Genesis
Chapter 19
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1De beide engelen kwamen tegen de avond te Sodoma aan, terwijl Lot juist in de poort van Sodoma was gezeten. Toen Lot hen zag, stond hij op, ging ze tegemoet, boog zich neer met zijn gezicht tegen de grond,
1Прийшли ж обидва ангели в Содом у вечорі. Лот же седїв коло царини Содомської. Побачивши ж Лот, устав на зустріч їм, тай поклонився лицем до землї.
2en zeide: Ik bid u, mijne heren; neemt toch uw intrek in het huis van uw dienaar, om daar te overnachten, en uw voeten te wassen; dan kunt ge morgenvroeg uw reis vervolgen. Zij gaven ten antwoord: Neen, we zullen liever op straat overnachten.
2І рече: Оце ж, панове, завернїть у домівку раба вашого та спочиньте і ноги собі помийте, а як обутріє, верстати мете путь свою. Вони ж рекли: Нї ночуватимемо на улицї.
3Maar hij nodigde hen zó dringend uit, dat zij naar zijn huis gingen, en hun intrek bij hem namen. Hij richtte een maaltijd voor hen aan, liet ongedesemde broden bakken, en zij aten.
3І примусив їх, і ввійшли в господу його. І вчинив їм учту, і опрісноків напік їм, і попоїли.
4Nog hadden ze zich niet ter ruste gelegd, of de mannen van de stad omringden het huis: de mannen van Sodoma, jong en oud, het hele volk tot den laatste toe.
4Перед облягами ж обступили дом городяне Содомські, від молодика, тай до дїда, увесь народ укупі з усїх кутків.
5Zij riepen tot Lot: Waar zijn de mannen, die vanavond bij u gekomen zijn? Breng ze naar buiten bij ons, opdat wij er omgang mee hebben.
5І гукали Лотові, і казали до його: Де люде, що ввійшли до тебе на ніч? Виведи їх до нас, розпізнаємо їх.
6Lot ging naar buiten naar hen toe, maar sloot de deur achter zich dicht.
6Вийшов же до них Лот на рундук, і зачинив двері за собою.
7En hij sprak: Broeders, dat kwaad moet ge niet doen.
7Каже ж до них: Нї, браттє! Не чинїте бо ледарства!
8Luistert eens: ik heb twee dochters, die nog nooit bij een man zijn geweest; die wil ik naar buiten tot u brengen, en ge kunt met haar doen, wat ge wilt. Maar deze mannen moogt ge niets doen; want zij staan onder de schutse van mijn dak.
8Є в мене дві дочцї, що не взнали мужа; виведу їх до вас, і робіть їм що любо вам, тільки людям сим не чинїте обиди; увійшли бо під стелю дому мого.
9Zij schreeuwden: Ruk in! Die komt hier als vreemdeling, en wil ons de les lezen. We konden je nog wel eens erger krijgen dan die anderen! Onstuimig drongen ze op tegen den man Lot, en kwamen al dichter en dichter bij, om de deur open te breken.
9Вони ж кажуть йому: Геть із відсї! Прийшов сюди жити, та хочеш і суд судити. Ось ми ж навчимо тебе, ще лучче, нїж їх. І насильствовали чоловіка того, Лота, вельми, і підступили розбити двері.
10Toen staken de mannen hun hand uit, trokken Lot naar zich toe, het huis in, en sloten de deur;
10Та простягли мужі руки й утягли Лота до себе в будівлю, а двері в будівлї засунули.
11en de mannen, die voor de huisdeur stonden, klein en groot, sloegen zij met verblinding, zodat zij de ingang niet konden vinden.
11На людей же, що були під дверима в будинку вдарили слїпотою, від мала тай до велика, і марно шукали вони дверей.
12Nu zeiden de mannen tot Lot: Wie ge nog hier hebt: uw schoonzoon, uw zonen en dochters en al de uwen hier in de stad, breng ze hier vandaan.
12Промовили ж мужі до Лота: Чи єсть у тебе тута зятї або сини твої або дочки твої? Або коли хто инший єсть у тебе в городї, всїх виведи із міста сього!
