2 Kronieken
Chapter 23
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Freedom Bible (フリー…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1Maar in het zevende jaar1 nam Jehojada een moedig besluit. Hij sloot een overeenkomst met de bevelhebbers over honderd, namelijk Azarjáhoe, den zoon van Jerocham, Jisjmaël den zoon van Jehochanan, Azarjáhoe den zoon van Omed, Maäsejáhoe den zoon van Adajáhoe, en Elisjafat den zoon van Zikri.
1第七年に、エホヤダは決意を固め、百人の長たち、すなわちエロハムの子アザルヤ、エホハナンの子イシュマエル、オベドの子アザルヤ、アダヤの子マアセヤ、ジクリの子エリシャファテと契約を結んだ。
2Zij gingen rond in Juda, en riepen uit alle steden van Juda de levieten en de familiehoofden van Israël bijeen. Toen zij in Jerusalem gekomen waren,
2彼らはユダを巡り歩き、ユダのすべての町々からレビ人を、またイスラエルの父祖の家々の長たちを集めた。そして彼らはエルサレムに来た。
3sloot al het vergaderde volk in de tempel van God een verbond met den koning, en Jehojada zeide tot hen: De zoon des konings moet koning worden, zoals Jahweh omtrent de zonen van David beloofd heeft.
3全会衆は神の家で王と契約を結んだ。エホヤダ は彼らに言った。「見よ。主がダビデの子らについて語られたとおりに、王の子が治めなければならない。
4Nu moet gij aldus te werk gaan: Een derde van de priesters en levieten, die op sabbat inrukken, moet post vatten bij de drempels,
4あなたがたがしなければならないことは、これである。安息日に入って来るあなたがた、すなわち祭司とレビ人の三分の一は、入口の門衛となりなさい。
5een derde gedeelte bij het koninklijk paleis, een derde bij de Jesod-poort, en al het volk moet de voorhoven van de tempel van Jahweh bezetten.
5三分の一は王の家に、三分の一は礎の門にいなさい。すべての民は主の家の庭にいなさい。
6De tempel van Jahweh zelf mag echter alleen door de priesters en de dienstdoende levieten worden betreden. Zij mogen hem betreden, omdat zij gewijd zijn; al het overige volk moet de voorschriften van Jahweh in acht nemen.
6しかし、祭司たちと、仕えるレビ人のほかは、だれも主の家に入ってはならない。彼らは聖なる者であるから入ることができる。しかし、すべての民は主の定めを守らなければならない。
7De levieten moeten zich rond den koning scharen met de wapens in de hand, en hem begeleiden, waar hij ook gaat. Wie de tempel binnendringt, zal sterven.
7レビ人はおのおの手に武器を持ち、王を取り囲みなさい。家に入って来る者はだれでも殺されなければならない。王が入って来るときも、出て行くときも、王とともにいなさい。」
8De levieten en heel Juda volbrachten dus, wat de priester Jehojada hun bevolen had.
8こうしてレビ人と全ユダは、祭司エホヤダが命じたすべてのことに従って行った。おのおの自分の部下たち、すなわち安息日に入って来る者たちと、安息日に出て行く者たちを連れて行った。祭司エホヤダがその組を解散させなかったからである。
9Aan de honderdmannen reikte de priester Jehojada de lansen, schilden en pijlkokers van koning David uit, die in de tempel van God werden bewaard.
9祭司エホヤダは、神の家にあったダビデ王の槍、小盾、大盾を百人の長たちに渡した。
10En toen al de soldaten, met de wapens in de hand, rechts en links van de tempel hadden postgevat, met het gezicht naar het altaar en de tempel gekeerd, om zo den koning te kunnen omringen,
10彼はすべての民を、おのおの手に武器を持たせ、家の右側から家の左側まで、祭壇と家のそばに沿って王の周囲に配置した。
11bracht men den zoon van den koning naar buiten, zette hem een diadeem op het hoofd, gaf hem het wetboek in de hand, en riep hem tot koning uit. Jehojada en zijn zonen zalfden hem, en riepen: Leve de koning!
