2 Kronieken
Chapter 26
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Freedom Bible (フリー…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1De gehele bevolking van Juda koos Ozias, ofschoon hij nog maar zestien jaar oud was, en riep hem uit als opvolger van zijn vader Amas-jáhoe.
1全ユダの民は、十六歳であったウジヤを取り、彼の父アマツヤに代わって王とした。
2Onmiddellijk nadat hij den koning bij zijn vaderen te ruste gelegd had, begon hij Elat te versterken, en het weer aan Juda te brengen.
2父王がその父祖たちとともに眠った後、ウジヤはエロテを建て直し、それをユダに取り戻した。
3Ozias was zestien jaar, toen hij koning werd, en regeerde twee en vijftig jaar te Jerusalem. Zijn moeder heette Jekolja, en was afkomstig uit Jerusalem.
3ウジヤは十六歳で王となり、エルサレムで五十二年間治めた。母の名はエキルヤといい、エルサレムの出身であった。
4Hij deed wat goed was in de ogen van Jahweh, juist zoals zijn vader Amas-jáhoe gedaan had.
4彼は、その父アマツヤが行ったすべてのことに従って、主の目に正しいことを行った。
5Zolang Zekarjáhoe leefde, die hem in de vreze Gods had opgevoed, vereerde hij Jahweh; en zolang hij Jahweh vereerde, schonk God hem voorspoed.
5彼は、神の幻に通じていたゼカリヤの時代に、神を尋ね求めることに心を定めた。彼が主を尋ね求めている間、神は彼を栄えさせられた。
6Hij trok ten strijde tegen de Filistijnen, sloopte de muur van Gat, Jabne en Asjdod, en bouwde steden in de omgeving van Asjdod en in het filistijnse gebied.
6彼は出て行ってペリシテ人と戦い、ガテの城壁、ヤブネの城壁、アシュドドの城壁を打ち壊した。そして彼はアシュドドの地方とペリシテ人の間に町々を建てた。
7Behalve tegen de Filistijnen hielp God hem tegen de Arabieren, die in Goer-Báal wonen, en tegen de Meoenieten.
7神は、ペリシテ人、グル・バアルに住むアラビア人、およびメウニムに彼が戦うのを助けられた。
8Ook de Ammonieten brachten schatting aan Ozias, en zijn faam verbreidde zich tot de grens van Egypte om de grote kracht, waarmee hij optrad.
8アンモン人はウジヤに貢ぎ物を持って来た。彼は非常に強くなったので、その名はエジプトの入り口にまで広まった。
9In Jerusalem liet Ozias torens bouwen aan de Hoekpoort, de Dalpoort en op de Hoek, en versterkte ze;
9さらにウジヤはエルサレムで、隅の門、谷の門、および城壁の曲がり角に塔を建て、それらを堅固にした。
10ook bouwde hij torens in de woestijn. Bovendien liet hij een groot aantal bronnen slaan; want hij bezat een grote veestapel, en had landbouwers in de kustvlakte en op de hoogvlakte, en wijngaardeniers op het gebergte en de Karmel; hij was namelijk een liefhebber van landbouw.
10彼は荒野に塔を建て、多くの貯水池を掘った。彼には低地にも平野にも多くの家畜がいたからである。また、彼には山地や豊かな畑に農夫やぶどう畑の番人がいた。彼が農業を愛していたからである。
11Ozias had een leger, dat krijgsdienst verrichtte en uittrok in zoveel afdelingen, als de schrijver Jeïël en de beambte Maäsejáhoe onder toezicht van Chananjáhoe, een van ‘s konings opperste beambten, gemonsterd hadden.
11さらに、ウジヤには部隊ごとに戦いに出る軍勢があった。その登録は、王の指揮官の一人ハナニヤのもとで、書記エイエルと役人マアセヤが行った。
12Het aantal familiehoofden, de dappere mannen, bedroeg zes en twintighonderd in het geheel.
12父祖の家々の長たち、すなわち力ある勇士たちの総数は二千六百人であった。
13Onder hun bevel stond een legermacht van driehonderd zevenduizend vijfhonderd strijdvaardige mannen in hun volle kracht, om den koning tegen den vijand te helpen.
13彼らの指揮の下には三十万七千五百人の軍隊があり、王を助けて敵に立ち向かうために、強大な力をもって戦った。
14Voor heel het leger liet Ozias schilden, lansen, helmen, pantsers, bogen en slingerstenen aanschaffen.
