Genesis
Chapter 49
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Chinese Union Vers…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
1Daarna riep Jakob zijn zonen en sprak: Verzamelt u en ik zal u verkonden, Wat u in de verre toekomst geschiedt.
1雅各 叫了他的兒子們來,說:「你們都來聚集,我好把你們日後必遇的事告訴你們。
2Komt bijeen en luistert, zonen van Jakob; Hoort naar Israël, uw vader!
2雅各 的兒子們,你們要聚集而聽, 要聽你們父親 以色列 的話。
3Ruben, gij mijn eerstgeborene, Mijn kracht en eersteling van mijn mannelijke rijpheid: De eerste moest ge in hoogheid zijn, De eerste in macht.
3呂便 哪,你是我的長子, 是我力量強壯的時候生的, 本當大有尊榮,權力超眾。
4Maar ge zijt een schuimende beek, Gij zult die voorrang niet hebben: Want ge hebt het bed van uw vader beklommen, Toen mijn sponde ontwijd.
4但你 放縱情慾, 滾沸如水, 必不得居首位; 因為你上了你父親的床, 污穢了我的榻。
5Simeon en Levi, echte broers: List en geweld zijn hun zwaarden:
5西緬 和 利未 是弟兄; 他們的刀劍是殘忍的器具。
6Mijn geest wil in hun plannen niet treden, Mijn hart heeft geen deel aan hun raad. Want in hun toorn hebben zij mannen verslagen, In hun moedwil stieren verminkt!
6我的靈啊,不要與他們同謀; 我的心哪,不要與他們聯絡; 因為他們趁怒殺害人命, 任意砍斷牛腿大筋。
7Vervloekt hun toorn, zo heftig, Hun gramschap, zo fel: Ik zal ze verdelen in Jakob, Ze verstrooien in Israël!
7他們的怒氣暴烈可咒; 他們的忿恨殘忍可詛。 我要使他們分居在 雅各 家裏 , 散住在 以色列 地中 。
8Juda, u prijzen uw broeders; Uw hand drukt op de nek van uw vijand, De zonen van uw vader buigen zich voor u neer!
8猶大 啊,你弟兄們必讚美你; 你手必掐住仇敵的頸項; 你父親的兒子們必向你下拜。
9Juda, als een leeuwenwelp Stijgt gij omhoog na de buit, mijn zoon! Hij kromt zich, hij vlijt zich neer als een leeuw, En als een leeuwin: wie durft hem wekken?
9猶大 是個小獅子; 我兒啊,你抓了食便上去。 你屈下身去,臥如公獅, 蹲如母獅,誰敢惹你?
10De schepter zal van Juda niet wijken, De staf niet tussen zijn voeten, Totdat Hij komt, wien ze behoort, En voor wien de volken zich bukken.
10圭必不離 猶大 , 杖必不離他兩腳之間, 直等細羅來到, 萬民都必歸順。
11Dan bindt hij zijn lastdier aan de wijnstok, Het veulen van zijn ezelin aan de wingerd; Dan wast hij zijn kleren in wijn, En in het druivensap zijn gewaad;
11猶大 把小驢拴在葡萄樹上, 把驢駒拴在美好的葡萄樹上。 他在葡萄酒中洗了衣服, 在葡萄汁中洗了袍褂。
12Van wijn worden zijn ogen dan donker, Van de melk zijn tanden wit!
12他的眼睛必因酒紅潤; 他的牙齒必因奶白亮。
13Zabulon woont langs de oever der zee, En aan het strand bij de schepen; Hij keert Sidon de rug toe!
13西布倫 必住在海口, 必成為停船的海口; 他的境界必延到 西頓 。
14Issakar is een bonkige ezel, Die tussen de kudde blijft liggen;
14以薩迦 是個強壯的驢, 臥在羊圈之中。
15Daar hij het rusten heerlijk vindt, En lieflijk het land: Kromt hij zijn rug om te dragen, En verricht hij slavendienst!
15他以安靜為佳,以肥地為美, 便低肩背重,成為服苦的僕人。
16Dan richt zijn volk Als een van Israëls stammen.
16但 必判斷他的民, 作 以色列 支派之一。
17Dan is een slang op de weg, Een adder op het pad; Hij bijt het paard in de hielen, En zijn berijder slaat achterover.
