Genesis
Chapter 1
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Freedom Bible (フリー…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1In het begin schiep God hemel en aarde.
1初めに、神は天と地を創造された。
2Maar de aarde was nog ongeordend en leeg, over de wereldzee heerste duisternis, en Gods Geest zweefde over de wateren.
2地は形なく、むなしく、闇が深淵の面を覆っていた。神の霊が水の面を舞っていた。
3God sprak: Daar zij licht. En er was licht.
3神は言われた。「光があれ。」すると、光があった。
4En God zag, dat het licht goed was. Nu scheidde God het licht van de duisternis;
4神は光を見て、良しとされた。神は光と闇を分けられた。
5het licht noemde Hij dag, en de duisternis noemde Hij nacht. Zo werd het avond en morgen: de eerste dag.
5神は光を「昼」、闇を「夜」と呼ばれた。夕があり、朝があった。第一日。
6God sprak: Er zij een uitspansel tussen de wateren, om de wateren van elkander te scheiden. Zo geschiedde.
6神は言われた。「水の間に大空があれ。水と水を分けよ。」
7God maakte het uitspansel, en scheidde het water onder het uitspansel van het water daarboven;
7神は大空を造り、大空の下の水と、大空の上の水とを分けられた。そのようになった。
8het uitspansel noemde God hemel. Weer werd het avond en morgen: de tweede dag.
8神は大空を「天」と呼ばれた。夕があり、朝があった。第二日。
9God sprak: Het water onder de hemel moet samenvloeien naar één plaats, zodat het droge te voorschijn komt. Zo geschiedde.
9神は言われた。「天の下の水は一つの場所に集まれ。乾いた地が現れよ。」すると、そのようになった。
10Het droge noemde God aarde, het saamgevloeide water noemde Hij zee. En God zag, dat het goed was.
10神は乾いた所を「地」、水の集まった所を「海」と呼ばれた。神はそれを見て、良しとされた。
11God sprak: De aarde moet groene planten voortbrengen, zaaddragend gewas en vruchtbomen, die zaadvruchten dragen op aarde, elk naar zijn soort. Zo geschiedde.
11神は言われた。「地は青草を生えさせよ。種を結ぶ草と、それぞれの種類にしたがって種のある実を結ぶ果樹を、地の上に生えさせよ。」すると、そのようになった。
12De aarde deed groene planten ontspruiten, zaaddragend gewas, en bomen, die zaadvruchten dragen, elk naar zijn soort. En God zag, dat het goed was.
12地は青草、それぞれの種類にしたがって種を結ぶ草、またそれぞれの種類にしたがって種のある実を結ぶ木を生えさせた。神はそれを見て、良しとされた。
13Weer werd het avond en morgen: de derde dag.
13夕があり、朝があった。第三日。
14God sprak: Er moeten lichten komen aan het hemelgewelf, om de dag en de nacht van elkaar te scheiden; zij moeten ook tot tekenen dienen voor vaste tijden, dagen en jaren;
14神は言われた。「天の大空に光るものがあれ。昼と夜を分け、それらは、しるし、季節、日、年のためのものとなれ。
15en als lichten staan aan het hemelgewelf, om de aarde te verlichten. Zo geschiedde.
15また、それらは天の大空で光るものとなり、地の上を照らせ。」すると、そのようになった。
16God maakte de beide grote lichten: het grootste licht om de dag te beheersen, en het kleinste om heerschappij te voeren over de nacht; bovendien de sterren.
16神は二つの大きな光るものを造られた。大きい方の光るものに昼を治めさせ、小さい方の光るものに夜を治めさせた。また、星々も造られた。
17God plaatste ze aan het hemelgewelf, om de aarde te verlichten,
17神はそれらを天の大空に配置し、地の上を照らさせ、
18om te heersen over de dag en de nacht, en om licht en duisternis van elkander te scheiden. En God zag, dat het goed was.