14ウジヤは彼らのため、すなわち全軍隊のために、大盾、槍、兜、鎧、弓、および石投げのための石を準備した。
15Ook liet hij in Jerusalem oorlogswerktuigen vervaardigen, die door een vakman waren uitgevonden, en op de torens en op de hoeken werden gebruikt, om pijlen en grote stenen weg te slingeren. Zo werd zijn faam wijd en zijd bekend; want hij werd op wonderbaarlijke wijze geholpen, totdat hij sterk genoeg was geworden.
15彼はエルサレムに、熟練した者たちが考案した仕掛けを造り、それを塔や城壁の頂の上に置いて、矢や大きな石を放てるようにした。彼が強くなるまで驚くべき助けを得たため、その名は遠くまで広まった。
16Maar toen hij machtig geworden was, werd hij hoogmoedig tot zijn eigen verderf; want hij vergreep zich aan Jahweh, zijn God, en betrad de tempel van Jahweh, om een offer te brengen op het reukofferaltaar.
16しかし、彼が強くなると、その心は高ぶって堕落し、自分の神、主に対して背信の罪を犯した。彼が香の祭壇で香をたくために、主の神殿に入ったからである。
17De priester Azarjáhoe, vergezeld van tachtig priesters van Jahweh, onverschrokken mannen, volgde hem naar binnen,
17祭司アザルヤは彼に続いて中に入った。彼とともに、主に仕える祭司たち八十人がいた。彼らはいずれも勇敢な者たちであった。
18ging bij koning Ozias staan en sprak tot hem: Ozias, het komt u niet toe, aan Jahweh te offeren; dat is de taak van de priesters, de zonen van Aäron, die voor de offerdienst zijn gewijd. Verlaat dus het heiligdom; want gij bezondigt u, en legt er zeker geen eer mee in bij Jahweh, uw God.
18彼らはウジヤ王に立ち向かって、彼に言った。「ウジヤよ、主に香をたくことはあなたのすることではなく、香をたくために聖別されたアロンの子らである祭司たちのすることです。聖所から出てください。あなたは背信の罪を犯しました。主なる神から誉れを受けることもありません。」
19Maar toen Ozias, met het wierookvat in de hand, in razende woede tegen de priesters uitbarstte, verscheen eensklaps ten aanschouwen der priesters voor het reukofferaltaar in de tempel van Jahweh de melaatsheid op zijn voorhoofd.
19するとウジヤは怒った。彼は香をたくために香炉を手にしていた。彼が祭司たちに向かって怒っている間に、主の家の香の祭壇のそばで、祭司たちの前で彼の額に規定の病が発生した。
20Azarjáhoe, de opperpriester, en al de andere priesters onderzochten hem; en toen zij er zeker van waren, dat hij aan het voorhoofd melaats was, verwijderden zij hem vol ontzetting. Maar ook zelf had hij haast, om weg te komen, omdat Jahweh hem getroffen had.
20祭司長アザルヤとすべての祭司たちが彼を見ると、見よ、彼は額に規定の病を患っていたので、彼らは急いで彼をそこから追い出した。彼自身も主が彼を打たれたので、急いで出て行った。
21Koning Ozias bleef melaats tot aan zijn dood. En daar hij buiten de tempel van Jahweh was gesloten, trok hij zich als een melaatse in een huis van afzondering terug, terwijl zijn zoon Jotam het bestuur van het paleis overnam, en recht sprak over het volk in het land.
21ウジヤ王は死ぬ日まで規定の病に冒され、規定の病を患っていたため、隔離された家に住んだ。彼は主の家から締め出されていたからである。彼の子ヨタムが王の家を管理し、その地の民をさばいた。
22De verdere geschiedenis van Ozias, de vroegere zowel als de latere, heeft de profeet Isaias, de zoon van Amos, beschreven.
22ウジヤのその他の事績は、最初から最後まで、アモツの子である預言者イザヤが書き記した。
23Ozias ging bij zijn vaderen te ruste. Men begroef hem bij zijn vaderen op het veld, waar de begraafplaats der koningen lag; want men zeide: Hij is melaats. Zijn zoon Jotam volgde hem op.
23ウジヤはその父祖たちとともに眠り、人々は「彼は規定の病を患っている」と言って、王たちの墓地に隣接する野にその父祖たちとともに彼を葬った。その子ヨタムが代わって王となった。

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.