13Waarachtig, we gaan deze plaats verdelgen, want het wraakgeroep over hen schreit luid bij Jahweh; Jahweh heeft ons gezonden, om haar te vernielen.
13Бо ми погубимо се місто; бо знявсь угору лемент про його перед Господом, і послав нас Господь вигубити його.
14Lot ging naar buiten, om met zijn schoonzoons te spreken, die met zijn dochters waren verloofd; en hij zeide: Staat op, trekt gauw hier vandaan; want Jahweh gaat de stad verdelgen. Doch die schoonzoons dachten, dat hij maar schertste.
14Вийшов же Лот і промовив до зятїв своїх, що побрали дочки його, і рече: Підіймайтесь та виходьте з міста сього; бо погубляє Господь город. Та здавалось, що жартує перед зятьми своїми.
15Maar toen de dageraad aanbrak, drongen de engelen bij Lot aan, en zeiden: Vlug; neem uw vrouw en uw beide dochters mee, die bij u in huis zijn; anders komt ge nog om bij de bestraffing van de stad.
15Як же зачервонїв ранок, принукали ангели Лота, глаголючи: Уставай, бери жену твою й двох дочок твоїх, що при тобі, та одходь, щоб і тобі не погибнути з беззаконними городянами.
16En toen hij nog talmde, namen de mannen hem, zijn vrouw en zijn twee dochters bij de hand, en brachten hem in veiligheid buiten de stad, omdat Jahweh hem wilde sparen.
16І стуманїв він, і взяли ангели за руку його, і за руку жінку його, і за руки двох дочок його; бо пощадив їх Господь, тай вивели їх, і поставили за городом.
17En toen zij hen buiten hadden gebracht, zeiden zij: Vlucht, want het gaat om uw leven; kijk niet om, blijf nergens in de buurt staan, maar vlucht naar de bergen, als ge niet mee wilt omkomen.
17І як повиводили їх геть, рече: Спасай твою душу. Не озирайсь, і не зупиняйся нїде в усїй околицї сїй. У гори втїкай, щоб і тобі не згинути.
18Maar Lot zeide tot hen: Och neen, Heer.
18Рече ж до них Лот: Благаю тебе, пане!
19Zie, uw dienaar heeft genade gevonden in uw ogen, en gij hebt me reeds grote barmhartigheid bewezen, door mijn leven te redden; het is mij onmogelijk, het gebergte nog te bereiken, eer het onheil mij achterhaalt, en ik sterf.
19Що знайшов раб твій ласку в очах твоїх, і велика милость твоя, що показав до мене, що вирятував душу мою, я ж не здолїю рятуватись у горах, щоб не наздогнала мене лиха година, та не вмерти менї.
20Zie, het gindse stadje is genoeg dichtbij, om daarheen te vluchten. Het is toch zo klein. Laat me nu daarheen vluchten, en mijn leven behouden. Ach, het is toch zo klein!
20А, споглянь городок сей близько, побіжу я туди; він маленький, дак і душа моя сохраниться.
21Hij sprak tot hem: Ook deze bede van u heb ik verhoord; het stadje, dat ge bedoelt, zal ik niet verwoesten.
21І рече йому: Оце ж я зглянусь на тебе і в сьому, що не погублю городка, що про його мовляв еси.
22Vlucht er nu haastig heen; want ik kan niets beginnen, eer ge daar zijt aangekomen. Daarom wordt die stad Sóar genoemd.
22Хапайся ж рятуватись тамо; не можу бо чинити нїчого, докіль увійдеш туди. Тим і проложено містечку тому прізвище Сигор.
23Toen de zon over de aarde was opgegaan, en Lot te Sóar was aangekomen,
23Сонце зійшло вже над землю, як Лот увійшов у Сигор.
24liet Jahweh zwavel en vuur van Jahweh uit de hemel regenen over Sodoma en Gomorra.
