Genesis 22
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
1Enige tijd later stelde God Abraham op de proef. Hij sprak tot hem: Abraham! Deze antwoordde: Hier ben ik.
1這些事以後,上帝要試驗 亞伯拉罕 ,就呼叫他說:「 亞伯拉罕 !」他說:「我在這裏。」
2Hij sprak: Neem Isaäk, uw enigen zoon, dien ge liefhebt, ga naar het land van de Moria, en offer hem daar als brandoffer op een van de bergen, die Ik u aanwijs.
2上帝說:「你帶着你的兒子,就是你獨生的兒子,你所愛的 以撒 ,往 摩利亞 地去,在我所要指示你的山上,把他獻為燔祭。」
3De volgende morgen zadelde Abraham zijn ezel, ontbood twee van zijn knechten en zijn zoon Isaäk, en kloofde brandhout voor het offer. Toen trok hij op, en ging naar de plaats, die God hem genoemd had.
3亞伯拉罕 清早起來,備上驢,帶着兩個僕人和他兒子 以撒 ,也劈好了燔祭的柴,就起身往上帝所指示他的地方去了。
4De derde dag sloeg Abraham zijn ogen op, en zag de plaats in de verte.
4到了第三日, 亞伯拉罕 舉目遠遠地看見那地方。
5Nu sprak Abraham tot zijn knechten: Blijft hier met den ezel; ik en de jongen gaan daarheen, om te aanbidden; daarna keren we tot u terug.
5亞伯拉罕 對他的僕人說:「你們和驢在此等候,我與童子往那裏去拜一拜,就回到你們這裏來。」
6Daarop nam Abraham het hout voor het offer, en gaf het zijn zoon Isaäk te dragen; zelf droeg hij het vuur en het mes. Zo gingen ze samen op weg.
6亞伯拉罕 把燔祭的柴放在他兒子 以撒 身上,自己手裏拿着火與刀;於是二人同行。
7Maar Isaäk zei tot zijn vader Abraham: Vader! Hij antwoordde: Wat is er, mijn jongen? Hij zeide: Zie, we hebben wel vuur en offerhout, maar waar is het schaap voor het offer?
7以撒 對他父親 亞伯拉罕 說:「父親哪!」 亞伯拉罕 說:「我兒,我在這裏。」 以撒 說:「請看,火與柴都有了,但燔祭的羊羔在哪裏呢?」
8Abraham antwoordde: God zelf zal wel voor het offerschaap zorgen, mijn kind. En samen gingen ze verder.
8亞伯拉罕 說:「我兒,上帝必自己預備作燔祭的羊羔。」於是二人同行。
9Toen zij aan de plaats waren gekomen, die God hem genoemd had, bouwde Abraham daar een altaar, en stapelde het hout op. Dan bond hij zijn zoon Isaäk, en legde hem op het altaar boven op het hout.
9他們到了上帝所指示的地方, 亞伯拉罕 在那裏築壇,把柴擺好,捆綁他的兒子 以撒 ,放在壇的柴上。
10En Abraham strekte zijn hand uit, om het mes te grijpen, en zijn zoon te doden.
10亞伯拉罕 就伸手拿刀,要殺他的兒子。
11Daar riep de engel van Jahweh uit de hemel hem toe, en sprak: Abraham, Abraham! Hij zeide: Hier ben ik.
11耶和華的使者從天上呼叫他說:「 亞伯拉罕 ! 亞伯拉罕 !」他說:「我在這裏。」
12Hij sprak: Sla uw hand niet aan den knaap, en doe hem geen kwaad. Want nu weet Ik, dat gij God vreest; want ge hebt Mij uw enigen zoon niet willen onthouden.
12天使說:「你不可在這童子身上下手。一點不可害他!現在我知道你是敬畏上帝的了;因為你沒有將你的兒子,就是你獨生的兒子,留下不給我。」
13Nu sloeg Abraham zijn ogen op, en zag een ram, die met zijn horens in het struikgewas zat verward; Abraham greep den ram, en droeg hem als brandoffer op, in plaats van zijn zoon.
13亞伯拉罕 舉目觀看,不料,有一隻公羊,兩角扣在稠密的小樹中。 亞伯拉罕 就取了那隻公羊來,獻為燔祭,代替他的兒子。
14Abraham gaf die plaats de naam: “Jahweh draagt zorg”, daarom wordt ook nu nog gezegd: “op de berg van Jahweh wordt zorg gedragen”.
14亞伯拉罕 給那地方起名叫「耶和華以勒」,直到今日人還說:「在耶和華的山上必有預備。」
15Voor de tweede maal riep de engel van Jahweh Abraham uit de hemel toe,
15耶和華的使者第二次從天上呼叫 亞伯拉罕 說:
16en sprak: Ik zweer bij Mijzelf, Luidt de godsspraak van Jahweh! Omdat ge dit hebt gedaan, En uw enigen zoon niet gespaard hebt:
16「耶和華說:『你既行了這事,不留下你的兒子,就是你獨生的兒子,我便指着自己起誓說:
17Daarom zal Ik u zegenen, En uw nageslacht talrijk maken als de sterren aan de hemel, En als het zand aan het strand van de zee; Uw kroost zal de poorten van zijn vijanden bezitten.
17論福,我必賜大福給你;論子孫,我必叫你的子孫多起來,如同天上的星,海邊的沙。你子孫必得着仇敵的城門,
18In uw zaad zullen alle volken der aarde worden gezegend, Omdat gij naar mijn stem hebt gehoord.
18並且地上萬國都必因你的後裔得福,因為你聽從了我的話。』」
19Toen keerde Abraham terug naar zijn knechten; zij trokken op, en gingen naar Beër-Sjéba terug. Abraham bleef te Beër-Sjéba wonen.
19於是 亞伯拉罕 回到他僕人那裏,他們一同起身往 別是巴 去, 亞伯拉罕 就住在 別是巴 。
20Enige tijd later berichtte men Abraham: Ook Milka heeft uw broer Nachor zonen geschonken.
20這事以後,有人告訴 亞伯拉罕 說:「 密迦 給你兄弟 拿鶴 生了幾個兒子,
21Het waren Oes zijn eerstgeborene, en Boez zijn broer; verder Kemoeël, de vader van Aram,
21長子是 烏斯 ,他的兄弟是 布斯 和 亞蘭 的父親 基母利 ,
22en Késed, Chazo, Pildasj, Jidlaf en Betoeël.
22並 基薛 、 哈瑣 、 必達 、 益拉 、 彼土利 ( 彼土利 生 利百加 )。」
23Deze Betoeël verwekte Rebekka. Deze acht baarde Milka aan Nachor, den broer van Abraham.
23這八個人都是 密迦 給 亞伯拉罕 的兄弟 拿鶴 生的。
24En zijn bijvrouw, die Reoema heette, baarde Tébach en Gácham, Táchasj en Maäka.
24拿鶴 的妾名叫 流瑪 ,生了 提八 、 迦含 、 他轄 ,和 瑪迦 。
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.