Genesis 33
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Nu sloeg Jakob zijn ogen op en keek rond; en zie, daar kwam Esau aan met vierhonderd man. Toen verdeelde hij zijn kinderen onder Lea, Rachel en zijn beide slavinnen.
1Споглянувши ж Яков очима своїми, постеріг, се ж Езав, брат його, йде, і чотири ста чоловіка з ним. І роздїлив дїток Леї, Рахелї і двох рабинь.
2De slavinnen met haar kinderen plaatste hij voorop, Lea met haar kinderen daar achter, en Rachel met Josef achteraan.
2І поставив обидві рабинї зпереду, Лею ж і дїти її позаду, а Рахелю з Йосифом, дальш усїх, на посьлїдку.
3Zelf stelde hij zich aan hun spits, boog zich zevenmaal ter aarde neer, tot hij zijn broer genaderd was.
3Сам же прийшов перше них, і вклонивсь до землї сїм раз, перше нїм приступив до брата свого.
4Maar Esau snelde hem tegemoet, en omhelsde hem; hij viel hem om de hals, en kuste hem wenend.
4І прибіг Езав зустріч йому, і обняв його, та й припав йому на шию, і поцїлував його; і плакали обидва.
5Toen hij zijn ogen opsloeg en de vrouwen met de kinderen zag, vroeg hij: Wie hebt ge daar? Hij antwoordde: Het zijn de kinderen, die het God heeft behaagd, aan uw dienaar te schenken.
5І спогляне Езав, і побачив жени й дїти, й каже: Що ж сї в тебе? Він же каже: Дїти, що дарував Бог рабові твому.
6Nu traden de slavinnen met haar kinderen naar voren, en bogen zich voor hem neer.
6І приступили рабинї й дїти їх, і вклонились.
7Ook Lea trad met haar kinderen vooruit, en boog zich neer; daarna kwamen ook Josef en Rachel, en bogen zich neer.
7І приступила Лея те ж із дїтьми своїми й уклонились; потім же приступив Йосиф і Рахеля й уклонились.
8Toen sprak hij: Wat moet ge met heel dat leger, dat ik heb ontmoet? Hij antwoordde: Genade vinden in de ogen van mijn heer!
8І каже Езав: Про що ж у тебе всї цї полки, що я з ними зустрівся? Він же каже: Щоб ізнайшов раб твій милість ув очах в мого пана.
9Maar Esau hernam: Ik bezit meer dan genoeg, mijn broeder; behoud wat ge hebt.
9Каже ж Езав: У мене доволї, брате, держи своє про себе самого.
10Jakob hield aan: Neen, als ik genade gevonden heb in uw ogen, neem dan het geschenk van mij aan; want, daar gij vriendelijk voor mij waart, heb ik uw gelaat gezien, zoals men Gods aanschijn aanschouwt.
10І каже Яков: Коли знайшов я ласку в очах твоїх, прийми гостинцї з руки моєї тому, що побачив я лице твоє, як би хто побачив лице Боже, і що був єси прихилен до мене.
11Wil toch het blijk van mijn hulde aanvaarden, dat ik u heb aangeboden; want God is mij genadig geweest, zodat ik overvloed heb. Toen hij zo bij hem aandrong, nam hij het aan.
11Прийми благословеннє моє, що я принїс тобі, бо мене Бог благословив, і всього доволї в мене. І присилував його, і взяв він.
12Daarop sprak: Laten we opbreken en verder trekken; ik zal u dan begeleiden.
12І каже: Рушаймо в дорогу. Я пійду по переду.
13Maar hij antwoordde: Mijn heer, gij ziet, dat de kinderen nog zwak zijn. Bovendien moet ik voor de schapen en zogende runderen zorgen; als die één dag te veel gejaagd worden, gaat heel de kudde te gronde.
13Каже ж йому: Пан мій знає, що дїтки в мене маленькі, а вівцї й корови кітні й тїльні; як же пожену їх один день, занапащу всю скотину.
14Laat dus mijn heer zijn dienaar vooruitgaan; ik zal op mijn gemak mijn tocht vervolgen in de pas van het vee, dat voor mij uittrekt, en in de pas van de kinderen, tot ik in Seïr kom bij mijn heer.
14Нехай пан мій іде попереду раба свого, я ж пійду повагом, дивлячись по сназї худоби, що йти ме передо мною, і як пійде дїтвора, поки прийду до пана мого в Сеїр.
15Esau hernam: Dan zal ik tenminste enkele van de mannen, die mij vergezellen, te uwer beschikking stellen. Maar hij antwoordde: Waar is dat voor nodig; als ik maar genade vind in de ogen van mijn heer?
15І каже Езав: Оставлю ж із тобою кілька людей моїх. Він же каже: Про що воно? Аби знайшов я ласку в очах пана мого.
16Zo keerde Esau nog diezelfde dag naar Seïr terug.
16Вернувся ж Езав того дня на свою путь у Сеїр.
17Maar Jakob trok naar Soekkot; hij bouwde daar een huis voor zichzelf, en maakte er hutten voor zijn vee. Daarom wordt die plaats Soekkot genoemd.
17А Яков мандрував далїй у Суккот і побудовав собі домівку, а скотинї своїй поробив кущі. Тим і проложено прізвище врочищу тому Суккот.
18Na zijn terugkeer uit Paddan-Aram kwam Jakob behouden aan in de stad Sikem, die in het land Kanaän ligt, en legerde zich ten oosten der stad.
18І дойшов щасливо Яков до городу Сихему, що в Канаан землї, вернувшись із Мезопотамїї, та й отаборився перед городом.
19Voor honderd goudstukken kocht hij van de zonen van Hemor, den vader van Sikem, de strook grond, waarop hij zijn tent had gespannen.
19І купив частину поля, де отаборивсь, у синів Геммора, отця Сихемового, за сто срібняків.
20Hij richtte daar een altaar op, en riep den God van Israël aan.
20І поставив там жертівника, та й призвав імя Господа Бога Ізраїлевого.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.