Genesis 33
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1Nu sloeg Jakob zijn ogen op en keek rond; en zie, daar kwam Esau aan met vierhonderd man. Toen verdeelde hij zijn kinderen onder Lea, Rachel en zijn beide slavinnen.
1ヤコブが目を上げて見ると、見よ、エサウがやって来た。四百人の男たちが彼と一緒であった。ヤコブはレア、ラケル、そして二人の女のしもべたちに子どもたちを分けた。
2De slavinnen met haar kinderen plaatste hij voorop, Lea met haar kinderen daar achter, en Rachel met Josef achteraan.
2彼は女のしもべたちとその子どもたちを先頭に、レアとその子どもたちをその後に、ラケルとヨセフを最後に置いた。
3Zelf stelde hij zich aan hun spits, boog zich zevenmaal ter aarde neer, tot hij zijn broer genaderd was.
3彼自身は彼らの前を進み、兄に近づくまでに七回、地に向かってひれ伏した。
4Maar Esau snelde hem tegemoet, en omhelsde hem; hij viel hem om de hals, en kuste hem wenend.
4エサウは彼を迎えに走り、彼を抱きしめ、首に抱きついて口づけした。そして彼らは泣いた。
5Toen hij zijn ogen opsloeg en de vrouwen met de kinderen zag, vroeg hij: Wie hebt ge daar? Hij antwoordde: Het zijn de kinderen, die het God heeft behaagd, aan uw dienaar te schenken.
5エサウが目を上げて女たちと子どもたちを見ると、言った。「あなたと一緒にいるこの者たちは誰か。」 ヤコブは言った。「神があなたのしもべに恵みとしてお与えくださった子どもたちです。」
6Nu traden de slavinnen met haar kinderen naar voren, en bogen zich voor hem neer.
6すると、女のしもべたちがその子どもたちと一緒に近づき、ひれ伏した。
7Ook Lea trad met haar kinderen vooruit, en boog zich neer; daarna kwamen ook Josef en Rachel, en bogen zich neer.
7レアとその子どもたちも近づいてひれ伏した。その後、ヨセフとラケルが近づいてひれ伏した。
8Toen sprak hij: Wat moet ge met heel dat leger, dat ik heb ontmoet? Hij antwoordde: Genade vinden in de ogen van mijn heer!
8エサウは言った。「私が出会ったこのすべての陣営は、どういう意味なのか。」 ヤコブは答えた。「ご主人様のご好意を得るためです。」
9Maar Esau hernam: Ik bezit meer dan genoeg, mijn broeder; behoud wat ge hebt.
9エサウは言った。「私には十分にある、私の弟よ。あなたのものはあなたのものにしておきなさい。」
10Jakob hield aan: Neen, als ik genade gevonden heb in uw ogen, neem dan het geschenk van mij aan; want, daar gij vriendelijk voor mij waart, heb ik uw gelaat gezien, zoals men Gods aanschijn aanschouwt.
10ヤコブは言った。「いいえ、どうか。私があなたのお目にかなっているなら、この贈り物を受け取ってください。あなたが喜んで迎えてくださったので、あなたの顔を見たことは、神の御顔を見たようです。
11Wil toch het blijk van mijn hulde aanvaarden, dat ik u heb aangeboden; want God is mij genadig geweest, zodat ik overvloed heb. Toen hij zo bij hem aandrong, nam hij het aan.
11どうか、私が持って来た祝福の贈り物を受け取ってください。神が恵みを与えてくださり、私には何も不足がありません。」ヤコブが強く勧めたので、エサウは受け取った。
12Daarop sprak: Laten we opbreken en verder trekken; ik zal u dan begeleiden.
12エサウは言った。「さあ、旅立って行こう。私があなたの先を行こう。」
13Maar hij antwoordde: Mijn heer, gij ziet, dat de kinderen nog zwak zijn. Bovendien moet ik voor de schapen en zogende runderen zorgen; als die één dag te veel gejaagd worden, gaat heel de kudde te gronde.
13ヤコブは彼に言った。「私の主人は、子どもたちが弱く、私と一緒にいる羊と牛の群れには乳を飲ませる子がいることをご存じです。もし一日でも急がせれば、群れはみな死んでしまいます。
14Laat dus mijn heer zijn dienaar vooruitgaan; ik zal op mijn gemak mijn tocht vervolgen in de pas van het vee, dat voor mij uittrekt, en in de pas van de kinderen, tot ik in Seïr kom bij mijn heer.
14どうか、私の主人はしもべより先に進んでください。私は、私の前にいる家畜の歩みと、子どもたちの歩みに合わせて、ゆっくりと進み、セイルにいる私の主人のところへ参ります。」
15Esau hernam: Dan zal ik tenminste enkele van de mannen, die mij vergezellen, te uwer beschikking stellen. Maar hij antwoordde: Waar is dat voor nodig; als ik maar genade vind in de ogen van mijn heer?
15エサウは言った。「では、私と一緒にいる人々の中から、何人かをあなたのところに残させてくれ。」 ヤコブは答えた。「その必要はありません。どうか、これ以上のお気遣いはなさらないでください。」
16Zo keerde Esau nog diezelfde dag naar Seïr terug.
16こうしてエサウは、その日、セイルへの道を帰って行った。
17Maar Jakob trok naar Soekkot; hij bouwde daar een huis voor zichzelf, en maakte er hutten voor zijn vee. Daarom wordt die plaats Soekkot genoemd.
17ヤコブはスコトへ旅をし、自分のために家を建て、家畜のために小屋を作った。それゆえ、その場所の名はスコトと呼ばれる。
18Na zijn terugkeer uit Paddan-Aram kwam Jakob behouden aan in de stad Sikem, die in het land Kanaän ligt, en legerde zich ten oosten der stad.
18ヤコブはパダン・アラムから来たとき、カナンの地にあるシェケムの町に無事に着き、その町の前で宿営した。
19Voor honderd goudstukken kocht hij van de zonen van Hemor, den vader van Sikem, de strook grond, waarop hij zijn tent had gespannen.
19彼は天幕を張った野の一部を、シェケムの父ハモルの子らの手から、百枚の銀で買い取った。
20Hij richtte daar een altaar op, en riep den God van Israël aan.
20彼はそこに祭壇を立て、それをエル・エロヘ・イスラエルと呼んだ。
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.