2 Kronieken 17
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Septuagint (Greek Old Testament), second edition
1Asa werd opgevolgd door zijn zoon Josafat. Deze wapende zich tegen Israël;
1ΚΑΙ ἐβασίλευσεν Ἰωσαφὰτ υἱὸς αὐτοῦ ἀντ' αὐτοῦ, καὶ κατίσχυσεν Ἰωσαφὰτ ἐπὶ τὸν Ἰσραήλ.
2hij legde een garnizoen in alle vestingen van Juda, en bezettingen in het land Juda en in de steden, die zijn vader Asa had ingenomen.
2καὶ ἔδωκε δύναμιν ἐν πάσαις ταῖς πόλεσιν Ἰούδα ταῖς ὀχυραῖς καὶ κατέστησεν ἡγουμένους ἐν πάσαις ταῖς πόλεσιν Ἰούδα καὶ ἐν πόλεσιν Ἐφραίμ, ἃς προκατελάβετο Ἀσὰ ὁ πατὴρ αὐτοῦ.
3Jahweh was met Josafat; want hij volgde het voorbeeld, dat zijn vader in de eerste tijd had gegeven, en vereerde geen Báals,
3καὶ ἐγένετο Κύριος μετὰ Ἰωσαφάτ, ὅτι ἐπορεύθη ἐν ὁδοῖς τοῦ πατρὸς αὐτοῦ ταῖς πρώταις καὶ οὐκ ἐξεζήτησε τὰ εἴδωλα,
4maar den God zijner vaderen, en deed niet als de Israëlieten, maar onderhield zijn geboden.
4ἀλλὰ Κύριον τὸν Θεὸν τοῦ πατρὸς αὐτοῦ ἐξεζήτησε καὶ ἐν ταῖς ἐντολαῖς τοῦ πατρὸς αὐτοῦ ἐπορεύθη, καὶ οὐχ ὡς τὰ ἔργα τοῦ Ἰσραήλ.
5Jahweh bevestigde het koninklijke gezag van Josafat in zijn hand, zodat heel Juda hem geschenken bracht, en rijkdom en aanzien hem in ruime mate ten deel viel.
5καὶ κατεύθυνε Κύριος τὴν βασιλείαν ἐν χειρὶ αὐτοῦ, καὶ ἔδωκε πᾶς Ἰούδα δῶρα τῷ Ἰωσαφάτ, καὶ ἐγένετο αὐτῷ πλοῦτος καὶ δόξα πολλή.
6Hierdoor steeg zijn moed, om de wegen van Jahweh te bewandelen, en de offerhoogten en de heilige palen in Juda op te ruimen.
6καὶ ὑψώθη ἡ καρδία αὐτοῦ ἐν ὁδῷ Κυρίου, καὶ ἔτι εξῇρε τὰ ὑψηλὰ καὶ τὰ ἄλση ἀπὸ τῆς γῆς Ἰούδα.
7In het derde jaar van zijn regering gaf hij opdracht aan de leiders Ben-Cháil, Obadja, Zekarja, Netaneël en Mikájehoe, om onderricht te geven in de steden van Juda.
7καὶ ἐν τῷ τρίτῳ ἔτει τῆς βασιλείας αὐτοῦ ἀπέστειλε τοὺς ἡγουμένους αὐτοῦ καὶ τοὺς υἱοὺς τῶν δυνατῶν, τὸν Ἀβδίαν καὶ Ζαχαρίαν καὶ Ναθαναὴλ καὶ Μιχαίαν, τοῦ διδάσκειν ἐν πόλεσιν Ἰούδα·
8Zij waren vergezeld van de levieten Sjemajáhoe, Netanj hoe, Zebadjáhoe, Asaël, Sjemiramot, Jehonatan, Adoni-jáhoe, Tobi-jáhoe en Tob-Adoni-jáhoe, en de priesters Elisjama en Jehoram.
8καὶ μετ' αὐτῶν οἱ Λευῖται Σαμαίας καὶ Ναθανίας καὶ Ζαβδίας καὶ Ἀσιὴλ καὶ Σεμιραμὼθ καὶ Ἰωνάθαν καὶ Ἀδωνίας καὶ Τωβίας, οἱ Λευῖται, καὶ μετ' αὐτῶν Ἐλισαμὰ καὶ Ἰωρὰμ οἱ ἱερεῖς,
9Zij gaven onderricht in Juda, aan de hand van het wetboek van Jahweh, en gingen rond in alle steden van Juda, om het volk te onderrichten.
