Genesis 30
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Toen Rachel zag, dat zij Jakob geen kinderen schonk, werd zij jaloers op haar zuster, en zei tegen Jakob: Geef mij zonen, anders ga ik dood.
1Вбачаючи ж Рахеля, що не вродила Яковові нїякої дитини, завидувала Рахеля сестрі своїй, та й каже Яковові: Дай менї дїток, ато вмру.
2Toornig gaf Jakob Rachel ten antwoord: Neem ik soms de plaats in van God, die een vrucht aan uw schoot heeft geweigerd?
2Загорівся ж Яков гнївом на Рахелю, і каже: Хиба я тобі замість Бога, що не дав тобі утробного плоду?
3Nu sprak ze: Hier hebt ge Bilha, mijn slavin; houd gemeenschap met haar, dan kan zij op mijn knieën baren, en ook ik door middel van haar uw geslacht opbouwen.
3Каже ж вона: Ось раба моя Балла; увійди до неї та нехай уродить на колїна мої, щоб і в мене були дїтки від неї.
4Zij gaf hem dus haar slavin Bilha tot vrouw, en Jakob hield gemeenschap met haar.
4І оддала йому Баллу, рабиню свою за жінку, і ввійшов до неї Яков.
5Bilha werd zwanger, en baarde Jakob een zoon.
5І завагонїла Балла, та й уродила Яковові сина.
6En Rachel sprak: God heeft mij recht gedaan; Hij heeft ook naar mijn smeken geluisterd en mij een zoon geschonken; daarom noemde ze hem Dan.
6І рече Рахеля: Бог судив менї, і послухав голосу мого, і дав менї сина. Тим і дала йому імя: Дан.
7Weer werd Bilha, de slavin van Rachel, zwanger en baarde Jakob een tweeden zoon.
7І завагонїла знов Балла, рабиня Рахелина, й уродила сина другого Яковові.
8Nu sprak Rachel: Een heftige kamp heb ik met mijn zuster gestreden, en ik heb overwonnen. En ze noemde hem Neftali.
8І рече Рахеля: Великою боротьбою боролась я з сестрою моєю, та й перемогла. Тим і дала йому імя: Нафталїй.
9Toen Lea zag, dat zij geen kinderen meer kreeg, nam zij Zilpa haar dienstmaagd, en gaf haar aan Jakob tot vrouw.
9Вбачала ж Лея, що перестала роджати, і взяла Зелфу, рабу свою, та й оддала її Яковові за жінку.
10Ook Zilpa, de slavin van Lea, baarde Jakob een zoon.
10І вродила Зелфа, рабиня Леїна, Яковові сина.
11En Lea zeide: Wat een weelde! En ze noemde hem Gad.
11І рече Лея: Пощастило менї! І дала йому імя: Гад.
12Nog baarde Zilpa, de slavin van Lea, Jakob een zoon.
12І вродила Зелфа, рабиня Леїна, Яковові сина другого.
13Nu sprak Lea: Wat een geluk! Nu prijzen de vrouwen mij gelukkig. En ze noemde hem Aser.
13І каже Лея: Щасна я; бо дочки зватимуть мене блаженною. І дала йому імя: Ассер.
14Eens ging Ruben in de tijd van de tarweoogst het veld in, en vond er liefdesappeltjes, die hij naar zijn moeder Lea bracht. Nu vroeg Rachel aan Lea: Geef mij een paar appeltjes van uw zoon.
14І пійшов Рубен під пшеничні жнива, та й знайшов любовні яблука на полї, та й принїс їх до Леї, матері своєї. Каже ж Рахеля до Леї: Дай менї любовних яблук сина твого!
15Maar zij gaf haar ten antwoord: Is het al niet genoeg, dat ge mij mijn man hebt ontstolen; wilt ge me nu ook nog de appeltjes van mijn zoon ontroven? Rachel zeide: Dan mag hij vannacht bij u slapen, in ruil voor de appeltjes van uw zoon.
15Рече ж вона їй: Хиба се мала річ, що взяла єси мужа мого? Чи й любовні яблука сина мого віднїмеш? Каже ж Рахеля: Дак нехай переночує з тобою сьогоднї за любовні яблука сина твого.
