderd vijftig talenten goud haalden, dat ze bij koning Salomon brachten.
18καὶ ἀπέστειλε Χιρὰμ ἐν χειρὶ παίδων αὐτοῦ πλοῖα καὶ παῖδας εἰδότας θάλασσαν, καὶ ᾤχοντο μετὰ τῶν παίδων Σαλωμὼν εἰς Σωφιρὰ καὶ ἔλαβον ἐκεῖθεν τετρακόσια καὶ πεντήκοντα τάλαντα χρυσίου καὶ ἦλθον πρὸς τὸν βασιλέα Σαλωμών.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.