Genesis
Chapter 2
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Zo werden hemel en aarde voltooid met heel hun heir.
1Так докіньчено небеса й землю з усїм войнством їх.
2En toen God op de zevende dag het werk had voltooid, dat Hij gemaakt had, rustte Hij op de zevende dag van al het werk, dat Hij had gedaan.
2І докіньчив Бог шестого дня дїло своє, що сотворив; і почив на семий день від усього дїла, що сотворив.
3God zegende de zevende dag, en verklaarde die heilig, omdat God toen rustte van al het werk, dat Hij geschapen en tot stand had gebracht.
3І благословив Бог день семий, і зъясував його сьвятим: того бо дня спочив од усїх дїл своїх, які вчинив і зробив.
4Dit is de scheppingsgeschiedenis van hemel en aarde. Toen Jahweh God aarde en hemel gemaakt had,
4Се початок настання небес і землї, як сотворено їх, того часу, як сотворив Господь землю і небо,
5groeide er op aarde nog geen enkele struik in het wild, en evenmin ontsproot er gras op de velden; want Jahweh God had het nog niet laten regenen op aarde, en er was nog geen mens, om het land te bewerken;
5Не було ще на землї нїякої рослини на полях, і не росло ще нїяке зело на полях; бо Господь Бог не повелїв іще дощувати на землю, і не було ще там людей порати землю.
6maar een damp steeg op uit de aarde, die heel de aardbodem drenkte.
6Виходила ж імла з землї і напувала всю верховину на суходолї.
7Toen vormde Jahweh God den mens uit kleiaarde, en blies levensadem in zijn neus; zo werd de mens een levend wezen.
7І создав Господь Бог чоловіка з землї польової, і вдихнув йому в ноздрі живе диханнє. І став чоловік душею живою.
8Nu plantte Jahweh God een tuin in Eden, in het oosten, en plaatste daarin den mens, dien Hij gemaakt had.
8І насадив Бог сад у Едемі на востоцї, та й осадив там чоловіка, що создав.
9Uit de bodem liet Jahweh God allerlei bomen opschieten, prachtig van vorm en met heerlijke vruchten; en midden in de tuin stond de levensboom, en de boom der kennis van goed en kwaad.
9І зростив Господь Бог усяке дерево із землї, принадне на погляд і смашне плодом своїм, і дерево жизьняне посеред саду, і дерево познавання добра й зла.
10In Eden ontsprong een rivier, die de tuin bevloeide, en zich verderop in vier takken splitste.
10І ріка виходить із Едему на поливаннє саду, а потім розлучається чотирма течіями.
11De eerste heet de Pisjon; deze stroomt om het hele land Chawila heen, waar het goud wordt gevonden;
11Імя первої Пизон; ся обтекає всю Гавила землю, де знаходять золото.
12het goud van dat land is voortreffelijk; men vindt daar ook balsemhars en robijnen.
12А золото в тій землї предобре. Там знаходять і бедола-смолу і камінь оникс.
13De tweede stroom heet de Gichon, en deze omspoelt het hele land van Koesj.
13А друга річка зветься Гигон; ся обтекає всю Куш землю.
14De derde stroom heet de Tigris, en loopt ten oosten van Assjoer. De vierde is de Eufraat.
14А трейтя зветься Гиддекель; се та річка, що йде на схід соньця від Ассура. А четверта річка, се Евфрат.
15Daarop plaatste Jahweh God den mens in de tuin van Eden, om die te bewerken en te bewaken.
15І взяв Господь Бог чоловіка та й осадив його в Едемському саду порати його і доглядати.
16En Jahweh God gaf den mens het volgend gebod: Van alle bomen uit de tuin moogt ge eten;
16І заповідав Господь Бог чоловікові, глаголючи: З усякого древа в саду-раї можна тобі по вподобі їсти.
17maar van de boom der kennis van goed en kwaad moogt ge niet eten; want wanneer ge daarvan eet, zult ge sterven.
17З того ж дерева, що дає знаттє доброго й лихого, з того не важитимешся їсти, ато вмреш певно того ж дня, як скоштуєш із його.
18En Jahweh God sprak: Het is niet goed voor den mens, dat hij alleen blijft. Ik zal dus een hulp voor hem maken, die hem past.
18І рече Господь Бог: Не добре чоловікові бути самому; сотворимо йому таку поміч, щоб до пари була йому.
19Toen vormde Jahweh God uit de klei alle dieren op het land en alle vogels in de lucht, en voerde ze naar den mens, om te zien, hoe hij ze zou noemen; want zoals de mens elk levend wezen zou noemen, zo zou het heten.
19І сотворив Господь Бог із землї всякого зьвіря польового і всяке птаство небесне, і привів їх до чоловіка побачити, як він зватиме їх, і як нї назвав би чоловік їх живі душі, так щоби мусїли вони зватись.
20De mens gaf dan namen aan alle tamme dieren en aan de vogels in de lucht en aan alle dieren in het wild, maar vond geen hulp, die hem paste.
20І подавав чоловік назви всякій скотинї, і птаству небесному, і всякому польовому зьвірові, та про чоловіка не знайшлось такої помочі, щоб до пари була йому.
21Nu bracht Jahweh God den mens in een diepe slaap; en terwijl hij sliep, nam Hij een van zijn ribben, en zette er vlees voor in de plaats.
21І попустив Господь Бог твердому сну обняти чоловіка, і як заснув, узяв одно з його ребер, та й затулив його місце тїлом.
22Dan bouwde Jahweh God een vrouw uit de rib, die Hij uit den mens had genomen, en leidde haar tot den mens.
22І создав Господь Бог женщину з ребра, що взяв од чоловіка, та й привів її до чоловіка.
23Toen sprak de mens: Deze is eindelijk been van mijn gebeente En vlees van mijn vlees. Mannin zal zij heten, Omdat zij van den man is genomen.
23І каже чоловік: Се ж кість од костей моїх і тїло від тїла мого. Мусить вона зватись людина; бо її взято з чоловіка.
24Daarom verlaat de man zijn vader en moeder, en hecht zich geheel aan zijn vrouw; en zij worden één vlees.
24Тим оставить чоловік отця свого й матїр свою та й прилїпиться до жони своєї, і будуть удвох тїлом одним.
25De mens en zijn vrouw waren allebei naakt, maar zij schaamden zich niet voor elkander.
25І були обоє нагі, чоловік і жона його, і не соромились.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.