2 Kronieken 31
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1Toen dit alles was afgelopen, trokken alle aanwezige Israëlieten naar de steden van Juda, sloegen de heilige zuilen stuk, hakten de heilige palen om, en haalden de offerhoogten met de altaren in heel Juda, Benjamin, Efraïm en Manasse omver, tot de laatste toe. Daarna keerden de Israëlieten allen naar hun bezittingen in hun woonplaatsen terug.
1このすべてのことが終わると、そこにいた全イスラエルはユダの町々へ出て行き、石の柱を打ち砕き、アシェラ像を切り倒し、ユダとベニヤミンの全土、またエフライムとマナセに至るまで、高き所と祭壇を完全に打ち壊した。その後、イスラエルのすべての子らは、それぞれ自分の所有地、自分たちの町々に帰って行った。
2Daarna stelde Ezekias de afdelingen der priesters en levieten vast, en deelde iedereen bij een afdeling in, naar de aard van zijn bediening als priester of leviet: namelijk voor het brandoffer of de vredeoffers, voor de lofzang of het jubellied, of voor de verdere dienst binnen de poorten van Jahweh’s legerplaatsen.
2ヒゼキヤは、祭司たちとレビ人を組ごとに分け、それぞれの奉仕を割り当てた。それは全焼のささげ物と和解のいけにえのためであり、主の宿営の門々で仕え、感謝をささげ、賛美するためであった。
3Verder stelde hij de bijdrage uit het persoonlijk bezit van den koning voor de brandoffers vast: voor de brandoffers van ‘s morgens en s avonds, voor de brandoffers op sabbatten, nieuwe manen en andere feesten, zoals is voorgeschreven in de wet van Jahweh.
3彼はまた、主の律法に記されているとおりに、全焼のささげ物、すなわち朝と夕の全焼のささげ物、および安息日、新月、定めの祭りのための全焼のささげ物として、王の財産から王の取り分を定めた。
4Bovendien beval hij het volk en de bewoners van Jerusalem, het wettelijk aandeel der priesters en levieten op te brengen, opdat ze de wet van Jahweh trouw zouden blijven vervullen.
4さらに彼は、エルサレムに住む民に、祭司たちとレビ人が主の律法に専念できるように、彼らの取り分を与えるように命じた。
5Zodra dit bevel alom bekend werd, schonken de Israëlieten edelmoedig het beste van het koren, de most, de olie, de honing en van alle andere voortbrengselen van de akker; van alles brachten ze edelmoedig de tienden op.
5この命令が伝わると、イスラエルの子らは穀物、新しいぶどう酒、油、蜂蜜、および畑のすべての収穫の初物を豊かにささげ、またすべての物の十分の一を豊かに持って来た。
6De zonen van Israël en Juda, die in de andere steden van Juda woonden, brachten eveneens de tienden van runderen en schapen. Bovendien bracht men nog de wijgeschenken, die gewijd waren aan Jahweh hun God, en legde die op stapels neer.
6ユダの町々に住んでいたイスラエルの子らとユダの人々もまた、牛や羊の十分の一、および彼らの神、主に聖別されたささげ物の十分の一を持って来て、それを幾つもの山に積み上げた。
7In de derde maand begonnen ze er de stapels van aan te leggen, en in de zevende maand hielden ze er mee op.
7第三の月に彼らは積み上げ始め、第七の月にそれを終えた。
8Toen Ezekias en de voormannen die stapels kwamen bezichtigen, zegenden zij Jahweh en Israël, zijn volk.
8ヒゼキヤと君たちが来てそれらの山を見ると、彼らは主をほめたたえ、その民イスラエルを祝福した。
9En toen Ezekias aan de priesters en de levieten inlichtingen vroeg over die stapels,
9そしてヒゼキヤが祭司たちとレビ人にそれらの山について尋ねると、
10gaf de opperpriester Azarjáhoe, uit de familie van Sadok, hem ten antwoord: Sinds men begonnen is, de heffing te brengen in de tempel van Jahweh, hebben we genoeg kunnen eten en nog veel kunnen overhouden; deze grote stapel is over, omdat Jahweh het volk heeft gezegend.
