Genesis
Chapter 38
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Chinese Union Vers…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
1Omstreeks diezelfde tijd verliet Juda zijn broers, en begaf zich naar een man in Adoellam, Chira genaamd.
1那時, 猶大 離開他弟兄下去,到一個 亞杜蘭 人名叫 希拉 的家裏去。
2Daar zag Juda de dochter van een Kanaäniet, die Sjóea heette; hij nam haar tot vrouw, en hield gemeenschap met haar.
2猶大 在那裏看見一個 迦南 人名叫 書亞 的女兒,就娶她為妻,與她同房,
3Zij werd zwanger, en baarde een zoon, dien ze Er noemde.
3她就懷孕生了兒子, 猶大 給他起名叫 珥 。
4Zij werd nog eens zwanger, en baarde een zoon, dien zij de naam Onan gaf.
4她又懷孕生了兒子,母親給他起名叫 俄南 。
5Daarna baarde zij nog een zoon, dien zij Sjela noemde. Zij bevond zich te Kezib, toen zij hem baarde.
5她復又生了兒子,給他起名叫 示拉 。她生 示拉 的時候, 猶大 正在 基悉 。
6Later nam Juda voor Er, zijn eerstgeborene, een vrouw, Tamar geheten.
6猶大 為長子 珥 娶妻,名叫 她瑪 。
7Maar Er, de eerstgeborene van Juda, was slecht in de ogen van Jahweh, zodat Jahweh hem deed sterven.
7猶大 的長子 珥 在耶和華眼中看為惡,耶和華就叫他死了。
8Toen zeide Juda tot Onan: Ga naar de vrouw van uw broer, sluit een zwagerhuwelijk met haar, en zorg dat ge kinderen verwekt voor uw broer.
8猶大 對 俄南 說:「你當與你哥哥的妻子同房,向她盡你為弟的本分,為你哥哥生子立後。」
9Maar Onan, die wist, dat die kinderen niet aan hem zouden behoren, liet telkens, als hij tot zijn schoonzuster kwam, het zaad op de grond verloren gaan, om geen kinderen voor zijn broer te verwekken.
9俄南 知道生子不歸自己,所以同房的時候便遺在地,免得給他哥哥留後。
10Zijn gedrag was slecht in de ogen van Jahweh; zodat Hij ook hem liet sterven.
10俄南 所做的在耶和華眼中看為惡,耶和華也就叫他死了。
11Toen sprak Juda tot zijn schoondochter Tamar: Blijf als weduwe in uw vaderlijk huis, tot mijn zoon Sjela volwassen is. Want hij dacht: anders zal ook hij sterven evenals zijn broers. En Tamar ging heen, en bleef in het huis van haar vader wonen.
11猶大 心裏說:「恐怕 示拉 也死,像他兩個哥哥一樣」,就對他兒婦 她瑪 說:「你去,在你父親家裏守寡,等我兒子 示拉 長大。」 她瑪 就回去,住在她父親家裏。
12Geruime tijd later stierf de dochter van Sjóea, Juda’s vrouw. Toen de rouwtijd voorbij was, ging Juda eens in gezelschap van zijn vriend Chira uit Adoellam naar Timna, om zijn schapenscheerders te bezoeken.
12過了許久, 猶大 的妻子 書亞 的女兒死了。 猶大 得了安慰,就和他朋友 亞杜蘭 人 希拉 上 亭拿 去,到他剪羊毛的人那裏。
13Men bracht Tamar het bericht: Uw schoonvader komt naar Timna, om zijn schapen te scheren.
13有人告訴 她瑪 說:「你的公公上 亭拿 剪羊毛去了。」
14Nu legde zij haar weduwkleed af, hulde zich in een sluier, en ging vermomd bij de poort van Enáim zitten, dat op de weg naar Timna ligt. Want zij wist, dat Sjela groot was geworden, en zij hem toch niet tot vrouw werd gegeven.
14她瑪 見 示拉 已經長大,還沒有娶她為妻,就脫了她作寡婦的衣裳,用帕子蒙着臉,又遮住身體,坐在 亭拿 路上的 伊拿印 城門口。
15Toen Juda haar zag, hield hij haar voor een deerne, omdat zij haar gelaat had gesluierd.
15猶大 看見她,以為是妓女,因為她蒙着臉。
16Hij verliet de weg, ging naar haar toe en sprak: Kom, ik wil met u mee. Hij wist immers niet, dat het zijn schoondochter was. Zij antwoordde: Wat geeft ge mij, als ge bij me moogt komen?
