Genesis 38
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Daničić–Karadžić Bible (1868), Cyrillic
1Omstreeks diezelfde tijd verliet Juda zijn broers, en begaf zich naar een man in Adoellam, Chira genaamd.
1А у то време догоди се, те Јуда отиде од браће своје и уврати се код неког Одоламејца, коме име беше Ирас.
2Daar zag Juda de dochter van een Kanaäniet, die Sjóea heette; hij nam haar tot vrouw, en hield gemeenschap met haar.
2И онде виде Јуда кћер неког Хананејца, коме име беше Сава, и узе је и леже с њом;
3Zij werd zwanger, en baarde een zoon, dien ze Er noemde.
3и она затрудне и роди сина, коме надеде име Ир.
4Zij werd nog eens zwanger, en baarde een zoon, dien zij de naam Onan gaf.
4И опет затрудневши роди сина, коме надеде име Авнан.
5Daarna baarde zij nog een zoon, dien zij Sjela noemde. Zij bevond zich te Kezib, toen zij hem baarde.
5И опет роди сина, и надеде му име Силом; а Јуда беше у Хасви кад она тога роди.
6Later nam Juda voor Er, zijn eerstgeborene, een vrouw, Tamar geheten.
6И Јуда ожени првенца свог Ира девојком по имену Тамара.
7Maar Er, de eerstgeborene van Juda, was slecht in de ogen van Jahweh, zodat Jahweh hem deed sterven.
7Али Ир првенац Јудин беше неваљао пред Господом, и уби га Господ.
8Toen zeide Juda tot Onan: Ga naar de vrouw van uw broer, sluit een zwagerhuwelijk met haar, en zorg dat ge kinderen verwekt voor uw broer.
8А Јуда рече Авнану: Уђи к жени брата свог и ожени се њом на име братово, да подигнеш семе брату свом.
9Maar Onan, die wist, dat die kinderen niet aan hem zouden behoren, liet telkens, als hij tot zijn schoonzuster kwam, het zaad op de grond verloren gaan, om geen kinderen voor zijn broer te verwekken.
9А Авнан, знајући да неће бити његов пород, кад леже са женом брата свог просипаше на земљу, да не роди деце брату свом.
10Zijn gedrag was slecht in de ogen van Jahweh; zodat Hij ook hem liet sterven.
10Али Господу не би мило што чињаше, те уби и њега.
11Toen sprak Juda tot zijn schoondochter Tamar: Blijf als weduwe in uw vaderlijk huis, tot mijn zoon Sjela volwassen is. Want hij dacht: anders zal ook hij sterven evenals zijn broers. En Tamar ging heen, en bleef in het huis van haar vader wonen.
11И Јуда рече Тамари снаси својој: Остани удовицом у кући оца свог докле одрасте Силом син мој. Јер говораше: Да не умре и он као браћа му. И отиде Тамара, и живеше у кући оца свог.
12Geruime tijd later stierf de dochter van Sjóea, Juda’s vrouw. Toen de rouwtijd voorbij was, ging Juda eens in gezelschap van zijn vriend Chira uit Adoellam naar Timna, om zijn schapenscheerders te bezoeken.
12А кад прође много времена, умре кћи Савина, жена Јудина. И кад се Јуда утеши, пође у Тамну к људима што му стрижаху овце, сам с Ирасом пријатељем својим Одоламејцем.
13Men bracht Tamar het bericht: Uw schoonvader komt naar Timna, om zijn schapen te scheren.
13И јавише Тамари говорећи: Ето свекар твој иде у Тамну да стриже овце своје.
14Nu legde zij haar weduwkleed af, hulde zich in een sluier, en ging vermomd bij de poort van Enáim zitten, dat op de weg naar Timna ligt. Want zij wist, dat Sjela groot was geworden, en zij hem toch niet tot vrouw werd gegeven.
14А она скиде са себе удовичко рухо своје, и узе покривало и покри лице, и седе на раскршће на путу који иде у Тамну. Јер виде да је Силом одрастао, а њу још не удаше за њ.
15Toen Juda haar zag, hield hij haar voor een deerne, omdat zij haar gelaat had gesluierd.
15А Јуда када виде, помисли да је курва, јер беше покрила лице своје.
16Hij verliet de weg, ging naar haar toe en sprak: Kom, ik wil met u mee. Hij wist immers niet, dat het zijn schoondochter was. Zij antwoordde: Wat geeft ge mij, als ge bij me moogt komen?
