Genesis
Chapter 8
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Daničić–Karadžić B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Daničić–Karadžić Bible (1868), Cyrillic
1Toen dacht God aan Noë, en aan alle wilde en tamme dieren, die met hem in de ark waren. God deed een wind over de aarde waaien, waardoor het water begon te zakken.
1А Бог се опомену Ноја и свих звери и све стоке што беху с њим у ковчегу; и посла Бог ветар на земљу да узбије воду.
2De kolken van de afgrond en de sluizen van de hemel werden gesloten, en de regen uit de hemel hield op.
2И затворише се извори бездану и уставе небеске, и дажд с неба престаде.
3Het water vloeide langzaam heen, en zakte na verloop van honderd vijftig dagen van de aarde weg.
3И стаде вода опадати на земљи, и једнако опадаше после сто педесет дана;
4In de zevende maand, op de zeventiende dag van de maand, liep de ark op het gebergte Ararat vast.
4те се устави ковчег седмог месеца дана седамнаестог на планини Арарату.
5Het water bleef geleidelijk zakken tot de tiende maand; op de eerste dag der tiende maand werden de toppen der bergen zichtbaar.
5И вода опадаше све већма до десетог месеца; и првог дана десетог месеца показаше се врхови од брда.
6En toen er veertig dagen waren verlopen, opende Noë het venster, dat hij in de ark had gemaakt.
6А после четрдесет дана отвори Ноје прозор на ковчегу, који беше начинио;
7Hij liet een raaf los, die heen en weer bleef vliegen, tot het water op de aarde was opgedroogd.
7и испусти гаврана, који једнако одлеташе и долеташе докле не пресахну вода на земљи.
8Daarna liet hij een duif los, om te zien, of het water al van de aarde weg was.
8Па пусти и голубицу да би видео је ли опала вода са земље.
9Maar de duif vond geen plek voor haar pootjes en keerde naar hem terug in de ark; want het water hield nog de hele oppervlakte der aarde bedekt. Hij stak zijn hand uit, pakte ze beet, en haalde ze naar zich toe in de ark.
9А голубица не нашавши где би стала ногом својом врати се к њему у ковчег, јер још беше вода по свој земљи; и Ноје пруживши руку ухвати је и узе к себи у ковчег.
10Nu wachtte hij nog zeven dagen, en liet toen opnieuw een duif uit de ark.
10И почека још седам дана, по опет испусти голубицу из ковчега.
11De duif keerde tegen de avond naar hem terug, en droeg een frisse olijftak in de bek. Toen begreep Noë, dat het water van de aarde moest zijn weggezakt.
11И пред вече врати се к њему голубица, и гле, у кљуну јој лист маслинов, који беше откинула; тако позна Ноје да је опала вода са земље.
12Weer wachtte hij nu zeven dagen, en liet toen opnieuw de duif uitvliegen; maar nu keerde ze niet meer naar hem terug.
12Али почека још седам дана, па опет испусти голубицу, а она му се више не врати.
13In het zeshonderd eerste levensjaar van Noë, in het begin van de eerste maand, was het water van de aarde opgedroogd. Nu verwijderde Noë het dak van de ark, en keek naar buiten; en zie, de oppervlakte der aarde was droog.
13Шест стотина прве године века Нојевог први дан првог месеца усахну вода на земљи; и Ноје откри кров на ковчегу, и угледа земљу суву.
14In de tweede maand, op de zeven en twintigste dag der maand, was de aarde helemaal droog.
14А другог месеца двадесет седмог дана беше сва земља сува.
15Toen sprak God tot Noë:
15Тада рече Бог Ноју говорећи:
16Ga uit de ark; gij met uw vrouw, uw zonen en de vrouwen uwer zonen.
16Изађи из ковчега ти и жена твоја и синови твоји и жене синова твојих с тобом;
17En laat ook alle dieren, alle wezens die bij u zijn, tegelijk met u naar buiten komen: de vogels, de viervoetige dieren en al wat op de aarde kruipt; opdat ze zich weer op de aarde bewegen, vruchtbaar zijn, en talrijk worden op aarde.
17све звери што су са тобом од сваког тела, птице и стоку и шта год гамиже по земљи, изведи са собом, нека се разиђу по земљи, и нека се плоде и множе на земљи.
18Noë ging er dus uit met zijn zonen, zijn vrouw en de vrouwen van zijn zonen.
18И изиђе Ноје и синови његови и жена његова и жене синова његових с њим.
19Ook alle viervoetige dieren, alle vogels en al wat over de aarde kruipt, elk naar zijn soort, kwamen naar buiten uit de ark.
19Све звери, све ситне животиње, све птице и све што се миче по земљи по својим врстама изиђоше из ковчега.
20Toen bouwde Noë een altaar voor Jahweh; en hij nam van alle reine dieren en van alle reine vogels, en droeg ze op het altaar als brandoffer op.
20И начини Ноје жртвеник Господу, и узе од сваке чисте стоке и од свих птица чистих, и принесе на жртвенику жртве паљенице.
21Jahweh rook de aangename geur, en sprak bij Zich zelf: Nooit meer zal Ik om den mens de aarde vervloeken, want de gedachten van het mensenhart zijn slecht van zijn jeugd af; en nooit meer zal Ik alle levende wezens treffen, zoals Ik nu heb gedaan.
21И Господ омириса мирис угодни, и рече у срцу свом: Нећу више клети земље с људи, што је мисао срца човечијег зла од малена; нити ћу више убијати све што живи, као што учиних.
22Zolang de aarde bestaat, Zal er zaai(-) en oogsttijd, koude en hitte zijn; Zomer en winter, dag en nacht, Nooit houden ze op!
22Од сада докле буде земље, неће нестајати сетве ни жетве, студени ни врућине, лета ни зиме, дана ни ноћи.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.