Ruth
Chapter 1

Ruth

Petrus Canisius Bible, 1…
vs Chinese Union Vers…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
1Eens onder het bestuur der Rechters, toen er hongersnood heerste in het land, trok een man uit Betlehem van Juda weg, hij met zijn vrouw en zijn twee zonen, om zich tijdelijk te gaan vestigen in de velden van Moab.
1當士師秉政的時候,國中遭遇饑荒。在 猶大 的 伯利恆 ,有一個人帶着妻子和兩個兒子往 摩押 地去寄居。
2De man heette Elimélek, zijn vrouw Noömi, zijn beide zonen Machlon en Kiljon; het waren Efrateërs uit Betlehem van Juda. En in de velden van Moab gekomen, woonden ze daar.
2這人名叫 以利米勒 ,他的妻名叫 拿俄米 ;他兩個兒子,一個名叫 瑪倫 ,一個名叫 基連 ,都是 猶大 伯利恆 的 以法他 人。他們到了 摩押 地,就住在那裏。
3Elimélek nu, de man van Noömi, stierf, en zij bleef met haar twee zonen achter.
3後來 拿俄米 的丈夫 以利米勒 死了,剩下婦人和她兩個兒子。
4Beiden huwden moabietische vrouwen; de een heette Orpa, de andere Rut. Toen ze daar ongeveer tien jaar hadden gewoond,
4這兩個兒子娶了 摩押 女子為妻,一個名叫 俄珥巴 ,一個名叫 路得 ,在那裏住了約有十年。
5stierven ook Machlon en Kiljon beiden. Zo overleefde de vrouw haar beide kinderen en haar man.
5瑪倫 和 基連 二人也死了,剩下 拿俄米 ,沒有丈夫,也沒有兒子。
6Nu trok zij met haar schoondochters op, om uit de velden van Moab terug te keren; want ze had in de velden van Moab gehoord, dat Jahweh Zich over zijn volk had ontfermd en het brood had gegeven.
6她就與兩個兒婦起身,要從 摩押 地歸回;因為她在 摩押 地聽見耶和華眷顧自己的百姓,賜糧食與他們。
7Nadat ze dus met haar beide schoondochters de plaats had verlaten, waar ze vertoefd had, en zij op weg waren, om naar het land van Juda terug te keren,
7於是她和兩個兒婦起行離開所住的地方,要回 猶大 地去。
8zei Noömi tot haar twee schoondochters: Gaat beiden nu terug, ieder naar het huis van uw moeder. Moge Jahweh goed voor u zijn, zoals gij goed zijt geweest voor de doden en voor mij.
8拿俄米 對兩個兒婦說:「你們各人回娘家去吧。願耶和華恩待你們,像你們恩待已死的人與我一樣!
9Moge Jahweh u beiden een tehuis laten vinden, ieder in het huis van uw man. Toen kuste ze haar. Maar ze begonnen te schreien,
9願耶和華使你們各在新夫家中得平安!」於是 拿俄米 與她們親嘴。她們就放聲而哭,
10en zeiden haar: We willen met u terug naar uw volk.
10說:「不然,我們必與你一同回你本國去。」
11Noömi hernam: Keert terug, mijn dochters. Waarom zoudt gij met mij meegaan? Draag ik dan nog zonen in mijn schoot, die uw man zouden kunnen worden?
11拿俄米 說:「我女兒們哪,回去吧!為何要跟我去呢?我還能生子作你們的丈夫嗎?
12Keert terug, mijn dochters; gaat toch, want ik ben te oud, om nog te huwen. En al dacht ik ook, dat er nog hoop voor me was, al zou ik vannacht nog een man toebehoren, al zou ik ook zonen krijgen:
12我女兒們哪,回去吧!我年紀老邁,不能再有丈夫;即或說,我還有指望,今夜有丈夫可以生子,
13zoudt gij dan willen wachten, tot ze groot zijn geworden, en u ter wille van hen onthouden, door zolang ongehuwd te blijven? Neen, mijn dochters; ik ben veel te ongelukkig voor u, want de hand van Jahweh is tegen mij uitgestrekt.
13你們豈能等着他們長大呢?你們豈能等着他們不嫁別人呢?我女兒們哪,不要這樣。我為你們的緣故甚是愁苦,因為耶和華伸手攻擊我。」
14Opnieuw begonnen ze te schreien. Toen kuste Orpa haar schoonmoeder vaarwel, maar Rut bleef bij haar.
14兩個兒婦又放聲而哭, 俄珥巴 與婆婆親嘴 而別 ,只是 路得 捨不得 拿俄米 。
15Nu zei Noömi: Zie, uw schoonzuster gaat terug naar haar volk en haar god; volg nu uw schoonzuster.
15拿俄米 說:「看哪,你嫂子已經回她本國和她 所拜 的神那裏去了,你也跟着你嫂子回去吧!」
16Maar Rut zeide: Dring er bij mij niet op aan, om u te verlaten of terug te keren; want waar gij heengaat, daar ga ook ik heen, en waar gij verblijft, daar wil ook ik verblijven; uw volk is mijn volk, en uw God mijn God.
16路得 說:「不要催我回去不跟隨你。你往哪裏去,我也往那裏去;你在哪裏住宿,我也在那裏住宿;你的國就是我的國,你的上帝就是我的上帝。
17Waar gij sterft, wil ook ik sterven en daar wil ik begraven worden. Dit mag Jahweh mij doen en nog erger, als niet de dood alleen mij zal scheiden van u.
17你在哪裏死,我也在那裏死,也葬在那裏。除非死能使你我相離!不然,願耶和華重重地降罰與我。」
18Toen Noömi zag, dat ze vast besloten was, haar te vergezellen, sprak ze er haar niet verder over.
18拿俄米 見 路得 定意要跟隨自己去,就不再勸她了。
19Zo trokken zij samen voort, tot ze Betlehem bereikten. Maar toen ze in Betlehem kwamen, geraakte heel de stad over haar in opschudding. En de vrouwen zeiden: Dat is Noömi!
19於是二人同行,來到 伯利恆 。她們到了 伯利恆 ,合城的人就都驚訝。婦女們說:「這是 拿俄米 嗎?」
20Doch zij zeide haar: Noemt me niet Noömi, maar noemt me Mari, want de Almachtige heeft mij met bitterheid vervuld.
20拿俄米 對她們說:「不要叫我 拿俄米 ,要叫我 瑪拉 ,因為全能者使我受了大苦。
21Vol ging ik heen en leeg heeft Jahweh me teruggebracht. Waarom zoudt gij me nog Noömi noemen, nu Jahweh hard voor mij is geweest, en de Almachtige mij ongelukkig heeft gemaakt?
21我滿滿地出去,耶和華使我空空地回來。耶和華降禍與我;全能者使我受苦。既是這樣,你們為何還叫我 拿俄米 呢?」
22Zo keerde Noömi in gezelschap van haar schoondochter Rut, de moabietische, uit de velden van Moab terug. Het was in het begin van de gersteoogst, toen ze te Betlehem kwamen.
22拿俄米 和她兒婦 摩押 女子 路得 ,從 摩押 地回來到 伯利恆 ,正是動手割大麥的時候。

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.