Genesis 39
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Daničić–Karadžić Bible (1868), Cyrillic
1Josef was dus naar Egypte gevoerd, waar de Egyptenaar Potifar, een hoveling van Farao en overste van de lijfwacht, hem van de Jisjmaëlieten, die hem daarheen hadden gebracht, had gekocht.
1А Јосифа одведоше у Мисир; и Петефрије дворанин Фараонов, заповедник стражарски, човек Мисирац, купи га од Исмаиљаца, који га одведоше онамо.
2Maar Jahweh stond Josef bij, zodat het hem voorspoedig ging, en hij in het huis van zijn egyptischen meester mocht blijven.
2И Господ беше с Јосифом, те би срећан, и живеше у кући господара свог Мисирца.
3En toen zijn meester zag, dat Jahweh met hem was, en Jahweh alles, wat hij ondernam, deed gelukken,
3И господар његов виде да је Господ с њим и да све што ради Господ води у напредак у руци његовој.
4kwam Josef bij hem in de gunst, en moest hem persoonlijk bedienen. Hij gaf hem het toezicht over zijn huis, en vertrouwde hem al zijn bezittingen toe.
4И Јосиф стече милост у њега, и двораше га; а најпосле постави га над целим домом својим, и шта год имаше њему даде у руке.
5En van het oogenblik af, dat hij hem over zijn huis en al zijn bezittingen had gesteld, zegende Jahweh het huis van den Egyptenaar terwille van Josef. En toen de zegen van Jahweh bleef rusten op heel zijn bezit, in huis en op het land,
5А кад га постави над домом својим и над свим што имаше, од тада Господ благослови дом тога Мисирца ради Јосифа; и благослов Господњи беше на свему што имаше у кући и у пољу.
6liet hij tenslotte al zijn bezittingen door Josef beheren, en bemoeide zich met niets meer, dan met het brood, dat hij at. Josef was kloek van gestalte en knap van uiterlijk.
6И остави у Јосифовим рукама све што имаше, и не разбираше низашта осим јела које јеђаше. А Јосиф беше лепог стаса и лепог лица.
7Zo gebeurde het na enige tijd, dat de vrouw van zijn meester het oog op Josef liet vallen en zeide: Kom bij mij liggen.
7И догоди се после, те се жена господара његовог загледа у Јосифа, и рече: Лези са мном.
8Hij weigerde, en zeide tot de vrouw van zijn meester: Zie, mijn heer bemoeit zich met niets in zijn huis buiten mij om, en hij heeft mij al zijn bezittingen toevertrouwd.
8А он не хте, него рече жени господара свог: Ето господар мој не разбира низашта шта је у кући, него шта год има даде мени у руке.
9Hij zelf is hier in huis niet groter dan ik, en niets heeft hij aan mijn macht onttrokken behalve u, omdat ge zijn vrouw zijt. Hoe zou ik dan dit grote kwaad kunnen doen en zondigen tegen God?
9Ни сам није већи од мене у овој кући, и ништа не крије од мене осим тебе, јер си му жена; па како бих учинио тако грдно зло и Богу згрешио?
10En ofschoon ze dag in dag uit bij Josef aandrong, dat hij bij haar zou komen liggen, en haar terwille zou zijn, luisterde hij niet naar haar.
10И она говораше такве речи Јосифу сваки дан, али је не послуша да легне с њом ни да се бави код ње.
11Maar op zekere dag gebeurde het, dat hij naar huis kwam, om zijn werk te verrichten, en er niemand van de huisgenoten binnen was.
11А један дан кад дође Јосиф у кућу да ради свој посао, а не беше никога од домашњих у кући,
12Toen greep ze hem bij zijn kleren vast en zei: Kom bij mij liggen. Doch hij liet zijn kleed in haar handen achter, en vluchtte haastig naar buiten.
12она га ухвати за хаљину говорећи: Лези са мном. Али он оставивши јој у рукама хаљину своју побеже и отиде.
13Toen zij zag, dat hij zijn kleed in haar handen had achtergelaten en naar buiten was gevlucht,
13А кад она виде где јој остави у рукама хаљину своју и побеже,
14schreeuwde zij haar huisgenoten bijeen, en zei hun: Daar hebt ge het nu; men heeft een Hebreër in huis gebracht, om zijn spel met ons te drijven. Hij is naar mij toegekomen, om bij mij te liggen; maar ik ben gaan schreeuwen, zo hard ik kon.
14викну чељад своју, и рече им говорећи: Гледајте, довео нам је човека Јеврејина да нас срамоти; дође к мени да легне са мном, а ја повиках гласно;
15Toen hij mij zo hard hoorde schreeuwen en gillen, liet hij zijn kleed bij mij achter, en vluchtte haastig naar buiten.
15а он кад чу где вичем, остави хаљину своју код мене и побеже и отиде.
16Ze hield het kleed bij zich achter, totdat zijn meester thuis kwam.
16И она остави хаљину његову код себе док му господар дође кући.
17Toen vertelde ze hem hetzelfde: Die hebreeuwse slaaf, dien ge in huis hebt gehaald, is bij mij binnengedrongen, om zijn spel met mij te drijven.
17А тада му рече овако говорећи: Слуга Јеврејин, кога си нам довео, дође к мени да ме осрамоти;
18Maar toen ik hard begon te schreeuwen en te gillen, liet hij zijn kleed bij mij achter, en vluchtte haastig naar buiten.
18а ја повиках гласно, те он остави хаљину своју код мене и побеже.
19Toen de heer van Josef zijn vrouw hoorde vertellen, hoe zijn slaaf haar zou hebben behandeld, werd hij zeer toornig;
19А кад господар његов чу речи жене своје где му рече: То ми је учинио слуга твој, разгневи се врло.
20hij liet Josef grijpen en hem in de kerker werpen, waar de gevangenen van den koning zaten opgesloten. Maar ook toen Josef daar in de gevangenis zat,
20И господар Јосифов ухвати га, и баци га у тамницу, где лежаху сужњи царски: и би онде у тамници.
21stond Jahweh hem bij, en strekte zijn genade over hem uit. Hij zorgde er voor, dat hij bij den gevangenbewaarder in de gunst kwam,
21Али Господ беше с Јосифом и рашири милост своју над њим и учини те омиле тамничару.
22zodat deze al die in de kerker zaten opgesloten aan Josef toevertrouwde, en er niets geschiedde buiten hem om.
22И повери тамничар Јосифу све сужње у тамници, и шта је год требало онде чинити он уређиваше.
23De gevangenbewaarder bemoeide zich met niets, van wat hij Josef had toevertrouwd; want Jahweh stond hem bij, en wat hij deed, liet Jahweh gelukken.
23И тамничар не надгледаше ништа што беше у Јосифовој руци, јер Господ беше с њим; и шта год чињаше, Господ вођаше у напредак.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.