16Toen Jakob dus in de avond van het veld kwam, ging Lea hem tegemoet en sprak: Bij mij moet ge komen; want ik heb er eerlijk voor betaald met de appeltjes van mijn zoon. Die nacht sliep hij dus bij haar.
16Прийшов же Яков з поля в вечорі, і вийшла Лея зустріч йому, і каже: Мусиш увійти до мене; найняла бо я справдї тебе за любовні яблука сина мого. І переночував він з нею тієї ночи.
17En God verhoorde Lea: zij werd zwanger, en baarde Jakob een vijfden zoon.
17І послухав Бог Леї, і завагонїла вона, і вродила Яковові сина пятого.
18En Lea sprak: God heeft mij er voor beloond, dat ik mijn slavin aan mijn man heb gegeven. En zij noemde hem Issakar.
18І каже Лея: Дав менї Бог плату мою; бо оддала рабиню мою мужеві мойму. І дала йому імя: Іссахар.
19Wederom werd Lea zwanger, en baarde Jakob een zesden zoon.
19І завагонїла знов Лея, і вродила сина шестого Яковові.
20Nu sprak Lea: God heeft mij een mooi geschenk gegeven; nu zal mijn man wel bij me blijven, want ik heb hem zes zonen gebaard. En ze noemde hem Zabulon.
20І каже Лея: Подарував менї Бог гостиньца гарного, поважити ме мене муж мій; уродила бо йому шестьох синів. І дала імя йому: Себулон.
21Daarna baarde ze nog een dochter, die ze Dina noemde.
21А потім уродила дочку, і дала імя їй: Дина.
22Nu gedacht God ook Rachel; Hij verhoorde haar, en opende haar schoot.
22І зглянувся Бог на Рахелю, і почув її Бог, і відчинив утробу їй.
23Ook zij werd zwanger, en baarde een zoon. Nu zeide ze: God heeft mijn schande weggenomen.
23І завагонївши вродила сина, і каже: Одняв Бог докір мій.
24Zij noemde hem Josef; want ze sprak: Jahweh geve me nog een anderen zoon.
24І дала імя йому: Йосиф, говорючи: Дай менї, Господе, й другого сина.
25Toen Rachel dan Josef had gebaard, zei Jakob tot Laban: Laat mij nu heengaan, en naar mijn stad en vaderland trekken.
25Сталося ж, як уродила Рахеля Йосифа, каже Яков Лабанові: Відпусти мене, нехай іду в домівку мою й на вкраїну мою.
26Geef mij mijn vrouwen en kinderen, voor wie ik u heb gediend; dan kan ik vertrekken. Want ge weet, hoe ik voor u heb gezwoegd.
26Віддай жени й діти мої, що за них парубкував тобі; ти знаєш роботу, що робив тобі.
27Maar Laban zeide hem: Laat mij genade vinden in uw ogen; want ik heb de tekens waargenomen, dat Jahweh mij om uwentwille heeft gezegend.
27Каже йому Лабан: Коли б знайшов я ласку в тебе! Вбачаю бо, що благословив мене Господь задля тебе.
28En hij ging voort: Bepaal zelf het loon, dat ge van mij wilt hebben, en ik zal het u geven.
28І каже: Визнач плату свою в мене, я й дам тобі.
29Hij gaf hem ten antwoord: Gij weet, hoe ik u heb gediend, en hoe het onder mijn hoede met uw kudde is gegaan.
29Каже йому: Ти знаєш, як я парубкував у тебе, і якою твоя скотина зробилась у мене.
30Want vóór mijn komst was uw bezit slechts gering, maar sedert dien is het geweldig vermeerderd; Jahweh heeft u gezegend bij iedere stap, die ik zette. Wanneer zal ik nu eindelijk eens voor mijn eigen gezin kunnen zorgen?
30Мало бо що було в тебе до мене, та й наросло багацько, і благословив тебе Господь з приходу мого. Тепер же коли менї дбати й про власну господу?
31zeide: Wat moet ik u geven? Jakob antwoordde: Ge behoeft me eigenlijk helemaal niets te geven; als ge het volgende voorstel aanvaardt, zal ik opnieuw uw kudde weiden en hoeden.
