Genesis
Chapter 47
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Chinese Union Vers…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
1Josef ging dus Farao berichten: Mijn vader en mijn broers zijn met hun schapen en runderen en met heel hun bezit uit het land Kanaän aangekomen, en bevinden zich in het land Gósjen.
1約瑟 進去告訴法老說:「我的父親和我的弟兄帶着羊群牛群,並一切所有的,從 迦南 地來了,如今在 歌珊 地。」
2Hij had vijf van zijn broers meegenomen, en stelde ze aan Farao voor.
2約瑟 從他弟兄中挑出五個人來,引他們去見法老。
3Farao vroeg aan zijn broers: Wat is uw beroep? Zij gaven Farao ten antwoord: Uw dienaren zijn schaapherders, van vader op zoon.
3法老問 約瑟 的弟兄說:「你們以何事為業?」他們對法老說:「你僕人是牧羊的,連我們的祖宗也是牧羊的。」
4En ze vervolgden tot Farao: We zijn gekomen, om de gastvrijheid van het land te genieten; want uw dienaars hadden geen weidegrond meer voor hun vee, daar de hongersnood het land Kanaän heeft geteisterd. Geef uw dienaren verlof, zich in het land Gósjen te vestigen.
4他們又對法老說:「 迦南 地的饑荒甚大,僕人的羊群沒有草吃,所以我們來到這地寄居。現在求你容僕人住在 歌珊 地。」
5Toen sprak Farao tot Josef: Nu uw vader en broers tot u zijn gekomen,
5法老對 約瑟 說:「你父親和你弟兄到你這裏來了,
6staat het land van Egypte voor u open. Laat uw vader en broers in het beste deel van het land wonen; ze kunnen in het land Gósjen blijven. En wanneer ge weet, dat er geschikte mannen onder hen zijn, stel ze dan tot opzichters over mijn eigen veestapel aan.
6埃及 地都在你面前,只管叫你父親和你弟兄住在國中最好的地;他們可以住在 歌珊 地。你若知道他們中間有甚麼能人,就派他們看管我的牲畜。」
7Nu ging Josef zijn vader Jakob halen, en stelde ook hem aan Farao voor. Nadat Jakob Farao met een zegenwens had begroet,
7約瑟 領他父親 雅各 進到法老面前, 雅各 就給法老祝福。
8sprak Farao tot Jakob: Hoeveel jaren telt ge reeds?
8法老問 雅各 說:「你平生的年日是多少呢?」
9Jakob gaf Farao ten antwoord: Het getal van mijn pelgrimsjaren bedraagt honderd dertig: weinig in aantal, maar vol van verdriet zijn mijn levensjaren geweest, en zij hebben niet het getal van die mijner vaderen bereikt in de dagen van hun pelgrimstocht.
9雅各 對法老說:「我寄居在世的年日是一百三十歲,我平生的年日又少又苦,不及我列祖在世寄居的年日。」
10Toen zegende Jakob Farao, en ging van Farao heen.
10雅各 又給法老祝福,就從法老面前出去了。
11Josef wees zijn vader en broers een woonplaats aan en gaf hun grondbezit in Egypte, en wel in de streek van Raämses, in het beste deel van het land, zoals Farao bevolen had.
11約瑟 遵着法老的命,把 埃及 國最好的地,就是 蘭塞 境內的地,給他父親和弟兄居住,作為產業。
12En Josef voorzag zijn vader en broers van brood, en heel het gezin van zijn vader naar het getal van de kinderen.
12約瑟 用糧食奉養他父親和他弟兄,並他父親全家的眷屬,都是照各家的人口奉養他們。
13Daar intussen de hongersnood hevig bleef woeden, was er in heel het land geen voedsel meer, en raakten Egypte en Kanaän uitgeput van honger.
13饑荒甚大,全地都絕了糧,甚至 埃及 地和 迦南 地 的人 因那饑荒的緣故都餓昏了。
14Nu kreeg Josef al het geld in handen, dat in Egypte en Kanaän werd gevonden, in ruil voor het koren, dat men kocht; en al het geld stortte Josef in de schatkist van Farao.
14約瑟 收聚了 埃及 地和 迦南 地所有的銀子,就是眾人糴糧的銀子, 約瑟 就把那銀子帶到法老的宮裏。
15Toen er in Egypte en Kanaän geen geld meer was, kwamen alle Egyptenaren naar Josef toe, en zeiden: Geef ons brood; waarom moeten wij voor uw ogen sterven, omdat er geen geld meer is.
15埃及 地和 迦南 地的銀子都花盡了, 埃及 眾人都來見 約瑟 ,說:「我們的銀子都用盡了,求你給我們糧食,我們為甚麼死在你面前呢?」
16Josef antwoordde: Als ge geen geld meer bezit, geeft dan uw vee, en ik geef u daarvoor brood in de plaats.
16約瑟 說:「若是銀子用盡了,可以把你們的牲畜給我,我就為你們的牲畜給你們糧食。」
17Zij brachten dus Josef hun kudden, en Josef gaf hun voedsel in ruil voor hun paarden, schapen, runderen en ezels. Dat jaar voorzag hij hen van brood in ruil voor al hun kudden.
