Genesis 4
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1De mens had gemeenschap met Eva, zijn vrouw; zij werd zwanger, baarde Kaïn, en sprak: Met de hulp van Jahweh heb ik een mannelijk kind ter wereld gebracht.
1І взнав чоловік Еву, жінку свою, і завагонївши вона, вродила Каїна і промовила: Придбала я людину з Божої ласки.
2Daarna baarde zij nog zijn broer Abel. Abel werd schaapherder, en Kaïn landbouwer.
2Потім уродила брата його, Абеля. І був Абель вівчар, Каїн же пахарь.
3Geruime tijd later droeg Kaïn eens aan Jahweh een offer op van de vruchten der aarde.
3І сталось по якомусь часї, що Каїн приносив Господеві жертву з польового вроджаю.
4Ook Abel bracht een offer van de eerstgeborenen van zijn kudde, en wel van de vetste. En Jahweh zag genadig neer op Abel en zijn offer,
4Абель же приносив принос од перваків овечих ситеньких. І споглянув Господь на Абеля і на дар його;
5maar op Kaïn en zijn offer sloeg Jahweh geen acht. Daardoor ontstak Kaïn in heftige toorn, en zag somber voor zich uit.
5На Каїна ж і на його жертву не споглянув. І взлився Каїн, і змарнїв.
6Jahweh vroeg toen aan Kaïn: Waarom zijt gij vertoornd, en waarom is uw gelaat zo somber?
6І рече Господь Каїнові: Чого ти злишся, і чого змарнїв?
7Indien ge onberispelijk leeft, wordt uw offer zeker aanvaard; zo niet, dan loert de zonde aan de deur, gaat naar u haar begeerte, en zult ge ze moeten overwinnen.
7Коли чиниш добре, дак і лице весело позирає; коли ж чиниш не добре, дак на тебе гріх чигає в порозї, щоб одолїти; ти ж мусиш панувати над ним.
8Maar Kaïn sprak tot Abel, zijn broer: Kom, laten we het veld ingaan. En toen zij op het veld waren, viel Kaïn zijn broer Abel aan en sloeg hem dood.
8Озветься ж Каїн до Абеля, брата свого: Ходїмо в поле. І як були вони в полї, напав Каїн на брата свого Абеля та й убив його.
9Nu sprak Jahweh tot Kaïn: Waar is Abel uw broer? Hij zeide: Ik weet het niet; moet ik soms mijn broer nog bewaken?
9І рече Господь Каїнові: Де твій брат? А він каже: Не знаю. Хиба я сторож брата мого?
10Hij hernam: Wat hebt gij gedaan? Het bloed van uw broer roept luid tot Mij uit de grond.
10І рече: Що вкоїв єси? Слухай, се голосить кров брата твого до мене з землї.
11Wees dan vervloekt door de grond, die zijn muil heeft opengesperd, om het bloed van uw broer uit uw hand te ontvangen.
11Оце ж проклят єси прогоном із землї, що роззявила уста свої пити кров брата твого з руки твоєї.
12Als gij de grond bebouwt, zal hij u geen oogst meer geven. Een zwerver en vluchteling zult ge zijn op de aarde.
12Як порати меш землю, не давати ме вже з сього часу вона тобі нїякої користї. Волоцюгою й утїкачем будеш на землї.
13Toen sprak Kaïn tot Jahweh: Mijn schuld is te groot, om vergeven te worden.
13І відказав Каїн Господеві: Не перебути менї того, що наробив провиною моєю.
14Zie, Gij jaagt mij thans van het akkerland weg, en ik zal mij voor uw aanschijn moeten verbergen; dan zal ik een zwerver en vluchteling zijn op de aarde, en iedereen die mij vindt, zal mij doden.
14Женеш оце мене з землї, і від лиця твого ховати мусь, і буду волоцюгою й утїкачем на землї і, хто зустріне мене, той і вбє мене.
15Maar Jahweh sprak tot hem: Neen; ieder, die Kaïn doodt, zal het zevenmaal boeten. En Jahweh gaf Kaïn een teken, opdat niemand, die hem vinden zou, hem zou doden.
15І рече йому Бог: Тим же то, хто б убив Каїна, на того впаде помста всемеро.
16Daarna verdween Kaïn voor het aanschijn van Jahweh, en vestigde zich in het land Nod, ten oosten van Eden.
16І положив Господь знак на Каїні, щоб не вбивав його, хто зустріне його. І зійшов Каїн од обличчя Господнього, і пробував у Нод-землї, на востоцї ʼд Едену.
17Kaïn had gemeenschap met zijn vrouw; zij werd zwanger, en baarde Chanok. Hij bouwde later een stad, en noemde die stad naar Chanok, zijn zoon.
17І взнав Каїн жінку свою, і завагонїла вона, і вродила Геноха. Він же збудував місто в імя сина свого Геноха.
18Aan Chanok werd Irad geboren, en Irad verwekte Mechoejaël; Mechoejaël verwekte Metoesjaël, en Metoesjaël weer Lémek.
18Генохові же породивсь Ірад, а Ірад появив Мегуяеля, а Мегуяель появив Ламеха.
19Lémek nam twee vrouwen: de eerste heette Ada, de andere Silla.
19І взяв собі Ламех дві жінки: одна на ймя була Ада, а друга на ймя була Зилла.
20Ada baarde Jabal; deze werd de vader van de tentbewoners en veefokkers.
20І вродила Ада Ябаля. Сей був батько тих, що живуть шатрами і держять скотину.
21Zijn broer heette Joebal; hij werd de vader van allen, die spelen op citer en fluit.
21А брат його на імя був Юбаль. Сей був батько охочих до гусель та до сопілки.
22Ook Silla baarde: Toebal-Kaïn, een smid, den vader van alle brons(-) en ijzersmeden. De zuster van Toebal-Kaïn heette Naäma.
22Зилла ж і та вродила Тубаль-Каїна, праотця всїх тих, що кують мідь і залїзо. Сестра ж Тубаль-Каїнова Ноема.
23Eens sprak Lémek tot zijn vrouwen: Ada en Silla, hoort mijn stem; Vrouwen van Lémek, luistert naar mijn woorden: Een man sla ik dood om mijn wonden, Een jongeling om een striem;
23І каже Ламех жінкам своїм: Ой Зилло й Адо, кохані жінки Ламешихи! Слухайте, що я скажу вам, чуйте слово певне. Коли б за болючу рану вбив я чоловіка, коли б за синяк одвдячив парубкові смертю, —
24Want zevenmaal wordt Kaïn gewroken, Maar Lémek zeven en zeventig maal.
24Кара б сталась за Каїна в семеро хто вбив би, за Ламеха ж у сїмдесять і сїм раз би сталась.
25Weer hield Adam gemeenschap met zijn vrouw; zij baarde een zoon, dien zij Set noemde. Want, sprak zij, God heeft mij een anderen telg in de plaats van Abel gegeven, omdat Kaïn hem heeft vermoord.
25І взнав Адам жінку свою знов, і вродила вона сина і дала йому імя Сет: Воскресив бо каже, менї Бог потомство замість Абеля, що вбив Каїн.
26Ook Set werd een zoon geboren, dien hij Enos noemde; en deze begon de naam van Jahweh aan te roepen.
26І Сетові те ж появлено сина і назве він імя йому Енос. Тодї почали призивати імя Господнє.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.