17但 必作道上的蛇,路中的虺, 咬傷馬蹄,使騎馬的墜落於後。
18-
18耶和華啊,我向來等候你的救恩。
19Gad: roverbenden stormen op hem aan, Maar hij zit hen op de hielen!
19迦得 必被敵軍追逼, 他卻要追逼他們的腳跟。
20Aser: heerlijk is zijn brood, Hij biedt koninklijke lekkernijen.
20亞設 之地必出肥美的糧食, 且出君王的美味。
21Neftali: een wijdvertakte terebint, Die een prachtige kruin draagt!
21拿弗他利 是被釋放的母鹿; 他出嘉美的言語。
22Een jonge vruchtboom is Josef, Een jonge vruchtboom aan de bron: Zijn ranken klimmen over de muur.
22約瑟 是多結果子的樹枝, 是泉旁多結果的枝子; 他的枝條探出牆外。
23Hoe men hem uitdaagt en tart, Hoe de boogschutters hem ook bekampen:
23弓箭手將他苦害, 向他射箭,逼迫他。
24Zijn boog blijft sterk, De spieren van zijn arm blijven lenig: Door de hulp van den Sterke van Jakob, Door de Naam van zijn Hoeder, Israëls Rots!
24但他的弓仍舊堅硬; 他的手健壯敏捷。 這是因 以色列 的牧者, 以色列 的磐石- 就是 雅各 的大能者。
25Van den God van uw vader, die u helpt, Van den almachtigen God, die u zegent: Stromen zegeningen van de hemel daarboven, Zegeningen van de diepten beneden, Zegeningen van borsten en schoot,
25你父親的上帝必幫助你; 那全能者必將天上所有的福, 地裏所藏的福,以及生產乳養的福,都賜給你。
26Zegeningen van uw vader! Ze gaan de zegeningen der oude bergen te boven, De kostbare gaven der eeuwige heuvelen; Zij dalen op het hoofd van Josef neer, Op de schedel van den vorst zijner broeders.
26你父親所祝的福 勝過我祖先所祝的福, 如永世的山嶺,至極的邊界; 這些福必降在 約瑟 的頭上, 臨到那與弟兄迥別之人的頂上。
27Benjamin is een roofgierige wolf. Des morgens verslindt hij de buit, En des avonds verdeelt hij de roof!
27便雅憫 是個撕掠的狼, 早晨要吃他所抓的, 晚上要分他所奪的。」
28Dit zijn al de stammen van Israël, twaalf in getal. En zo sprak hun vader hen toe, toen hij hen zegende, en ieder van hen zijn bijzondere zegen verleende.
28這一切是 以色列 的十二支派;這也是他們的父親對他們所說的話,為他們所祝的福,都是按着各人的福分為他們祝福。
29Daarna gaf Jakob hun het volgende bevel: Wanneer ik bij mijn volk ben verzameld, begraaft mij dan bij mijn vaderen in de grot, op de akker van Efron, den Chittiet.
29他又囑咐他們說:「我將要歸到我列祖那裏,你們要將我葬在 赫 人 以弗崙 田間的洞裏,與我祖我父在一處,
30Het is de grot op de akker van Makpela, ten oosten van Mamre, in het land Kanaän; de akker, die Abraham als een familiegraf van Efron, den Chittiet, heeft gekocht.
30就是在 迦南 地 幔利 前、 麥比拉 田間的洞;那洞和田是 亞伯拉罕 向 赫 人 以弗崙 買來為業,作墳地的。
31Daar heeft men Abraham en zijn vrouw Sara begraven; daar heeft men Isaäk met zijn vrouw Rebekka begraven; en daar heb ik ook Lea begraven.
31他們在那裏葬了 亞伯拉罕 和他妻子 撒拉 ,又在那裏葬了 以撒 和他的妻子 利百加 ;我也在那裏葬了 利亞 。
32Het is het stuk land, dat van de zonen van Chet is gekocht met de grot, die erop ligt.
32那塊田和田間的洞原是向 赫 人買的。」
33Toen Jakob de opdracht aan zijn zonen ten einde had gebracht, trok hij zijn voeten terug op het bed, gaf de geest en werd verzameld bij zijn volk.
33雅各 囑咐眾子已畢,就把腳收在床上,氣絕而死,歸他列祖那裏去了。

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.