17於是他們把牲畜趕到 約瑟 那裏, 約瑟 就拿糧食換了他們的牛、羊、驢、馬;那一年因換他們一切的牲畜,就用糧食養活他們。
18Maar toen het jaar om was, kwamen zij ook in het volgende jaar naar hem toe, en zeiden: We behoeven het niet voor onzen heer te verbergen, dat het geld op is en de veestapel reeds in het bezit van onzen heer is gekomen; we hebben dus niets meer over voor onzen heer, dan onze eigen persoon en onze landerijen.
18那一年過去,第二年他們又來見 約瑟 ,說:「我們不瞞我主,我們的銀子都花盡了,牲畜也都歸了我主。我們在我主眼前,除了我們的身體和田地之外,一無所剩。
19Waarom zouden wij met onze landerijen voor uw ogen te gronde gaan? Koop onszelf en ons land in ruil voor brood; dan zullen wij met ons land dienstbaar zijn aan Farao. Geef ook koren, om te zaaien, dan kunnen we in leven blijven en behoeven we niet te sterven, en zal ook het land niet braak blijven liggen.
19你何忍見我們人死地荒呢?求你用糧食買我們和我們的地,我們和我們的地就要給法老效力。又求你給我們種子,使我們得以存活,不致死亡,地土也不致荒涼。」
20Nu kocht Josef al het land van Egypte voor Farao op; want de Egyptenaren moesten allen hun akkers verkopen, omdat de honger hen kwelde. Zo werd het land Farao’s eigendom.
20於是, 約瑟 為法老買了 埃及 所有的地, 埃及 人因被饑荒所迫,各都賣了自己的田地;那地就都歸了法老。
21Bovendien bracht hij het hele volk in lijfeigenschap van het ene eind van Egypte tot het andere.
21至於百姓, 約瑟 叫他們,從 埃及 這邊直到 埃及 那邊,都各歸各城。
22Alleen het land van de priesters kon hij niet kopen. Want de priesters hadden een vaste toelage van Farao, en leefden van wat Farao hun gaf; daarom behoefden zij hun land niet te verkopen.
22惟有祭司的地, 約瑟 沒有買,因為祭司有從法老所得的常俸。他們吃法老所給的常俸,所以他們不賣自己的地。
23Nu zei Josef tot het volk: Ik heb nu uw personen en akkers voor Farao gekocht, en gij hebt nu zaaikoren, om het land te bezaaien.
23約瑟 對百姓說:「我今日為法老買了你們和你們的地,看哪,這裏有種子給你們,你們可以種地。
24Maar nu moet ge van de opbrengst een vijfde aan Farao afstaan; vier vijfden moogt ge voor u zelf behouden, om er uw velden mee te bezaaien, er met uw gezinnen van te leven, en uw kinderen te onderhouden.
24後來打糧食的時候,你們要把五分之一納給法老,四分可以歸你們做地裏的種子,也做你們和你們家口孩童的食物。」
25Zij zeiden: Gij hebt ons het leven gered! Laat ons genade vinden in de ogen van onzen heer, en de slaven van Farao zijn.
25他們說:「你救了我們的性命。但願我們在我主眼前蒙恩,我們就作法老的僕人。」
26Zo maakte Josef het tot wet, die nog heden voor de akkers in Egypte geldt, dat een vijfde aan Farao moet worden opgebracht. Alleen het land van de priesters bleef uitgezonderd, omdat het niet van Farao was.
26於是 約瑟 為 埃及 地定下常例,直到今日:法老必得五分之一,惟獨祭司的地不歸法老。
27Zo vestigden de Israëlieten zich in Egypte, in het land Gósjen. Ze kregen daar vaste bezittingen, waren er vruchtbaar, en werden zeer talrijk.
27以色列 人住在 埃及 的 歌珊 地。他們在那裏置了產業,並且生育甚多。
28Jakob leefde in Egypte nog zeventien jaar, zodat de hele levensduur van Jakob honderd zeven en veertig jaren bedroeg.
28雅各 住在 埃及 地十七年, 雅各 平生的年日是一百四十七歲。
29Toen de dag van zijn sterven begon te naderen, ontbood hij zijn zoon Josef, en sprak tot hem: Als ik genade gevonden heb in uw ogen, leg dan uw hand onder mijn heup als bewijs van uw liefde en trouw, dat ge mij niet in Egypte zult begraven,
29以色列 的死期臨近了,他就叫了他兒子 約瑟 來,說:「我若在你眼前蒙恩,請你把手放在我大腿底下,用慈愛和誠實待我,請你不要將我葬在 埃及 。
30maar dat ik bij mijn vaderen zal rusten. Breng me uit Egypte over, en begraaf mij in hun graf. Hij antwoordde: Ik zal doen, wat ge zegt.
30我與我祖我父同睡的時候,你要將我帶出 埃及 ,葬在他們所葬的地方。」 約瑟 說:「我必遵着你的命而行。」
31Hij sprak: Zweer het mij dan! En toen hij het hem had gezworen, boog Israël zich aanbiddend neer op het hoofdeinde van zijn bed.
31雅各 說:「你要向我起誓。」 約瑟 就向他起了誓,於是 以色列 在床頭上敬拜 上帝 。

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.