Genesis 35
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
1Nu sprak God tot Jakob: Sta op, vertrek naar Betel, en vestig u daar. Richt daar een altaar op voor den God, die u is verschenen, toen ge op de vlucht waart voor uw broer Esau.
1上帝對 雅各 說:「起來!上 伯特利 去,住在那裏;要在那裏築一座壇給上帝,就是你逃避你哥哥 以掃 的時候向你顯現的那位。」
2Daarom sprak Jakob tot zijn gezin en tot allen, die hem vergezelden: Verwijdert de vreemde goden, die ge bij u hebt; reinigt u en verwisselt van kleren.
2雅各 就對他家中的人並一切與他同在的人說:「你們要除掉你們中間的外邦神,也要自潔,更換衣裳。
3Dan trekken we naar Betel op, waar ik een altaar zal bouwen voor den God, die mij heeft verhoord op de dag van mijn ellende, en die met mij was op de weg, die ik ging.
3我們要起來,上 伯特利 去,在那裏我要築一座壇給上帝,就是在我遭難的日子應允我 的禱告 、在我行的路上保佑我的那位。」
4Toen leverden zij aan Jakob alle vreemde goden uit, die in hun bezit waren, met de ringen, die ze in de oren droegen; en Jakob begroef ze onder de eik, die bij Sikem stond.
4他們就把外邦人的神像和他們耳朵上的環子交給 雅各 ; 雅各 都藏在 示劍 那裏的橡樹底下。
5Daarna trokken zij op. En de schrik Gods kwam over alle steden in het rond, zodat men de zonen van Jakob niet durfde achtervolgen.
5他們便起行前往。上帝使那周圍城邑的人都甚驚懼,就不追趕 雅各 的眾子了。
6Zo kwam Jakob met al het volk, dat hem vergezelde, te Loez, ook Betel genoemd, dat in het land Kanaän ligt.
6於是 雅各 和一切與他同在的人到了 迦南 地的 路斯 ,就是 伯特利 。
7Hij bouwde daar een altaar, en noemde die plaats Betel, omdat God zich daar aan hem had geopenbaard, toen hij op de vlucht was voor zijn broer.
7他在那裏築了一座壇,就給那地方起名叫 伊勒‧伯特利 ;因為他逃避他哥哥的時候,上帝在那裏向他顯現。
8Daar stierf Debora, de voedster van Rebekka; zij werd begraven bij Betel onder de eik, die hij daarom Klaageik noemde.
8利百加 的奶母 底波拉 死了,就葬在 伯特利 下邊橡樹底下;那棵樹名叫 亞倫‧巴古 。
9Toen Jakob dus uit Paddan-Aram was teruggekeerd, verscheen God hem opnieuw, en zegende hem.
9雅各 從 巴旦‧亞蘭 回來,上帝又向他顯現,賜福與他,
10En God sprak tot hem: Uw naam is Jakob; voortaan zult ge geen Jakob meer heten, maar Israël zult ge worden genoemd. Zo gaf Hij hem de naam Israël.
10且對他說:「你的名原是 雅各 ,從今以後不要再叫 雅各 ,要叫 以色列 。」這樣,他就改名叫 以色列 。
11En God sprak tot hem: Ik ben de almachtige God! Wees vruchtbaar en vermenigvuldig u. Een volk, een reeks van volken komt uit u voort, En koningen zullen uw lendenen ontspruiten.
11上帝又對他說:「我是全能的上帝;你要生養眾多,將來有一族和多國的民從你而生,又有君王從你而出。
12Het land, dat Ik aan Abraham en Isaäk schonk, Zal Ik geven aan u; En aan uw kroost na u Geef Ik dit land in bezit!
12我所賜給 亞伯拉罕 和 以撒 的地,我要賜給你與你的後裔。」
13Toen steeg God op, en verdween uit zijn ogen.
13上帝就從那與 雅各 說話的地方升上去了。
14Jakob stichtte een stenen gedenkteken op de plaats, waar Hij met hem had gesproken, stortte er een plengoffer op, en goot er olie over uit.
14雅各 便在那裏立了一根石柱,在柱子上奠酒,澆油。
15En Jakob noemde de plaats, waar God met hem had gesproken, Betel.
15雅各 就給那地方起名叫 伯特利 。
16Toen ze nu ook van Betel waren opgetrokken, en nog slechts op korte afstand van Efráta waren, beviel Rachel en had een zware verlossing.
16他們從 伯特利 起行,離 以法他 還有一段路程, 拉結 臨產甚是艱難。
17En terwijl ze in zware barensnood lag, sprak de vroedvrouw tot haar: Wees maar niet bang; want ook ditmaal hebt ge een zoon.
17正在艱難的時候,收生婆對她說:「不要怕,你又要得一個兒子了。」
18Onder het sterven nog, want ze ging dood, noemde ze hem Ben-Oni; maar zijn vader noemde hem Benjamin.
18她將近於死,靈魂要走的時候,就給她兒子起名叫 便‧俄尼 ;他父親卻給他起名叫 便雅憫 。
19Zo stierf Rachel; zij werd begraven op de weg naar Efráta of Betlehem.
19拉結 死了,葬在 以法他 的路旁; 以法他 就是 伯利恆 。
20Jakob plaatste een gedenkteken op haar graf; dit grafmonument van Rachel staat er tot op de huidige dag.
20雅各 在她的墳上立了一統碑,就是 拉結 的墓碑,到今日還在。
21Israël trok nu verder, en spande zijn tent voorbij Migdal-Éder.
21以色列 起行前往,在 以得臺 那邊支搭帳棚。
22Terwijl Israël in deze streek vertoefde, hield Ruben gemeenschap met Bilha, de bijvrouw van zijn vader. Toen Israël het vernam, was hij er hoogst verontwaardigd over. De zonen van Jakob waren twaalf in getal.
22以色列 住在那地的時候, 呂便 去與他父親的妾 辟拉 同寢, 以色列 也聽見了。 雅各 共有十二個兒子。
23De zonen van Lea waren: Ruben, Jakobs eerstgeborene, Simeon, Levi, Juda, Issakar en Zabulon.
23利亞 所生的是 雅各 的長子 呂便 ,還有 西緬 、 利未 、 猶大 、 以薩迦 、 西布倫 。
24De zonen van Rachel: Josef en Benjamin.
24拉結 所生的是 約瑟 、 便雅憫 。
25De zonen van Bilha, de slavin van Rachel: Dan en Neftali.
25拉結 的使女 辟拉 所生的是 但 、 拿弗他利 。
26De zonen van Zilpa, de slavin van Lea: Gad en Aser. Dit waren de zonen van Jakob, die hem geboren waren in Paddan-Aram.
26利亞 的使女 悉帕 所生的是 迦得 、 亞設 。這是 雅各 在 巴旦‧亞蘭 所生的兒子。
27Zo bereikte Jakob zijn vader Isaäk te Mamre bij Kirjat-Arba, of Hebron, waar Abraham en Isaäk zich hadden gevestigd.
27雅各 來到他父親 以撒 那裏,到了 基列‧亞巴 的 幔利 ,乃是 亞伯拉罕 和 以撒 寄居的地方; 基列‧亞巴 就是 希伯崙 。
28En toen Isaäk honderd tachtig jaar oud was,
28以撒 共活了一百八十歲。
29gaf hij de geest en stierf; oud en afgeleefd werd hij bij zijn volk verzameld. Zijn zonen Esau en Jakob begroeven hem.
29以撒 年紀老邁,日子滿足,氣絕而死,歸到他列祖那裏。他兩個兒子 以掃 、 雅各 把他埋葬了。
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.