24І бурхонув Господь на Содом та Гоморру сїркою та поломєм од Господа з небес,
25Hij vernietigde die steden en de hele streek tot de grond toe, met al de bewoners van die steden en al wat op de akkers stond.
25І перевертав городи сї і всю околицю, і всїх осадників городських, і все, що росло з землї.
26De vrouw van Lot, die achter hem aanliep, keek om, en werd in een zoutklomp veranderd.
26І озирнулась жінка його позад його, та й обернулась у стовна соляного.
27Vroeg in de morgen begaf Abraham zich naar de plaats, waar hij voor het aanschijn van Jahweh had gestaan.
27Устав же Авраам у ранцї, пійшов на місце, де стояв перед Господом.
28Toen hij in de richting van Sodoma en Gomorra en het hele land in de omtrek keek, zag hij een walm van de aarde opstijgen als de rook van een smeltoven.
28І позирнув на Содом і Гоморру, і на околицю, аж се здіймається дим од землї, як дим із печі.
29Zo was God Abraham indachtig, toen Hij de steden van die streek verwoestte, en liet Hij ook Lot aan de verdelging ontkomen, waarmede Hij de steden trof, waarin Lot had gewoond.
29І було, як руйновав Бог в українї тій городи, спогадав Бог Авраама, і вислав Лота з руйновища, як руйновав городи, що жив у них Лот.
30Daar Lot niet in Sóar durfde blijven, trok hij uit Sóar weg, ging met zijn twee dochters in het gebergte wonen, en huisde met zijn beide dochters in een grot.
30Зійшов же Лот із Сигори, та й осївсь на горі сам і дві дочки його; боявся бо жити в Сигорі, та й оселивсь у печері сам і дочки його з ним.
31Nu zeide de oudste tot de jongste: Onze vader wordt oud, en er is geen man in het land, om op de gebruikelijke manier gemeenschap met ons te houden.
31Озветься ж старша до меньшої: Панотець наш старий собі, і нема нїкого на землї, щоб увійшов до нас всьогосьвітнїм звичаєм.
32Kom, we moeten onzen vader wijn laten drinken, en bij hem gaan slapen; dan zullen we tenminste van onzen vader kroost verwekken.
32Ходи сюди лишень, упиймо вином панотця нашого, та переспимо з ним, та й переховаємо рід від панотця нашого.
33Zij gaven haar vader die avond dan wijn te drinken, en de oudste ging bij haar vader liggen; maar hij was er zich niet van bewust, noch dat ze ging liggen, noch dat ze opstond.
33Упоїли ж отця свого вином тієї ночі, і ввійшовши старша, переспала з отцем своїм тієї ночі. І не постеріг він, як вона переспала, і як устала.
34De volgende morgen zei de oudste tot de jongste: Zie, ik heb vannacht bij vader geslapen; laten wij hem vanavond weer wijn geven, en dan moet gij bij hem slapen; dan zullen we van onzen vader kroost verwekken.
34Було ж у ранцї, що каже старша меньшій: Оце ж переспала я вчора з панотцем нашим. Упоїмо його вином і сієї ночі, а ти ввійшовши, переспи з ним, та й переховаймо від панотця нашого рід наш.
35Ook die avond gaven ze haar vader wijn te drinken, en nu ging de jongste bij hem liggen; maar hij was er zich niet van bewust, noch dat ze ging liggen, noch dat ze opstond.
35Упоїли ж і тієї ночі отця свого вином, і ввійшовши меньша, переспала з отцем своїм. І не постеріг він, як переспала, і як устала.
36Zo werden de beide dochters van Lot zwanger van haar vader.
36І завагонїли обидві дочки Лотові тодї від отця свого.
37De oudste baarde een zoon, en noemde hem Moab; hij werd de vader der tegenwoordige Moabieten.
37І вродила старша сина, і дала імя йому Моав. Се праотець Моавіїв по сей день.
38Ook de jongste baarde een zoon, en noemde hem Ben-Ammi; hij is de vader der tegenwoordige Ammonieten.
38Уродила ж і меньша сина, і дала імя йому: Бен-Аммій. Се праотець Аммоніїв по сей день.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.