Genesis
Chapter 29
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Chinese Union Vers…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
1Toen begaf Jakob zich weer op weg, en ging naar het land der Oosterlingen.
1雅各 起行,到了東方人之地,
2Daar zag hij in het veld een put, waarbij drie kudden schapen waren gelegerd; want uit die put werden de kudden gedrenkt. Daar de steen, die de put bedekte, groot was,
2看見田間有一口井,有三群羊臥在井旁;因為人飲羊群都是用那井裏的水。井口上的石頭是大的。
3rolde men eerst de steen van de opening van de put, als alle kudden daar waren verzameld; en als men de kudden had laten drinken, wentelde men de steen weer op zijn plaats, op de opening van de put.
3常有羊群在那裏聚集,牧人把石頭轉離井口飲羊,隨後又把石頭放在井口的原處。
4Jakob sprak hen aan: Broeders, waar komt gij vandaan? Zij antwoordden: Wij zijn van Charan.
4雅各 對牧人說:「弟兄們,你們是哪裏來的?」他們說:「我們是 哈蘭 來的。」
5Hij vervolgde: Kent gij dan Laban, den zoon van Nachor? Zij zeiden: Ja!
5他問他們說:「 拿鶴 的孫子 拉班 ,你們認識嗎?」他們說:「我們認識。」
6Hij vroeg hun: Gaat het hem goed? Ze zeiden: Uitstekend; zie, daar komt juist zijn dochter Rachel aan met de kudde.
6雅各 說:「他平安嗎?」他們說:「平安。看哪,他女兒 拉結 領着羊來了。」
7Toen hernam hij: Het is nog volop dag, en nog lang geen tijd, om de kudden bijeen te drijven; geeft dus de kudden te drinken, en laat ze nog grazen.
7雅各 說:「日頭還高,不是羊群聚集的時候,你們不如飲羊,再去放一放。」
8Ze zeiden: Dat kunnen we niet, voordat alle kudden bijeen zijn; dan wordt de steen van de put gewenteld, en kunnen we het vee te drinken geven.
8他們說:「我們不能,必等羊群聚齊,人把石頭轉離井口才可飲羊。」
9Nog was hij met hen in gesprek, toen Rachel naderde met de kudde van haar vader; want zij was een herderin.
9雅各 正和他們說話的時候, 拉結 領着她父親的羊來了,因為那些羊是她牧放的。
10Zodra Jakob Rachel, de dochter van zijn oom Laban, met de kudde van zijn oom Laban zag, trad hij vooruit, om de steen van de putopening te wentelen en de kudde van zijn oom Laban te drenken.
10雅各 看見母舅 拉班 的女兒 拉結 和母舅 拉班 的羊群,就上前把石頭轉離井口,飲他母舅 拉班 的羊群。
11Daarop kuste Jakob Rachel, en weende hardop.
11雅各 與 拉結 親嘴,就放聲而哭。
12En toen Jakob Rachel had meegedeeld, dat hij de neef van haar vader was en de zoon van Rebekka, ging Rachel het vlug aan haar vader vertellen.
12雅各 告訴 拉結 ,自己是她父親的外甥,是 利百加 的兒子, 拉結 就跑去告訴她父親。
13Zodra Laban het nieuws over Jakob, den zoon van zijn zuster, vernam, liep hij hem tegemoet, omhelsde en kuste hem, en leidde hem zijn huis binnen. Daar vertelde hij Laban al wat er gebeurd was.
13拉班 聽見外甥 雅各 的信息,就跑去迎接,抱着他,與他親嘴,領他到自己的家。 雅各 將一切的情由告訴 拉班 。
14En Laban zeide hem: Waarachtig, gij zijt mijn gebeente en vlees! En hij bleef een volle maand bij hem.
14拉班 對他說:「你實在是我的骨肉。」 雅各 就和他同住了一個月。
15Daarna zei Laban tot Jakob: Zoudt ge, omdat ge mijn broeder zijt, mij dienen om niet? Zeg me, wat voor loon ge wilt hebben.
15拉班 對 雅各 說:「你雖是我的骨肉,豈可白白地服事我?請告訴我,你要甚麼為工價?」
16Nu had Laban twee dochters: de oudste heette Lea, de jongste Rachel;
16拉班 有兩個女兒,大的名叫 利亞 ,小的名叫 拉結 。
17Lea had fletse ogen, maar Rachel was kloek van gestalte en knap van uiterlijk.
17利亞 的眼睛沒有神氣, 拉結 卻生得美貌俊秀。
18En daar Jakob Rachel beminde, gaf hij ten antwoord: Ik zal u zeven jaar dienen voor Rachel, uw jongste dochter.