11それから彼らは王の子を連れ出し、彼に冠をかぶらせ、契約の書を授け、彼を王とした。エホヤダとその子らは彼に油を注ぎ、「王万歳」と言った。
12Toen Ataljáhoe het volk hoorde toelopen en den koning toejuichen, liep zij naar de samengeschoolde menigte in de tempel van Jahweh.
12アタルヤは、民が走り回り、王を賛美している音を聞いて、主の家にある民のところへ行った。
13En zodra zij daar den koning op zijn plaats aan de ingang zag staan, omringd door de zangers en de trompetters en heel het gewone volk, onder jubel en trompetgeschal, terwijl de zangers met de muziekinstrumenten het teken gaven een lo fzang aan te heffen, scheurde Ataljáhoe haar klederen en riep: Verraad! verraad!
13彼女が見ると、見よ、王は入口にある王の柱のそばに立っており、王のそばには長たちとラッパを吹き鳴らす者たちがいた。この地のすべての民は喜び、ラッパを吹き鳴らしていた。歌うたいたちも楽器を奏でて、賛美の歌を導いていた。そこでアタルヤは自分の衣を引き裂き、「反逆だ、反逆だ」と言った。
14Maar de priester Jehojada gelastte de bevelvoerende honderdmannen:Leidt haar tussen de gelederen door buiten de tempel, en doodt met het zwaard iedereen, die haar wil volgen. Want de priester had zich voorgenomen, haar niet in de tempel van Jahweh te doden.
14祭司エホヤダは軍隊の上に立てられた百人の長たちを引き出し、彼らに言った。「彼女を隊列の間に引き出しなさい。彼女に従う者はだれでも剣で殺しなさい。」祭司が「主の家で彼女を殺してはならない」と言ったからである。
15Ze namen haar dus gevangen, en toen ze door de ingang der paarden het koninklijk paleis had bereikt, werd zij daar gedood.
15そこで彼らは彼女のために道を開いた。彼女は王の家の馬の門の入り口に行き、彼らはそこで彼女を殺した。
16Nu sloot Jehojada een verbond tussen hemzelf en al het volk en den koning, dat het weer een volk van Jahweh zou zijn.
16エホヤダは、自分とすべての民と王との間に、彼らが主の民となるという契約を結んだ。
17Toen liep al het volk naar de tempel van Báal en verwoestte hem; zij vernielden de altaren, sloegen de beelden kort en klein3, en doodden den Báalspriester Mattan voor het altaar.
17すべての民はバアルの家に行き、それを打ち壊した。彼らはその祭壇と像を粉々に砕き、祭壇の前でバアルの祭司マタンを殺した。
18Intussen had Jehojada als wachtposten bij de tempel van Jahweh de priesters en levieten opgesteld, die David voor de tempel van Jahweh in klassen had ingedeeld, om naar de verordening van David met jubeltonen en gezangen de brandoffers op te dragen ter ere van Jahweh, zoals geschreven staat in de wet van Moses;
18エホヤダは、主の家の務めをレビ族の祭司たちの手に委ねた。彼らはダビデが主の家に割り当てた者たちで、モーセの律法に記されているとおりに主の全焼のささげ物をささげ、ダビデの定めに従って喜びと歌をもって仕えるためであった。
19en bij de poorten van de tempel van Jahweh had hij de poortwachters opgesteld, opdat niemand zou binnenkomen, die om een of andere reden onbevoegd was.
19彼は主の家の門に門衛を置き、何事においても汚れた者が入ってこないようにした。
20Nadat hij nu de bevelhebbers van honderd, de voormannen, en de andere machthebbers van het volk en al het gewone volk om zich heen had verzameld, geleidde hij den koning uit de tempel van Jahweh. Onder de Hoge Poort van het koninklijk paleis gekomen, deden zij den koning plaats nemen op de koningstroon.
20彼は百人の長たち、有力者たち、民の支配者たち、およびこの地のすべての民を連れて、王を主の家から連れ下った。彼らは上の門を通って王の家に入り、王を王国の王座に座らせた。
21Het gewone volk verheugde zich, en de stad bleef rustig, daar Ataljáhoe was gedood.
21こうしてこの地のすべての民は喜び、町は静かであった。アタルヤは剣で殺された。

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.