18昼と夜を治めさせ、光と闇を分けさせた。神はそれを見て、良しとされた。
19Weer werd het avond en morgen: de vierde dag.
19夕があり、朝があった。第四日。
20God sprak: Laat het water krioelen van levend gewemel, en over de aarde de vogels vliegen langs het hemelgewelf.
20神は言われた。「水は生き物の群れで満ちあふれよ。また、鳥は地の上、天の大空を飛べ。」
21Toen schiep God de grote zeegedrochten met al het levend gewemel, waarvan het water krioelt, elk naar zijn soort; en al de verschillende soorten van gevleugelde dieren. En God zag, dat het goed was.
21神は大きな海の生き物と、水の中に群がり動くすべての生き物を、それぞれの種類にしたがって創造し、また翼のあるすべての鳥を、それぞれの種類にしたがって創造された。神はそれを見て、良しとされた。
22Toen zegende God ze, en sprak: Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt u; bevolkt het water der zee, en laat ook de vogels zich op aarde vermeerderen.
22神はそれらを祝福して言われた。「生めよ。増えよ。海の水に満ちよ。また、鳥は地の上に増えよ。」
23Weer werd het avond en morgen: de vijfde dag.
23夕があり、朝があった。第五日。
24God sprak: Laat de aarde levende wezens voortbrengen van allerlei soort; tamme dieren, kruipende dieren en beesten in het wild, elk naar zijn soort. Zo geschiedde.
24神は言われた。「地は生き物を、それぞれの種類にしたがって生み出せ。家畜、這うもの、地の獣を、それぞれの種類にしたがって。」すると、そのようになった。
25God maakte de verschillende soorten van wilde en tamme dieren met al wat over de aarde kruipt. En God zag, dat het goed was.
25神は地の獣をそれぞれの種類にしたがって、家畜をそれぞれの種類にしたがって、また地を這うすべてのものを、それぞれの種類にしたがって造られた。神はそれを見て、良しとされた。
26God sprak: Laat ons den mens maken als ons beeld, op ons gelijkend; hij heerse over de vissen der zee, de vogels in de lucht, de viervoetige dieren, en over heel de aarde met alles, wat er op kruipt.
26神は言われた。「われわれのかたちに、われわれに似せて人を造ろう。海の魚、空の鳥、家畜、全地、地を這うすべてのものを、彼らに治めさせよう。」
27En God schiep den mens als zijn beeld. Als het beeld van God schiep Hij hem; Man en vrouw schiep Hij hen.
27神はご自身のかたちに人を創造された。神のかたちにこれを創造し、男と女に彼らを創造された。
28Toen zegende God ze, en sprak tot hen: Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt u; bevolkt de aarde en onderwerpt haar; heerst over de vissen der zee, de vogels in de lucht en over alle levende wezens, die zich op de aarde bewegen.
28神は彼らを祝福された。神は彼らに言われた。「生めよ。増えよ。地に満ちて、それを従えよ。海の魚、空の鳥、地の上を動くすべての生き物を治めよ。」
29God sprak: Zie, Ik geef u al het zaaddragend gewas op de hele aarde, met alle bomen, die zaadvruchten dragen; die zullen u tot voedsel dienen.
29神は言われた。「見よ、わたしは、全地の表にある種を結ぶすべての草と、種のある実を結ぶすべての木をあなたがたに与えた。それがあなたがたの食物となる。
30Maar aan alle wilde beesten, aan alle vogels in de lucht, aan al wat beweegt en leeft op de aarde, geef Ik alle groene planten tot voedsel. Zo geschiedde.
30また、地のすべての獣、空のすべての鳥、地を這うすべてのもの、すなわち命のあるすべてのものには、食物としてすべての青草を与えた。」すると、そのようになった。
31En God zag dat alles, wat Hij gemaakt had, zeer goed was. Weer werd het avond en morgen: de zesde dag.
31神はご自分が造られたすべてのものを見られた。見よ、それは非常に良かった。夕があり、朝があった。第六日。

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.