Genesis
Chapter 9
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Toen zegende God Noë met zijn zonen, en sprak tot hen: Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt u, en bevolkt de aarde.
1І благословив Бог Нояга і сини його, і рече їм: Бувайте плодющі і намножуйтесь і залюднюйте землю.
2Vrees en schrik voor u zal heersen bij alle dieren op de aarde en bij alle vogels in de lucht; al wat over de aarde kruipt en alle vissen in de zee zijn onderworpen aan uw macht.
2І страх і ляк перед вами нехай находить на всяку животину земну, і на всяке птаство небесне, і на все лазюче по землї, і на всяку рибу морську. На поталу вам подав я їх.
3Alles, wat beweegt en leeft zal u tot voedsel strekken; met het groene gewas geef Ik dit alles aan u.
3Усяке двигуще, що живе на землї, буде ваша їда; як зело травяне подаю вам усе.
4Alleen het vlees, waarin de ziel nog woont, die het bloed is, moogt ge niet eten.
4Тілько мясива з його кровю, душею, щоб не їли.
5Maar uw eigen levensbloed zal Ik wreken; van alle dieren zal Ik het terugeisen, zowel als van de mensen; van iedereen zal Ik het leven van den evenmens terugvorderen.
5Крові бо вашої, душ ваших, вимагатиму, на всякій животинї мститимусь за неї і допевнятимусь душі людської від руки чоловіка, від руки братя його.
6Wie het bloed van een mens vergiet, Diens bloed zal door mensen worden vergoten; Want als zijn beeld heeft God den mens gemaakt.
6Хто проллє кров людську, того кров теж проливати ме чоловік: бо в образ Божий сотворив Бог чоловіка.
7Gij dan weest vruchtbaar en vermenigvuldigt u; wordt talrijk op de aarde, en bevolkt haar.
7Ви ж росплоджуйтесь і намножуйтесь, буяйте по землї і множтесь по її.
8Daarop sprak God tot Noë en zijn zonen:
8І рече Бог Ноягові та синам його з ним, глаголючи:
9Zie, Ik zelf, Ik sluit mijn verbond met u, en met uw kroost na u,
9Ось я поставляю заповіт мій з вами і з вашим потомством по вас.
10en met alle levende wezens, die bij u zijn: met de vogels, de viervoetige dieren en alle dieren der aarde, met al wat uit de ark is gekomen, met al wat op de aarde leeft.
10І з усякою душею живою, що з вами, з птаством і скотиною, і з усїм живим на землї, що з вами буде, з усїма, що повиходили з ковчега.
11Ik sluit met u mijn verbond, dat nooit meer een schepsel door de wateren van de zondvloed zal worden verdelgd, en dat er nooit meer een zondvloed zal komen om de aarde te verwoesten.
11І постановлю заповіт мій з вами: що нїяке тїло не вимре вже од потопньої води, і не буде вже потопу водного, щоб спустошити всю землю.
12En God sprak: Dit is het teken van het verbond, Dat Ik sluit voor alle geslachten, die komen: Tussen Mij en tussen u, En alle levende wezens, die bij u zijn.
12І рече Господь Бог Ноягові: Ось вам знаменнє заповіту, що я дав між мною і вами і між усякою живою душею, яка єсть з вами в роди вічні:
13Mijn boog zet Ik in de wolken Als een teken van het verbond tussen Mij en de aarde!
13Райдугу́ мою покладаю в хмарі, щоб вона була знаменом заповіту між мною і землею.
14Wanneer Ik op de aarde de wolken samenpak, En de boog verschijnt in de wolken,
14І станеться, як наведу хмари понад землею, що зъявиться веселка моя в хмарі.
15Dan zal Ik mijn verbond gedenken Tussen Mij en u en alle levende wezens. De wateren zullen nooit meer zwellen tot een zondvloed, Om alle vlees te verdelgen.
15І спогадаю заповіт мій, що постав між мною і вами, і між усякою живою душею в усякому тїлї: що не буде вже води потопньої на погибель усякому тїлу.
16Als de boog in de wolken staat, Zal Ik hem zien, om het eeuwig verbond te gedenken Tussen God en alle levende wezens, Alle schepselen, die op aarde zijn.
16А буде райдуга моя в хмарі, і дивитись му на її, щоб спогадати заповіт вічний між Богом і землею, і між усякою живою душею і всяким тїлом, яке єсть на землї.
17En God sprak tot Noë: Dit is het teken van het verbond, dat Ik gesloten heb tussen Mij en alle schepselen, die op aarde zijn.
17І рече Бог Ноягові: Се знаменнє вмови, що постановив я проміж мною і усяким тїлом, яке єсть на землї.
18De zonen van Noë, die de ark verlieten, waren Sem, Cham en Jáfet; Cham was de vader van Kanaän.
18Сини ж Ноягові, що повиходили з ковчега, були: Сем, Хам і Яфет. Хам же був отець Канаанів.
19Dit waren de drie zonen van Noë, en door hen werd de hele aarde bevolkt.
19Троє сих сини Ноягові, і від них порозсївались люде по всїй землї.
20Noë begon het land te bebouwen, en plantte een wijngaard.
20І почав Нояг бути ратаєм на землї і насадив виноград.
21Hij dronk van de wijn, werd er door bedwelmd, en lag naakt in zijn tent.
21І пив вино, та й упився і лежав обнаживши ся у наметї свойму.
22Toen Cham, de vader van Kanaän, de schaamte van zijn vader zag, ging hij het buiten aan zijn twee broers vertellen.
22І побачив Хам, отець Канаанів, наготу батька свого, і вийшовши геть оповідав обом братам своїм.
23Maar Sem en Jáfet haalden een mantel, legden die allebei op hun schouders, liepen achterwaarts binnen, en met afgewend gelaat bedekten ze de schaamte van hun vader, zodat ze de schaamte van hun vader niet zagen.
23І взявши Сем та Яфет гуню, накинули її на плечі собі та й ійшли дивлячись назад, і прикрили наготу батька свого, а лиця їх дивились назад, і наготи батькової не бачили вони.
24Toen Noë uit zijn roes was ontwaakt, en vernam, wat zijn jongste zoon hem had gedaan,
24Отверезився ж Нояг од хмелю свого, та й довідався, що вчинив йому підстарший син його,
25sprak hij: Vervloekt zij Kanaän, Een slaaf der slaven zal hij zijn voor zijn broeders.
25І рече: Ой щоб же ти долї не мав, Канаане! Рабом що найнисшим служити меш браттї.
26Hij sprak: Gezegend zij Jahweh, de God van Sem, Kanaän zij hem tot slaaf.
26Хвала Господеві! Се Бог мого Сема. А ти, Канаане, рабом у них будеш.
27Moge God voor Jáfet ruimte maken, Dat hij wone in de tenten van Sem; Kanaän zij hem tot slaaf.
27Розшируй Яфета і дай йому, Боже, седїти у Сема, у брата в наметї, а ти, Канаане, рабом у них будеш.
28Noë leefde na de zondvloed nog driehonderd vijftig jaar.
28І пожив Нояг по потопі триста і пятдесять год;
29Heel de levensduur van Noë was negenhonderd vijftig jaar. En hij stierf.
29І було всїх днїв Ноягових років деватьсот пятьдесять, і вмер.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.