2 Kronieken 13
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1In het achttiende jaar der regering van Jeroboam werd Abias koning van Juda.
1Вісїмнайцятого року царювання Еробоамового став Абія царем над Юдою:
2Drie jaar heeft hij in Jerusalem geregeerd. Zijn moeder heette Mikajáhoe, en was de dochter van Oeriël uit Giba. Er brak oorlog uit tussen Abias en Jeroboam.
2А царював він три роки в Ерусалимі; мати його звалась Михаїя, Уриїлівна, з Гиви. І була війна між Абією а Еробоамом.
3Abias bond de strijd aan met een heldenschaar van vier honderdduizend uitgelezen manschappen; Jeroboam stelde zich met acht honderdduizend krijgers, eveneens dappere helden, tegen hem op.
3І вивів Абія на війну військо з людей хоробрих, — чотириста тисяч мужів добірних, а Еробоам виступив проти його на війну з вісїмсот тисячами так само вибраних і хоробрих.
4Nu ging Abias op de berg Semaráim staan, die tot het Efraïmgebergte behoort, en sprak: Luistert naar mij, Jeroboam en heel Israël!
4І став Абія на версї гори Земараїмської, одній з гір Ефраїмових, і промовив: Слухайте мене, Еробоаме й усї Ізрайлитяне!
5Gij weet heel goed, dat Jahweh, de God van Israël, op grond van een verbond, door zout bekrachtigd, het koningschap over Israël voor eeuwig aan David en zijn nageslacht heeft verleend.
5Хиба ви не знаєте, що Господь, Бог Ізрайлїв, дав царство Давидові над Ізраїлем навіки, йому й синам його, по заповіту солї (вічному)?
6Maar toen is Jeroboam opgestaan, de zoon van Nebat, een onderdaan van Salomon, den zoon van David, en in opstand tegen zijn heer gekomen.
6Але піднявся Еробоам Набатенко, слуга Соломона, сина Давидового, і зворохобивсь проти пана свого.
7Een aantal leeglopers en Belialskinderen hebben zich bij hem gevoegd, en hij wist Roboam, den zoon van Salomon, te trotseren, omdat Roboam veel te jong en onzelfstandig was, om zijn gezag tegenover hem te kunnen handhaven.
7І скупились кругом його люде пусті, люде роспустні, і перемогли Робоама, сина Соломонового; а Робоам був молодий та слабкий на серце, й не встояв проти їх.
8En nu meent gij, dat gij u kunt verzetten tegen het koninkrijk van Jahweh, door Davids nageslacht bestuurd, omdat gij over een groot leger beschikt en de gouden kalveren hebt meegebracht, die Jeroboam u als uw goden heeft gegeven!
8Та й тепер ви гадаєте встояти проти царства Господнього, що в руцї синів Давидових, через те що вас дуже много та що у вас зологі телята, які Еробоам поробив вам за богів.
9Gij hebt de priesters van Jahweh, de zonen van Aäron en de levieten verdreven, en zelf priesters aangesteld, juist als de volken van vreemde landen; en iedereen, die met een jongen stier en zeven bokken kwam, om zich te laten wijden, werd priester van die zogenaamde goden.
9Чи не ви ж повиганяли сьвященників Господнїх, синів Ааронових, і левітів, і понастановляли в себе сьвященників, які в народів инчих країв? Кожний, хто приходить для свого висьвящення з телям та з сьомма баранами, стає сьвященником тих, що не є богами.
10Maar wij hebben Jahweh, onzen God; wij hebben Hem niet verlaten; onze priesters, de zonen van Aäron, dienen Jahweh en de levieten staan hen bij.
10У нас же Господь, Бог наш; ми не покидали його, й Господеві служать сьвященники, сини Ааронові, й левіти, кожний в своїй службі.
