Genesis
Chapter 23
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Toen Sara honderd zeven en twintig jaren oud was (dat was de leeftijd van Sara),
1Було ж віку Сарриного сто і двайцять і сїм год. Се года живота Сарриного.
2stierf Sara te Kirjat-Arba, nu Hebron genoemd, in het land Kanaän. En nadat Abraham lijkklacht over Sara had gehouden, en haar had beweend,
2І вмерла Сарра в Кирят-Арбі. Се Геброн в Канаан землї. Прийшов же Авраам плакати по Саррі да падкувати.
3verliet Abraham zijn afgestorvene, om met de zonen van Chet te gaan spreken.
3І встав Авраам од мерця свого, і рече синам Хетовим:
4Hij zeide: Ik leef maar als gast en vreemde bij u; maar staat mij toch een familiegraf bij u af, waar ik mijn dode, die van mij is heengegaan, kan begraven.
4Пересельник і чужениця я в вас! Дайте ж менї в наслїддє гробовище між вами, щоб менї поховати мерця мого від мене.
5De zonen van Chet gaven Abraham ten antwoord:
5Відказали ж Авраамові сини Хетові говорючи:
6Heer, hoor ons aan. Gij zijt een vorst Gods onder ons! Begraaf dus uw afgestorvene in het mooiste onzer graven; niemand van ons zal u zijn eigen grafstede weigeren, om er uw afgestorvene in te begraven.
6Нї, добродію! Князь від Бога ти єси в нас; вибравши гробовище з наших, поховай мерця твого. Нїхто бо з нас не заборонить гробовища свого тобі, щоб тобі поховати мерця твого таменьки.
7Toen stond Abraham op, boog zich ter aarde voor de Chittieten, de bewoners van het land,
7Устав же Авраам і вклонився землякам, синам Хетовим.
8en zeide tot hen: Zo gij er in toestemt, dat ik mijn dode, die van mij is heengegaan, begraaf, weest mij dan terwille, en doet een goed woord voor mij bij Efron, den zoon van Sóchar.
8І каже до них Авраам і промовив: Коли вам по душі, щоб менї поховати мертве моє від мене, послухайте мене, і мовляйте про мене Ефронові Зогаренкові.
9Laat hij mij de grot van Makpela verkopen, die zijn eigendom is, en die aan de rand van zijn akker ligt. Laat hij ze mij in uwe tegenwoordigheid voor de volle prijs tot familiegraf afstaan.
9І нехай поступиться менї печерою Махпеловою, що конець поля його. За повну цїну нехай поступиться менї нею в наслїднє гробовище між вами.
10Daar ook Efron zelf in de kring der Chittieten zat, stond dus Efron, de Chittiet, Abraham te woord ten aanhoren van al de zonen van Chet, die naar de poort van zijn stad waren gekomen. Hij sprak:
10Ефрон же седїв посеред синів Хетових. Відказуючи ж Ефрон Хетїянин Авраамові каже так, що чули його сини Хетові і всї, що повиходили до міської царини.
11Zo niet, heer: maar luister naar mij: Ik geef u het land ten geschenke met de grot, die er op ligt; in tegenwoordigheid van mijn stamgenoten sta ik ze u af; begraaf er uw dode.
11Нї, добродїю! Вислухай мене. Те поле оддаю тобі й печеру, що на йому, перед очима синів народу мого оддаю тобі; поховай мерця твого.
12Weer boog Abraham voor de bewoners van het land zich ter aarde,
12І поклонивсь Авраам перед земляками,
13en sprak tot Efron ten aanhoren van alle bewoners van het land: Zo gij de eigenaar zijt, hoor mij dan aan: Ik wil toch liever het land betalen; neem het geld van mij aan, dan kan ik mijn dode daar begraven.
13І каже Ефронові в слухи перед усїма земляками: Вислухай ти мене! Гроші за ниву возьми в мене; і поховаю мертве моє таменьки.
14Maar Efron antwoordde weer aan Abraham:
14Відказав же Ефрон Авраамові:
15Toch niet, heer, maar luister naar mij: Een stuk land van vierhonderd zilveren sikkels, wat betekent dat nu voor u of mij; begraaf dus uw dode.
15Нї, добродїю! Землї тут за чотирі ста секлїв срібла; та що воно між мною й тобою? Ти ж поховай мерця твого.
16Abraham ging in op het aanbod van Efron, en woog het zilver af, dat Efron ten aanhoren van de zonen van Chet had gevraagd: vierhonderd zilveren sikkels, zoals ze bij de kooplui gangbaar zijn.
16І послухав Авраам Ефрона, та й одважив Авраам Ефронові срібло, скільки він казав в слухи перед синами Хетовими, чотирі ста секлїв срібла ходячого в купцїв.
17Zo werd de akker van Efron, die in Makpela ten oosten van Mamre ligt, zowel de akker zelf als de grot, die er op ligt, met de bomen, die op de akker stonden, en die het hele terrein omringden,
17І стало поле Ефронове в Махпелщинї, що навпроти Мамрійщини, поле й печера на йому з усїма деревами на полї, що було в усїх межах своїх, забезпечене,
18Abrahams eigendom in tegenwoordigheid van al de Chittieten, die naar de poort van zijn stad waren gekomen.
18Авраамові в наслїдню державу перед синами Хетовими й перед усїма, що приходили до міської царини.
19Nu begroef Abraham zijn vrouw Sara in de grot op de akker van Makpela, ten oosten van Mamre, dat Hebron is, in het land Kanaän.
19І після того поховав Авраам Сарру, жінку свою, в печері Махпелевого поля, навпроти Мамрійщини. Се Геброн у Канаан землї.
20Zo ging de akker en de grot, die er op ligt, van de zonen van Chet aan Abraham over als familiegraf.
20Так дісталось Авраамові від синів Хетових поле й печера на йому в наслїдню державу на гробовище.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.