Genesis 23
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
1Toen Sara honderd zeven en twintig jaren oud was (dat was de leeftijd van Sara),
1撒拉 享壽一百二十七歲,這是 撒拉 一生的歲數。
2stierf Sara te Kirjat-Arba, nu Hebron genoemd, in het land Kanaän. En nadat Abraham lijkklacht over Sara had gehouden, en haar had beweend,
2撒拉 死在 迦南 地的 基列‧亞巴 ,就是 希伯崙 。 亞伯拉罕 為她哀慟哭號。
3verliet Abraham zijn afgestorvene, om met de zonen van Chet te gaan spreken.
3後來 亞伯拉罕 從死人面前起來,對 赫 人說:
4Hij zeide: Ik leef maar als gast en vreemde bij u; maar staat mij toch een familiegraf bij u af, waar ik mijn dode, die van mij is heengegaan, kan begraven.
4「我在你們中間是外人,是寄居的。求你們在這裏給我一塊地,我好埋葬我的死人,使她不在我眼前。」
5De zonen van Chet gaven Abraham ten antwoord:
5赫 人回答 亞伯拉罕 說:
6Heer, hoor ons aan. Gij zijt een vorst Gods onder ons! Begraaf dus uw afgestorvene in het mooiste onzer graven; niemand van ons zal u zijn eigen grafstede weigeren, om er uw afgestorvene in te begraven.
6「我主請聽。你在我們中間是一位尊大的王子,只管在我們最好的墳地裏埋葬你的死人;我們沒有一人不容你在他的墳地裏埋葬你的死人。」
7Toen stond Abraham op, boog zich ter aarde voor de Chittieten, de bewoners van het land,
7亞伯拉罕 就起來,向那地的 赫 人下拜,
8en zeide tot hen: Zo gij er in toestemt, dat ik mijn dode, die van mij is heengegaan, begraaf, weest mij dan terwille, en doet een goed woord voor mij bij Efron, den zoon van Sóchar.
8對他們說:「你們若有意叫我埋葬我的死人,使她不在我眼前,就請聽我的話,為我求 瑣轄 的兒子 以弗崙 ,
9Laat hij mij de grot van Makpela verkopen, die zijn eigendom is, en die aan de rand van zijn akker ligt. Laat hij ze mij in uwe tegenwoordigheid voor de volle prijs tot familiegraf afstaan.
9把田頭上那 麥比拉洞 給我,他可以按着足價賣給我,作我在你們中間的墳地。」
10Daar ook Efron zelf in de kring der Chittieten zat, stond dus Efron, de Chittiet, Abraham te woord ten aanhoren van al de zonen van Chet, die naar de poort van zijn stad waren gekomen. Hij sprak:
10當時 以弗崙 正坐在 赫 人中間。於是, 赫 人 以弗崙 在城門出入的 赫 人面前對 亞伯拉罕 說:
11Zo niet, heer: maar luister naar mij: Ik geef u het land ten geschenke met de grot, die er op ligt; in tegenwoordigheid van mijn stamgenoten sta ik ze u af; begraaf er uw dode.
11「不然,我主請聽。我送給你這塊田,連田間的洞也送給你,在我同族的人面前都給你,可以埋葬你的死人。」
12Weer boog Abraham voor de bewoners van het land zich ter aarde,
12亞伯拉罕 就在那地的人民面前下拜,
13en sprak tot Efron ten aanhoren van alle bewoners van het land: Zo gij de eigenaar zijt, hoor mij dan aan: Ik wil toch liever het land betalen; neem het geld van mij aan, dan kan ik mijn dode daar begraven.
13在他們面前對 以弗崙 說:「你若應允,請聽我的話。我要把田價給你,求你收下,我就在那裏埋葬我的死人。」
14Maar Efron antwoordde weer aan Abraham:
14以弗崙 回答 亞伯拉罕 說:
15Toch niet, heer, maar luister naar mij: Een stuk land van vierhonderd zilveren sikkels, wat betekent dat nu voor u of mij; begraaf dus uw dode.
15「我主請聽。值四百舍客勒銀子的一塊田,在你我中間還算甚麼呢?只管埋葬你的死人吧!」
16Abraham ging in op het aanbod van Efron, en woog het zilver af, dat Efron ten aanhoren van de zonen van Chet had gevraagd: vierhonderd zilveren sikkels, zoals ze bij de kooplui gangbaar zijn.
16亞伯拉罕 聽從了 以弗崙 ,照着他在 赫 人面前所說的話,把買賣通用的銀子平了四百舍客勒給 以弗崙 。
17Zo werd de akker van Efron, die in Makpela ten oosten van Mamre ligt, zowel de akker zelf als de grot, die er op ligt, met de bomen, die op de akker stonden, en die het hele terrein omringden,
17於是, 麥比拉 、 幔利 前、 以弗崙 的那塊田和其中的洞,並田間四圍的樹木,
18Abrahams eigendom in tegenwoordigheid van al de Chittieten, die naar de poort van zijn stad waren gekomen.
18都定準歸與 亞伯拉罕 ,乃是他在 赫 人面前並城門出入的人面前買妥的。
19Nu begroef Abraham zijn vrouw Sara in de grot op de akker van Makpela, ten oosten van Mamre, dat Hebron is, in het land Kanaän.
19此後, 亞伯拉罕 把他妻子 撒拉 埋葬在 迦南 地 幔利 前的 麥比拉 田間的洞裏。( 幔利 就是 希伯崙 )。
20Zo ging de akker en de grot, die er op ligt, van de zonen van Chet aan Abraham over als familiegraf.
20從此,那塊田和田間的洞就藉着 赫 人定準歸與 亞伯拉罕 作墳地。
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.