Genesis 38
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Omstreeks diezelfde tijd verliet Juda zijn broers, en begaf zich naar een man in Adoellam, Chira genaamd.
1І сталось того часу, Юда відлучивсь од браття свого, та й присусїдивсь до одного Адуламця, на прізвище Гіра.
2Daar zag Juda de dochter van een Kanaäniet, die Sjóea heette; hij nam haar tot vrouw, en hield gemeenschap met haar.
2І побачив там дочку одного Канаанця, його імя Шуа, і взяв і ввійшов до неї.
3Zij werd zwanger, en baarde een zoon, dien ze Er noemde.
3І завагонївши вродила вона сина, і дала йому імя Гер.
4Zij werd nog eens zwanger, en baarde een zoon, dien zij de naam Onan gaf.
4І завагонївши знов, уродила сина, і дала йому імя Онан.
5Daarna baarde zij nog een zoon, dien zij Sjela noemde. Zij bevond zich te Kezib, toen zij hem baarde.
5І завагонївши знов уродила ще сина, і дала йому імя Села. І був Юда у Кезїбі, як вона роджала.
6Later nam Juda voor Er, zijn eerstgeborene, een vrouw, Tamar geheten.
6І взяв Юда жінку Герові, первенцеві свойму, на імя Тамара.
7Maar Er, de eerstgeborene van Juda, was slecht in de ogen van Jahweh, zodat Jahweh hem deed sterven.
7Був же Гер первенець Юдин, ледачий ув очу в Господа, і вбив його Господь.
8Toen zeide Juda tot Onan: Ga naar de vrouw van uw broer, sluit een zwagerhuwelijk met haar, en zorg dat ge kinderen verwekt voor uw broer.
8Каже ж Юда Онанові: Увійди до братовоі жінки, та оженись із нею, яко дївер, і возстав сїмя братові твойму.
9Maar Onan, die wist, dat die kinderen niet aan hem zouden behoren, liet telkens, als hij tot zijn schoonzuster kwam, het zaad op de grond verloren gaan, om geen kinderen voor zijn broer te verwekken.
9Знав же Онан, що не йому буде насїннє, і як увіходив до братової жінки, проливав сїмє на землю, щоб не дати насїння братові свойму.
10Zijn gedrag was slecht in de ogen van Jahweh; zodat Hij ook hem liet sterven.
10Ледарство ж погань було в очу в Бога, що він коїв; тим убив і сього.
11Toen sprak Juda tot zijn schoondochter Tamar: Blijf als weduwe in uw vaderlijk huis, tot mijn zoon Sjela volwassen is. Want hij dacht: anders zal ook hij sterven evenals zijn broers. En Tamar ging heen, en bleef in het huis van haar vader wonen.
11Каже Юда Тамарі, невістцї своїй: Седи вдовою в отецькій господї, докіль великий буде Села, син мій. Каже бо сам собі: Колиб і сей не вмер, як брати його. І пійшла Тамара й седїла в отецькій госпо́дї.
12Geruime tijd later stierf de dochter van Sjóea, Juda’s vrouw. Toen de rouwtijd voorbij was, ging Juda eens in gezelschap van zijn vriend Chira uit Adoellam naar Timna, om zijn schapenscheerders te bezoeken.
12Як уплило ж доволї часу, померла Шуанова дочка, жінка Юдина. Віджурившись після того Юда, пійшов до овечих стригачів своїх, сам і приятель його Гіра Адуламець, у Тімну.
13Men bracht Tamar het bericht: Uw schoonvader komt naar Timna, om zijn schapen te scheren.
13І сповістили невістку його Тамару говорючи: Он свекір твій ійде в Тімну стригти вівцї свої.
14Nu legde zij haar weduwkleed af, hulde zich in een sluier, en ging vermomd bij de poort van Enáim zitten, dat op de weg naar Timna ligt. Want zij wist, dat Sjela groot was geworden, en zij hem toch niet tot vrouw werd gegeven.
14Вона ж, поскидавши вдовицьку одежу з себе, окрилась наміткою, та заквіччалась, і сїла в Енаїмській царинї, що при дорозї в Тімну, знавши, що вже дорослий Села, та її не дано йому за жінку.
15Toen Juda haar zag, hield hij haar voor een deerne, omdat zij haar gelaat had gesluierd.
15І побачивши Юда, подумав, що се блудниця; окрила бо лице собі, і не впізнав її.
16Hij verliet de weg, ging naar haar toe en sprak: Kom, ik wil met u mee. Hij wist immers niet, dat het zijn schoondochter was. Zij antwoordde: Wat geeft ge mij, als ge bij me moogt komen?