11Elke morgen en elke avond offeren zij brandoffers en geurige wierook ter ere van Jahweh, leggen de toonbroden op de reine tafel, en branden elke avond de gouden luchter met haar lampen. Wij onderhouden dus de dienst van Jahweh, onzen God; maar gij hebt Hem verlaten.
11І палять вони Господеві всепалення що-ранку і що-вечора, й запашне кадило, й кладуть рядами хлїби на чистому столї й засьвічують золотий сьвічник і лямпи його, щоб горіли що-вечора, бо ми держимо постанову Господа, Бога нашого, а ви покинули його.
12Zie, bij ons staat God aan de spits, en zijn priesters, met de blaastrompetten, om die tegen u te laten weerschallen. Israëlieten, voert toch geen krijg tegen Jahweh, den God van uw vaderen; gij zult niets bereiken!
12І оце нам проводить Бог, і сьвященники його, і труби голосні, щоб греміти проти вас. Сини Ізрайлеві! не воюйте проти Господа, Бога батьків наших, бо не мати мете хісна.
13Maar intussen had Jeroboam een deel van zijn troepen een omsingelende beweging laten maken, om hen in de rug aan te vallen, zodat een deel van zijn leger front tegen Juda maakte en een ander gedeelte in hinderlaag achter hen lag.
13Тим часом Еробоам послав ватагу на засїдку позад їх, так що сам був поперед Юдеїв, а засїдка позад їх.
14Toen de Judeërs dan ook de toestand overzagen en bemerkten, dat ze zowel van voren als van achteren werden aangevallen, baden zij tot Jahweh, bliezen de priesters op de bazuin,
14І озирнулись Юдеї, аж се їм битва зпереду й ззаду; й покликнули вони до Господа, а сьвященники затрубили в труби.
15en hieven de Judeërs de strijdkreet aan. En nauwelijks hadden de Judeërs de strijdkreet aangeheven, of God sloeg Jeroboam en heel Israël voor Abias en Juda.
15І кликнули Юдеї. І як всї Юдеї зняли оклик, побив Бог Еробоама і всїх Ізрайлитян перед лицем Абії та Юди.
16De Israëlieten namen de vlucht, maar God leverde hen aan de Judeërs over.
16І повтїкали сини Ізрайлеві від Юдеїв, і віддав їх Бог у руки їм.
17Abias en zijn volk richtten een groot bloedbad onder hen aan, en er sneuvelden van Israël wel vijf honderdduizend krijgers.
17І вчинили між ними Абія й народ його побій великий, і впало вбитих у Ізраїля пятьсот тисяч людей добірнїх.
18Zo werden de Israëlieten bij die gelegenheid vernederd, en kregen de Judeërs de overhand, omdat zij hun toevlucht hadden genomen tot Jahweh, den God van hun vaderen.
18І впокорились тодї сини Ізрайлеві, а сини Юдині стали сильними, бо покладались на Господа, Бога батьків своїх.
19Abias achtervolgde Jeroboam, en nam hem enige steden af, namelijk Betel met onderhorigheden, Jesjana met onderhorigheden en Efron met onderhorigheden.
19І гнавсь Абія за Еробоамом, і забрав у його міста: Бетель із залежнїми від його містами, й Ешану та залежні від неї міста, й Ефрон із залежнїми від його містами.
20Zolang Abias leefde, kon Jeroboam zich niet meer herstellen; hij werd door Jahweh getroffen en stierf.
20І не прийшов вже в силу Еробоам за часів Абії. І побив його Господь, і він помер.
21Zo werd Abias steeds machtiger. Hij nam veertien vrouwen, en werd de vader van twee en twintig zonen en zes en twintig dochters.
21Абія ж убив ся в силу, й взяв собі чотирнайцять жінок, і народилось йому двайцять два сини та шістнайцять дочок.
22De overige geschiedenis van Abias, van zijn handel en wandel, staat beschreven in het Leerboek van den profeet Iddo.
22Прочі подїї Абієві і його вчинки й слова записані в оповіданнї пророка Адди.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.