16猶大 就轉到她那裏去,說:「來吧!讓我與你同寢。」他原不知道是他的兒婦。 她瑪 說:「你要與我同寢,把甚麼給我呢?」
17Hij zeide: Ik zal u een geitebokje van de kudde sturen. Zij antwoordde: Als ge een pand geeft, tot ge het mij hebt gestuurd.
17猶大 說:「我從羊群裏取一隻山羊羔,打發人送來給你。」 她瑪 說:「在未送以先,你願意給我一個當頭嗎?」
18Hij hernam: Wat voor een pand moet ik u geven? Zij antwoordde: Uw zegel met snoer en de staf, die ge in uw hand hebt. Hij gaf ze haar, hield gemeenschap met haar, en zij ontving van hem.
18他說:「我給你甚麼當頭呢?」 她瑪 說:「你的印、你的帶子,和你手裏的杖。」 猶大 就給了她,與她同寢,她就從 猶大 懷了孕。
19Nu stond zij op, en ging heen; ze legde haar sluier af en trok haar weduwkleed weer aan.
19她瑪 起來走了,除去帕子,仍舊穿上作寡婦的衣裳。
20Toen Juda nu door zijn vriend uit Adoellam een geitebokje liet brengen, om het pand uit de handen van de vrouw terug te krijgen, vond deze haar niet.
20猶大 託他朋友 亞杜蘭 人送一隻山羊羔去,要從那女人手裏取回當頭來,卻找不着她,
21Hij ondervroeg de bewoners van die plaats: Waar is de deerne, die hier bij Enáim langs de weg zit? Maar zij antwoordden: Er is hier geen deerne.
21就問那地方的人說:「 伊拿印 路旁的妓女在哪裏?」他們說:「這裏並沒有妓女。」
22Toen keerde hij naar Juda terug, en zeide: Ik heb haar niet kunnen vinden; en de mensen van die plaats beweren, dat daar nooit een deerne geweest is.
22他回去見 猶大 說:「我沒有找着她,並且那地方的人說:『這裏沒有妓女。』」
23Juda sprak: Dan moet zij pand maar houden; we kunnen ons toch niet uit laten lachen. Ik heb het bokje gestuurd, maar gij hebt haar niet kunnen vinden.
23猶大 說:「我把這山羊羔送去了,你竟找不着她。任憑她拿去吧,免得我們被羞辱。」
24Ongeveer drie maanden later werd aan Juda bericht: Uw schoondochter Tamar heeft ontucht bedreven, en is zwanger geworden. Juda sprak: Brengt ze naar buiten, om ze te verbranden!
24約過了三個月,有人告訴 猶大 說:「你的兒婦 她瑪 作了妓女,且因行淫有了身孕。」 猶大 說:「拉出她來,把她燒了!」
25Reeds werd ze naar buiten geleid, toen ze haar schoonvader liet zeggen: Van den man, aan wien deze dingen behoren, heb ik ontvangen. En zij liet er aan toevoegen: Kijk eens goed, wien dit zegel met snoer en die staf toebehoren.
25她瑪 被拉出來的時候便打發人去見她公公,對他說:「這些東西是誰的,我就是從誰懷的孕。請你認一認,這印和帶子並杖都是誰的?」
26Juda herkende ze en sprak: Zij is tegenover mij in haar recht; want ik heb haar niet aan mijn zoon Sjela gegeven. Maar hij hield verder geen gemeenschap met haar.
26猶大 承認說:「她比我更有義,因為我沒有將她給我的兒子 示拉 。」從此 猶大 不再與她同寢了。
27Toen de tijd van haar verlossing nabij was, bleek er een tweeling in haar schoot te zijn.
27她瑪 將要生產,不料她腹裏是一對雙生。
28Tijdens de verlossing stak er een zijn handje uit. De vroedvrouw greep het vast, bond er een purperen draad om, en zeide: Deze is het eerst gekomen.
28到生產的時候,一個孩子伸出一隻手來;收生婆拿紅線拴在他手上,說:「這是頭生的。」
29Maar hij trok zijn handje terug, en toen kwam zijn broertje te voorschijn. Nu sprak ze: Wat voor een bres hebt gij u gemaakt! En zij noemde hem Fares.
29隨後這孩子把手收回去,他哥哥生出來了;收生婆說:「你為甚麼搶着來呢?」因此給他起名叫 法勒斯 。
30Daarna kwam zijn broertje, die de purperen draad om zijn handje had, en zij noemde hem Zara.
30後來,他兄弟那手上有紅線的也生出來,就給他起名叫 謝拉 。

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.