9καὶ ἐδίδασκον ἐν Ἰούδᾳ, καὶ μετ' αὐτῶν βίβλος νόμου Κυρίου, καὶ διῆλθον ἐν ταῖς πόλεσιν Ἰούδα καὶ ἐδίδασκον τὸν λαόν.
10Bij alle vreemde koninkrijken, die in de omgeving van Juda lagen, zat de schrik voor Jahweh er zo levendig in, dat ze niet met Josafat durfden strijden.
10καὶ ἐγένετο ἔκστασις Κυρίου ἐπὶ πάσαις ταῖς βασιλείαις τῆς γῆς κύκλῳ Ἰούδα, καὶ οὐκ ἐπολέμουν πρὸς Ἰωσαφάτ·
11De Filistijnen brachten Josafat geschenken en een schatting aan zilver; ook de Arabieren brachten hem een schatting van zeven en zeventighonderd rammen en zeven en zeventighonderd bokken.
11καὶ ἀπὸ τῶν ἀλλοφύλων ἔφερον τῷ Ἰωσαφὰτ δῶρα καὶ ἀργύριον καὶ δόματα, καὶ οἱ Ἄραβες ἔφερον αὐτῷ κριοὺς προβάτων ἑπτακισχιλίους ἑπτακοσίους.
12Zo werd Josafat voortdurend machtiger. Hij bouwde in Juda burchten en opslagplaatsen;
12καὶ ἦν Ἰωσαφὰτ πορευόμενος μείζων ἕως εἰς ὕψος καὶ ᾠκοδόμησεν ἐν τῇ Ἰουδαίᾳ οἰκήσεις καὶ πόλεις ὀχυράς.
13in de steden van Juda had hij geweldige voorraden, en in Jerusalem dappere ervaren krijgers.
13καὶ ἔργα πολλὰ ἐγένετο αὐτῷ ἐν τῇ Ἰουδαίᾳ καὶ ἄνδρες πολεμισταὶ δυνατοὶ ἰσχύοντες ἐν Ἱερουσαλήμ.
14Hier volgt een opsomming van hun verschillende families. Tot Juda behoorden de volgende bevelhebbers van duizend: Adna, de legeraanvoerder, met driehonderdduizend dappere mannen;
14καὶ οὗτος ὁ ἀριθμὸς αὐτῶν κατ' οἴκους πατριῶν αὐτῶν· καὶ τῷ Ἰούδᾳ χιλίαρχοι, Ἔδνας ὁ ἄρχων καὶ μετ' αὐτοῦ υἱοὶ δυνατοὶ δυνάμεως τριακόσιαι χιλιάδες·
15hem stond terzijde de legeraanvoerder Jehochanan, met tweehonderd en tachtigduizend man;
15καὶ μετ' αὐτὸν Ἰωανὰν ὁ ἡγούμενος καὶ μετ' αὐτοῦ διακόσιαι ὀγδοήκοντα χιλιάδες·
16deze werd terzijde gestaan door Amas-ja, den zoon van Zikri, die zich vrijwillig aan Jahweh gewijd had, met tweehonderdduizend dappere mannen.
16καὶ μετ' αὐτὸν Ἀμασίας ὁ τοῦ Ζαρί, ὁ προθυμούμενος τῷ Κυρίῳ, καὶ μετ' αὐτοῦ διακόσιαι χιλιάδες δυνατοὶ δυνάμεως.
17Tot Benjamin behoorde de heldhaftige Eljada, met tweehonderdduizend man, gewapend met boog en schild;
17καὶ ἐκ τοῦ Βενιαμὶν δυνατὸς δυνάμεως Ἐλιαδὰ καὶ μετ' αὐτοῦ τοξόται καὶ πελτασταὶ διακόσιαι χιλιάδες.
18hij werd bijgestaan door Jehozabad, met honderd tachtigduizend dienstplichtigen.
18καὶ μετ' αὐτὸν Ἰωζαβὰδ καὶ μετ' αὐτοῦ ἑκατὸν ὀγδοήκοντα χιλιάδες δυνατοὶ πολέμου.
19Dat waren de krijgers, die in ‘s konings dienst stonden, afgezien nog van hen, die de koning in de verschillende vestingen van Juda had gelegd.
19οὗτοι οἱ λειτουργοῦντες τῷ βασιλεῖ, ἐκτὸς ὧν ἔδωκεν ὁ βασιλεὺς ἐν ταῖς πόλεσι ταῖς ὀχυραῖς ἐν πάσῃ τῇ Ἰουδαίᾳ.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.