16Па сврну с пута к њој и рече јој: Пусти да легнем с тобом. Јер није познао да му је снаха. А она рече: Шта ћеш ми дати да легнеш са мном?
17Hij zeide: Ik zal u een geitebokje van de kudde sturen. Zij antwoordde: Als ge een pand geeft, tot ge het mij hebt gestuurd.
17А он рече: Послаћу ти јаре из стада. А она рече: Али да ми даш залог докле га не пошаљеш.
18Hij hernam: Wat voor een pand moet ik u geven? Zij antwoordde: Uw zegel met snoer en de staf, die ge in uw hand hebt. Hij gaf ze haar, hield gemeenschap met haar, en zij ontving van hem.
18А он рече: Какав залог да ти дам? А она рече: Ето, прстен и рубац, и штап што ти је у руци. И он јој даде, те леже с њом, и она затрудне од њега.
19Nu stond zij op, en ging heen; ze legde haar sluier af en trok haar weduwkleed weer aan.
19После уставши Тамара отиде и скиде покривало са себе и обуче удовичко рухо.
20Toen Juda nu door zijn vriend uit Adoellam een geitebokje liet brengen, om het pand uit de handen van de vrouw terug te krijgen, vond deze haar niet.
20А Јуда посла јаре по пријатељу свом Одоламејцу да му донесе натраг од жене залог. Али је он не нађе.
21Hij ondervroeg de bewoners van die plaats: Waar is de deerne, die hier bij Enáim langs de weg zit? Maar zij antwoordden: Er is hier geen deerne.
21Па питаше људе по оном месту где је она била говорећи: Где је она курва што је била на раскршћу на овом путу? А они рекоше: Није овде било курве.
22Toen keerde hij naar Juda terug, en zeide: Ik heb haar niet kunnen vinden; en de mensen van die plaats beweren, dat daar nooit een deerne geweest is.
22И врати се к Јуди и рече: Не нађох је, него још рекоше мештани: Није овде било курве.
23Juda sprak: Dan moet zij pand maar houden; we kunnen ons toch niet uit laten lachen. Ik heb het bokje gestuurd, maar gij hebt haar niet kunnen vinden.
23А Јуда рече: Нека јој, да се не срамотимо; ја сам слао јаре, али је ти не нађе.
24Ongeveer drie maanden later werd aan Juda bericht: Uw schoondochter Tamar heeft ontucht bedreven, en is zwanger geworden. Juda sprak: Brengt ze naar buiten, om ze te verbranden!
24А кад прође до три месеца дана, јавише Јуди говорећи: Тамара снаха твоја учини прељубу, и ево затрудне од прељубе. А Јуда рече: Изведите је да се спали.
25Reeds werd ze naar buiten geleid, toen ze haar schoonvader liet zeggen: Van den man, aan wien deze dingen behoren, heb ik ontvangen. En zij liet er aan toevoegen: Kijk eens goed, wien dit zegel met snoer en die staf toebehoren.
25А кад је поведоше, посла к свекру свом и поручи: С човеком чије је ово затруднела сам. И рече: Тражи чији је овај прстен и рубац и штап.
26Juda herkende ze en sprak: Zij is tegenover mij in haar recht; want ik heb haar niet aan mijn zoon Sjela gegeven. Maar hij hield verder geen gemeenschap met haar.
26А Јуда позна и рече: Правија је од мене, јер је не дадох сину свом Силому. И више не леже с њом.
27Toen de tijd van haar verlossing nabij was, bleek er een tweeling in haar schoot te zijn.
27А кад дође време да роди, а то близанци у утроби њеној.
28Tijdens de verlossing stak er een zijn handje uit. De vroedvrouw greep het vast, bond er een purperen draad om, en zeide: Deze is het eerst gekomen.
28И кад се порађаше, једно дете помоли руку, а бабица узе и веза му црвен конац око руке говорећи: Овај је први.
29Maar hij trok zijn handje terug, en toen kwam zijn broertje te voorschijn. Nu sprak ze: Wat voor een bres hebt gij u gemaakt! En zij noemde hem Fares.
29Али он увуче руку, и гле изађе брат његов, а она рече: Како продре? Продирање нека ти буде. И надеше му име Фарес.
30Daarna kwam zijn broertje, die de purperen draad om zijn handje had, en zij noemde hem Zara.
30А после изађе брат му, коме око руке беше црвени конац, и надеше му име Зара.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.