16Завернув же до неї з манівця, та й каже їй: Попусти менї ввійти до тебе. Не впізнав бо, що се невістка йому. Вона ж каже: Що менї даси, як увійдеш до мене?
17Hij zeide: Ik zal u een geitebokje van de kudde sturen. Zij antwoordde: Als ge een pand geeft, tot ge het mij hebt gestuurd.
17Він же каже: Пошлю тобі кізлика з отари. Вона ж каже: А чи даси менї залог докіль пришлеш?
18Hij hernam: Wat voor een pand moet ik u geven? Zij antwoordde: Uw zegel met snoer en de staf, die ge in uw hand hebt. Hij gaf ze haar, hield gemeenschap met haar, en zij ontving van hem.
18Він же каже: Який залог тобі дати? Вона каже: Перстень з печаткою твоєю, твій пояс, та палицю, що в руцї в тебе. І дав їй, та й увійшов до неї, і завагонїла від його.
19Nu stond zij op, en ging heen; ze legde haar sluier af en trok haar weduwkleed weer aan.
19І встала та й пійшла, і скинула намітку з себе, і вдяглась ув одїж удовицьку.
20Toen Juda nu door zijn vriend uit Adoellam een geitebokje liet brengen, om het pand uit de handen van de vrouw terug te krijgen, vond deze haar niet.
20Послав же Юда кізлика через руки приятеля свого Адуламця, узяти залог од молодицї, та не знайшов її.
21Hij ondervroeg de bewoners van die plaats: Waar is de deerne, die hier bij Enáim langs de weg zit? Maar zij antwoordden: Er is hier geen deerne.
21Поспитав же в міських людей, та й каже: Де блудниця, що седїла під Енамом при дорозї? І мовляли вони: Не було тутеньки нїякої блудницї.
22Toen keerde hij naar Juda terug, en zeide: Ik heb haar niet kunnen vinden; en de mensen van die plaats beweren, dat daar nooit een deerne geweest is.
22І вернувся до Юди та й каже: Не знайшов, і люде міські кажуть: Не було тутеньки нїякої блудницї.
23Juda sprak: Dan moet zij pand maar houden; we kunnen ons toch niet uit laten lachen. Ik heb het bokje gestuurd, maar gij hebt haar niet kunnen vinden.
23Каже ж Юда: Нехай візьме собі, аби не сьміялись із нас; бо я послав кізлика, ти ж не знайшов.
24Ongeveer drie maanden later werd aan Juda bericht: Uw schoondochter Tamar heeft ontucht bedreven, en is zwanger geworden. Juda sprak: Brengt ze naar buiten, om ze te verbranden!
24І сталось через три місяцї, повідано Юдї: Зблудила Тамара, невістка твоя, і вже завагонїла від блуду. Каже ж Юда: Виведїт її, нехай спалять.
25Reeds werd ze naar buiten geleid, toen ze haar schoonvader liet zeggen: Van den man, aan wien deze dingen behoren, heb ik ontvangen. En zij liet er aan toevoegen: Kijk eens goed, wien dit zegel met snoer en die staf toebehoren.
25Вона ж, як її ведено, послала до свекра свого говорючи: Від того чоловіка, чиє оце, я завагонїла. І каже: Познавай, чий се перстень з печаткою, пояс і палиця.
26Juda herkende ze en sprak: Zij is tegenover mij in haar recht; want ik heb haar niet aan mijn zoon Sjela gegeven. Maar hij hield verder geen gemeenschap met haar.
26Упізнав же Юда, та й каже: Оправдалась Тамара лучче мене; бо не оддав я її за Селу, сина мого. І не взнав її вже більше.
27Toen de tijd van haar verlossing nabij was, bleek er een tweeling in haar schoot te zijn.
27Сталося ж, як роджала, що були близнята в утробі її.
28Tijdens de verlossing stak er een zijn handje uit. De vroedvrouw greep het vast, bond er een purperen draad om, en zeide: Deze is het eerst gekomen.
28Сталося ж, як роджала, висунуло ручку, і взявши баба-сповитуха, перевязала ручку йому червоною ниткою, говорючи: Се вийшло перве.
29Maar hij trok zijn handje terug, en toen kwam zijn broertje te voorschijn. Nu sprak ze: Wat voor een bres hebt gij u gemaakt! En zij noemde hem Fares.
29І сталось, як потягло назад ручку, дивись, вийшов брат його. Вона ж каже: Як се ти прорвавсь? І дала йому імя Перез.
30Daarna kwam zijn broertje, die de purperen draad om zijn handje had, en zij noemde hem Zara.
30А потім вийшов брат його, і в його на ручцї була червона нитка. І дала імя йому Серах.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.