31І каже: Що мушу тобі дати? Каже ж Яков: Не давай менї нїчогісїнько, аби вчинив, що скажу, знов пасти му вівцї твої й доглядати му.
32Ik zal vandaag uw hele kudde langs gaan, om alle gevlekte en gespikkelde geiten en alle zwarte schapen af te zonderen. Alle gespikkelde en gevlekte geiten en alle zwarte schapen zullen mijn loon zijn.
32Пройду я через усю отару твою сьогоднї, а й вилучу все переполасе й крапасте, і все чорне між вівцями, й усе переполасе й крапасте між козами, і се буде моя плата.
33In mijn eerlijkheid leg ik voor later deze getuigenis af: Wanneer gij mijn loon zult komen bezien, zal alles, wat niet gevlekt en gespikkeld is onder de geiten en zwart onder de schapen, als door mij gestolen gelden.
33Так моя правда говорити ме за мене завтрашнёго дня, як прийдеш давати плату мою. Усе непереполасе й не крапасте між козами і не чорне між вівцями, мусить уважатись у мене за вкрадене.
34Laban ging er op in: Goed, laat het zijn, zoals ge gezegd hebt.
34Каже ж йому Лабан: Добре, нехай буде по слову твойму.
35Nog diezelfde dag zonderde Laban de gestreepte en gespikkelde bokken met alle gevlekte en gespikkelde geiten af, alles, waar maar iets wits aan was, en eveneens alle zwarte schapen, en liet ze door zijn zonen hoeden.
35І повилучував того ж дня козли переполасі й крапасті, і усе, що мало біле в себе і все, що чорне між вівцями, та й пооддавав в руки синам своїм.
36Hij stelde een afstand van drie dagmarsen tussen hen en Jakob, die de overige kudde van Laban hoedde.
36І поставив три днї ходи між собою й Яковом. Яков же пас остальні вівцї Лабанові.
37Maar nu nam Jakob jonge takken van gomboom, amandel en plataan, en schilde ze zo, dat het spint van de stokken in witte strepen bloot kwam te liggen.
37Узяв же Яков собі по цїпку зеленому тополевому, лїсковому й каштановому, та й помережив білими мережками, і луплячи повиявлював біле, що було на цїпках.
38Toen legde hij de stokken, die hij aldus van hun schors had ontdaan, vlak voor de geiten in de drinkbakken en waterbekkens, waaruit het vee kwam drinken. En als het vee dan bronstig werd, wanneer het kwam drinken,
38І клав цїпки, що помережив, у напувальні корита та в водяні ринви, як приходили отарі до водопійла, щоб вагонїли на водопійлї.
39besprong het elkaar bij de stokken, en wierp dus gestreepte, gevlekte en gespikkelde lammeren,
39І вагонїли отарі перед цїпками, та й котились ягнятами й козенятами переполасими й крапастими.
40die door Jakob werden afgezonderd. Maar de schapen keerde hij met de koppen naar alle gevlekte en zwarte schapen van de kudde van Laban. Zo vormde hij een afzonderlijke kudde, die hij niet bij de kudde van Laban liet komen.
40Ягнята ж вилучав Яков і ставляв отарі лицем до переполасого і чорного в отарі Лабановій, й держав свої отарі окроме, і не ставляв укупі з Лабановими.
41Wanneer nu de sterke beesten bronstig waren, legde Jakob de stokken voor de kudde in de drinkbakken, zodat ze elkander bij de stokken besprongen.
41І сталося, як вагонїла лучча скотина, Яков клав цїпки перед очима в скоту в корита, щоб вагонїли між цїпками.
42Maar bij de zwakke dieren deed hij dat niet. Op die manier kreeg Laban de zwakke dieren en Jakob de sterke.
42Як же гуляла скотина слабовита, не клав туди цїпків; тим робом слабовите було Лабанові, а лучче Яковові.
43Zo werd die man buitengewoon rijk, en kreeg hij talrijke kudden, slavinnen en slaven, kamelen en ezels.
43І збогатився чоловік безлїч, і було в його скотини много, і раби, і рабинї, і верблюди, й осли.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.