18雅各 愛 拉結 ,就說:「我願為你小女兒 拉結 服事你七年。」
19En Laban antwoordde: Ik geef ze liever aan u dan aan een vreemde; blijf dus bij mij.
19拉班 說:「我把她給你,勝似給別人,你與我同住吧!」
20Zo diende Jakob om Rachel zeven jaar lang; doch ze leken hem maar enkele dagen, zoveel hield hij van haar.
20雅各 就為 拉結 服事了七年;他因為深愛 拉結 ,就看這七年如同幾天。
21Toen zei Jakob tot Laban: Geef mij mijn vrouw; want mijn tijd is om, en ik wil gemeenschap met haar houden.
21雅各 對 拉班 說:「日期已經滿了,求你把我的妻子給我,我好與她同房。」
22Nu nodigde Laban alle mannen van de stad uit, en richtte een feestmaal aan.
22拉班 就擺設筵席,請齊了那地方的眾人。
23Maar toen het avond was geworden, haalde hij zijn dochter Lea, en leidde haar tot hem; en hij hield gemeenschap met haar.
23到晚上, 拉班 將女兒 利亞 送來給 雅各 , 雅各 就與她同房。
24Laban gaf zijn dienstmaagd Zilpa mee als slavin voor zijn dochter Lea.
24拉班 又將婢女 悉帕 給女兒 利亞 作使女。
25De volgende morgen: daar was het Lea! Nu zei hij tot Laban: Wat hebt ge me nu gedaan? Heb ik u niet om Rachel gediend? Waarom hebt ge me dan bedrogen?
25到了早晨, 雅各 一看是 利亞 ,就對 拉班 說:「你向我做的是甚麼事呢?我服事你,不是為 拉結 嗎?你為甚麼欺哄我呢?」
26Laban antwoordde: Het is hier in ons land geen gewoonte, om de jongste vóór de oudste uit te huwen.
26拉班 說:「大女兒還沒有給人,先把小女兒給人,在我們這地方沒有這規矩。
27Breng dus eerst maar met deze de bruiloftsweek door, dan zal ik u ook de andere geven, als ge me opnieuw zeven jaren wilt dienen.
27你為這個滿了七日,我就把那個也給你,你再為她服事我七年。」
28Jakob deed het, en bracht met haar de bruiloftsweek door. Toen gaf Laban hem zijn dochter Rachel tot vrouw.
28雅各 就如此行。滿了 利亞 的七日, 拉班 便將女兒 拉結 給 雅各 為妻。
29Laban gaf aan zijn dochter Rachel zijn dienstmaagd Bilha als slavin mee.
29拉班 又將婢女 辟拉 給女兒 拉結 作使女。
30Ook met Rachel had Jakob gemeenschap; en hij hield meer van haar dan van Lea. Zo diende hij hem opnieuw zeven jaren.
30雅各 也與 拉結 同房,並且愛 拉結 勝似愛 利亞 ,於是又服事了 拉班 七年。
31Toen Jahweh zag, dat Lea achteruit werd gezet, opende Hij haar schoot, terwijl Rachel kinderloos bleef.
31耶和華見 利亞 失寵,就使她生育, 拉結 卻不生育。
32Lea werd zwanger en baarde een zoon. Zij noemde hem Ruben, want ze zeide: Jahweh heeft mijn ellende gezien; nu zal mijn man van mij houden.
32利亞 懷孕生子,就給他起名叫 呂便 ,因而說:「耶和華看見我的苦情,如今我的丈夫必愛我。」
33Zij werd een tweede maal zwanger, en baarde een zoon. Nu sprak zij: Jahweh heeft gehoord, dat ik een verschoppeling ben, en heeft mij ook dezen gegeven. En ze noemde hem Simeon.
33她又懷孕生子,就說:「耶和華因為聽見我失寵,所以又賜給我這個兒子」,於是給他起名叫 西緬 。
34Nog eens werd ze zwanger, en baarde een zoon. En ze sprak: Nu zal mijn man zich toch wel aan mij hechten; want ik heb hem al drie zonen gebaard. Daarom noemde zij hem Levi.
34她又懷孕生子,起名叫 利未 ,說:「我給丈夫生了三個兒子,他必與我聯合。」
35Opnieuw werd zij zwanger, en baarde een zoon. En zij sprak: Nu loof ik Jahweh! Daarom noemde zij hem Juda. Daarna kreeg zij een tijdlang geen kinderen meer.
35她又懷孕生子,說:「這回我要讚美耶和華」,因此給他起名叫 猶大 。這才停了生育。

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.