Genesis
Chapter 6
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Freedom Bible (フリー…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1Toen de mensen talrijk begonnen te worden op de oppervlakte der aarde, en hun dochters werden geboren,
1人が地の表で増え始め、彼らに娘たちが生まれたとき、
2zagen de zonen Gods, hoe schoon de dochters der mensen waren, en zij namen zich zoveel vrouwen, als zij maar wilden.
2神の子たちは、人の娘たちが美しいのを見て、自分たちが選んだ者を妻としてめとった。
3Toen sprak Jahweh: Mijn geest zal niet voor altijd bij de mensen blijven, omdat ze bedorven zijn, en enkel vlees; hun tijd zal nog maar honderd twintig jaar duren.
3主は言われた。「わたしの霊は、いつまでも人と争うことはない。人は肉にすぎない。その日々は百二十年となる。」
4In die dagen, toen de zonen Gods tot de dochters der mensen waren gekomen, en deze hun kinderen hadden gebaard, waren er reuzen op aarde, en ook nog daarna. Dat waren de krachtmensen uit de oude tijd, beruchte mannen.
4その当時、またその後にも、ネフィリムが地上にいた。それは、神の子たちが人の娘たちのところに入り、彼女たちが彼らに子どもを産んだからである。彼らは昔の勇士であり、名高い人々であった。
5Toen Jahweh dan zag, hoe groot op aarde het bederf onder de mensen was geworden, en zij enkel maar zonnen op slechte dingen,
5主は、地上における人の悪が大きく、人の心に思い計ることが、いつも悪いことばかりであるのを見られた。
6berouwde het Jahweh, dat Hij den mens op aarde gemaakt had, en kreeg Hij er spijt van.
6主は地上に人を造ったことを悔やみ、心を痛められた。
7En Jahweh sprak: Ik zal den mens, dien Ik geschapen heb, van de aarde verdelgen; zowel den mens als de viervoetige dieren, de kruipende dieren en de vogels in de lucht; want het spijt Mij, dat Ik ze gemaakt heb.
7主は言われた。「わたしが創造した人を地の表から消し去ろう。人とともに、獣、這うもの、空の鳥も消し去ろう。わたしはこれらを造ったことを悔やんでいるからだ。」
8Maar Noë vond genade in de ogen van Jahweh.
8しかし、ノアは主の恵みを受けていた。
9Dit is de geschiedenis van Noë. Noë was een rechtschapen man, en leefde onberispelijk te midden van zijn tijdgenoten; Noë leefde vertrouwelijk met God.
9これはノアの記録である。ノアは義人であり、その世代の中で全き者であった。ノアは神と共に歩んだ。
10Noë verwekte drie zonen: Sem, Cham en Jáfet.
10ノアは、セム、ハム、ヤペテという三人の息子の父となった。
11De aarde was dan bedorven geworden in de ogen van God, en van ongerechtigheid vol.
11地は神の前に腐敗し、地は暴力で満ちていた。
12Toen God dus zag, dat de aarde was bedorven, omdat alle mensen op aarde waren bedorven,
12神は地を見られた。見よ、それは腐敗していた。すべての肉なるものが、地上でその道を腐敗させていたからである。
13sprak God tot Noë: Ik heb de ondergang van alle mensen besloten, omdat ze de aarde van hun ongerechtigheid hebben vervuld. Zie, Ik zal ze met de aarde verdelgen.
13神はノアに言われた。「すべての肉なるものの終わりが、わたしの前に来た。彼らのゆえに地は暴力で満ちている。見よ、わたしは彼らを地とともに滅ぼす。
14Maak nu voor u een ark van pijnhout, verdeel die ark in vakken, en bestrijk ze van binnen en buiten met pek.
14あなたはゴフェルの木で箱舟を造りなさい。箱舟の中に部屋を造り、内側も外側もピッチで塗りなさい。
15Zo moet ge ze maken: de ark moet driehonderd el lang zijn, vijftig el breed, en dertig el hoog.
15このようにそれを造りなさい。箱舟の長さは三百キュビト、幅は五十キュビト、高さは三十キュビトとする。
16Ge moet op de ark een dak maken, en een el hoog optrekken. In de lengtezijde moet ge de deur aanbrengen. Ge moet er ook een benedenruim, en een tweede en een derde verdek in maken.
16箱舟に屋根を造り、上から一キュビトのところで仕上げなさい。箱舟の戸は側面に設けなさい。一階、二階、三階の層にして、それを造りなさい。
17Want Ik ga de zondvloed-wateren over de aarde brengen, om alle schepselen met een levende geest onder de hemel te verdelgen; al wat op aarde is zal sterven.
17見よ、わたし、このわたしが、地の上に大水による洪水を起こし、命の息を持つすべての肉を天の下から滅ぼす。地にあるすべてのものは死に絶える。
18Maar met u zal Ik mijn verbond sluiten: Gij moet de ark binnengaan: gij zelf en uw zonen, uw vrouw en de vrouwen uwer zonen met u.
18しかし、わたしはあなたと契約を結ぶ。あなたは、あなたの息子たち、あなたの妻、息子たちの妻たちと一緒に、箱舟に入りなさい。
19Ook moet ge van alle levende wezens een paar in de ark brengen, om ze met u in het leven te behouden; mannetje en wijfje moeten het zijn.
19すべての肉なるあらゆる生き物の中から、それぞれ二匹ずつを箱舟に連れて入り、あなたと共に生かしておきなさい。それらは雄と雌でなければならない。
20En van alle verschillende soorten van vogels, van alle soorten van beesten, van alle soorten van dieren, die kruipen over de aarde; van alles zal er een paar tot u komen om in het leven te blijven.
20それぞれの種類にしたがって、鳥、家畜、地面を這うすべてのものの中から、それぞれ二匹ずつが、生き延びるためにあなたのところに来る。
21Ge moet u ook van alle eetbare spijzen voorzien, en die meenemen, om u en hun tot voedsel te dienen.
21あなたは食べられるすべての食物を自分のために取り、集めておきなさい。それはあなたと彼らのための食物となる。」
22Noë deed het; hij deed al wat God hem gebood.
22ノアはそのようにした。神が彼に命じられたすべてのとおりに、彼は行った。

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.