10ツァドクの家の大祭司アザルヤは彼に答えた。「民がささげ物を主の家に持って来始めてから、わたしたちは食べて満足し、大量の残りができました。主がその民を祝福されたからです。残ったものがこの大きな蓄えです。」
11Daarom beval Ezekias, voorraadkamers in te richten in de tempel van Jahweh. Toen ze ingericht waren,
11そこでヒゼキヤは主の家に部屋を用意するように命じ、彼らはそれを準備した。
12bracht men de heffing, de tienden en de wijgeschenken plichtgetrouw daarin. Als opzichter daarover werd de leviet Kananjáhoe aangesteld, en zijn broeder Sjimi als zijn plaatsvervanger;
12彼らはささげ物、十分の一、および聖別された物を忠実に運び入れた。レビ人コナンヤが彼らの上の監督者であり、その兄弟シムイが二番目であった。
13bovendien hielden in opdracht van koning Ezekias en van Azarjáhoe, den opzichter van het Godshuis, Jechiël, Azazjáhoe, Náchat, Asaël, Jerimot, Jozabad, Eliël, Jismakj hoe, Máchat en Benajáhoe toezicht onder leiding van Kananj hoe en zijn broer Sjimi.
13エヒエル、アザズヤ、ナハテ、アサエル、エリモテ、ヨザバド、エリエル、イスマクヤ、マハテ、ベナヤは、ヒゼキヤ王および神の家の支配者アザルヤの任命により、コナンヤとその兄弟シムイの手の下にある監督者であった。
14Kore, de zoon van den leviet Jimna en poortwachter aan het oosten, beheerde de gaven, die vrijwillig aan God werden gebracht, en deelde de gave, aan Jahweh gebracht, en de heilige wijgeschenken uit.
14東の門の門衛であったレビ人イムナの子コレは、神への自発のささげ物を管理し、主へのささげ物と最も聖なるものを分配した。
15Hij werd in de priestersteden bijgestaan door Éden, Binjamin, Jesjóea, Sjemajáhoe, Amarjáhoe en Sjekanjáhoe, die hun ambtgenoten, groot en klein, volgens hun verschillende afdelingen, plichtgetrouw hun aandeel moesten uitreiken.
15彼の下にはエデン、ミニヤミン、エシュア、シェマヤ、アマルヤ、シェカニヤがおり、祭司たちの町々で忠実に務め、組ごとに、身分の高い者にも低い者にも等しく分配した。
16Niemand werd uitgezonderd van de mannelijke personen van drie jaar af, die in het geslachtsregister waren opgenomen, en die op vastgestelde dagen in de tempel van Jahweh de dienst kwamen verrichten, waartoe zij volgens hun afdelingen waren verplicht.
16これは、三歳以上の男子として系図に記された者のほかに、その組に従って日々の務めが求めるままに、彼らの職務における奉仕のために主の家に入るすべての者に対するものであった。
17De opname van de priesters in de geslachtslijsten geschiedde naar hun families; die van de levieten, van twintig jaar af, naar hun bijzondere taak en hun afdeling.
17祭司たちについては彼らの父祖の家ごとに系図に記された者たち、またレビ人については二十歳以上の者が、その組による彼らの職務において系図に記された。
18Hun gehele stand moest in het geslachtsregister worden opgenomen, met al hun kinderen, vrouwen, zonen en dochters; want ze deelden allen met evenveel recht in de heilige gaven.
18これはまた、全会衆を通して、彼らの幼い子供たち、妻たち、息子たち、娘たちとして系図に記されたすべての者に対するものであった。彼らは信頼される職務において自らをきよめて聖別していたからである。
19Ook werden van stad tot stad enige mannen met name aangewezen, om aan alle mannelijke personen in de priesterlijke stand, de zonen van Aäron, die op de weidegronden van hun steden woonden, en aan alle ingeschreven levieten hun aandeel uit te reiken.
19また、彼らの町々の牧草地の野にいたアロンの子らである祭司たちについても、それぞれの町に名前を指定された者たちがいて、祭司たちのうちのすべての男子、およびレビ人のうちの系図に記されたすべての者に割り当てを与えた。
20Zo deed Ezekias in heel Juda. Hij deed wat goed en recht en eerlijk was voor het aanschijn van Jahweh, zijn God.
20ヒゼキヤは全ユダにわたってこのように行い、彼の神、主の御前で、良いこと、正しいこと、そして忠実なことを行った。
21Al het werk, dat hij naar wet en geboden ondernam voor de dienst in de tempel, om zijn God te vereren, heeft hij met volle toewijding en met gunstige uitslag verricht.
21彼は神の家の奉仕にも、律法と命令を守ることにも、神を求めることにも、心を尽くして取り組み、栄えた。
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.