1 Samuel 1
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1Er was eens en man uit Rama, een Soefeër van het Efraïmgebergte, met name Elkana, een zoon van Jerocham, den zoon van Elihoe, zoon van Tóach, zoon van Soef: een Efraïmiet.
1エフライムの山地にあるラマタイム・ツォフィムに、一人の男がいた。その名はエルカナといい、エロハムの子、エリフの子、トフの子、ツフの子で、エフライム人であった。
2Hij had twee vrouwen, van wie de een Channa, de andere Peninna heette. Peninna had kinderen, maar Channa niet.
2彼には二人の妻がいた。一人の名はハンナ、もう一人の名はペニンナであった。ペニンナには子どもたちがいたが、ハンナには子どもがいなかった。
3Elk jaar ging die man uit zijn woonplaats op, om zijn hulde en offers te brengen aan Jahweh der heirscharen in Sjilo, waar de beide zonen van Eli: Chofni en Pinechas, dienst deden als priesters van Jahweh.
3この男は年ごとに自分の町から上って行き、シロで万軍の主 を礼拝し、いけにえを献げた。そこには主の祭司であるエリの二人の息子、ホフニとピネハスがいた。
4Telkens als Elkana offerde, was hij gewend, om aan zijn vrouw Peninna en al haar zonen en dochters een groter aandeel te schenken,
4エルカナがいけにえを献げる日が来た時、彼は妻ペニンナと、彼女のすべての息子、娘たちにそれぞれ分を与えた。
5terwijl hij Channa slechts één deel gaf. Toch had hij Channa lief, maar Jahweh had haar schoot gesloten.
5しかしハンナには特別に二倍の分を与えた。エルカナはハンナを愛していたが、主は彼女の胎を閉ざしておられた。
6Dan tergde haar mededingster haar met opzet, om haar te prikkelen, dat Jahweh haar schoot had gesloten.
6彼女のライバルは、主がハンナの胎を閉ざしておられることで、彼女を激しく挑発し、苦しめた。
7Zo ging het alle jaren; telkens als zij opgingen naar het huis van Jahweh tergde zij haar. Toen zij dan ook eens daarover weende en niets kon eten,
7ハンナが主の宮に上って行く年ごとに、ペニンナはそのようにして彼女をいらだたせた。そのため、ハンナは泣いて、何も食べなかった。
8vroeg Elkana, haar man, haar: Channa, waarom huilt ge; waarom eet ge niet, en waarom zijt ge bedroefd? Ben ik u dan niet méér waard dan tien zonen?
8夫エルカナは彼女に言った。「ハンナよ、なぜ泣いているのか。なぜ食べないのか。なぜ心を痛めているのか。わたしはあなたにとって、十人の息子よりも良い者ではないか。」
9Toen men dan in Sjilo gegeten en gedronken had, stond Channa op en ging voor Jahweh’s aanschijn staan Eli, de priester, zat op zijn stoel bij de deurpost van Jahweh’s heiligdom.
9シロで食事を終えると、ハンナは立ち上がった。その時、祭司エリは主の神殿の戸柱のそばの席に座っていた。
10Bitter bedroefd begon ze tot Jahweh te bidden, en onder een stroom van tranen
10彼女は深い苦しみの中で、激しく泣きながら主に祈った。
11legde ze deze gelofte af: Jahweh der heirscharen! Als Gij U gewaardigt, neer te zien op de droefheid van uw dienstmaagd, als Gij aan mij denkt, als Gij uw dienstmaagd niet vergeet en haar een mannelijk kind wilt schenken, dan zal ik hem aan Jahweh wijden al de dagen van zijn leven. Geen schaar zal zijn hoofd aanraken.
11彼女は誓願を立てて言った。「万軍の主よ。もしあなたが、はしための苦しみを確かにご覧になり、わたしを思い出し、はしためを忘れず、はしために男の子を与えてくださるなら、わたしはその子を一生涯、主に献げ、その頭に剃刀を当てることはしません。」
12Toen ze nu zo vurig tot Jahweh bad, en Eli naar haar mond keek,
12彼女が主の御前で長く祈っていた時、エリは彼女の口元を見つめていた。
13dacht hij, dat ze dronken was. Want Channa sprak in zich zelf: haar lippen bewogen wel, maar haar stem was niet hoorbaar.
13ハンナは心の中で語っており、唇が動いているだけで声は聞こえなかった。そのため、エリは彼女が酔っているのだと思った。
14Eli riep haar toe: Hoe lang blijft ge u aanstellen als een beschonkene? Ga uw roes uitslapen!
14エリは彼女に言った。「いつまで酔っているつもりか。ぶどう酒をやめなさい。」
15Maar Channa antwoordde: Neen heer, ik ben een ongelukkige vrouw. Ik heb geen wijn of sterke drank gedronken, maar ik stortte mijn gemoed uit voor Jahweh!
15ハンナは答えた。「いいえ、わが主よ。わたしは深く悲しんでいる女です。ぶどう酒も強い酒も飲んでいません。ただ主の御前に心を注ぎ出していたのです。
16Beschouw uw dienstmaagd niet als een dochter van Belial want om mijn grote zorgen en verdriet heb ik zo lang gebeden.
16はしためを、よこしまな女と思わないでください。大きな嘆きと苦しみのゆえに、今まで語っていたのです。」
17Toen sprak Eli: Ga in vrede! Moge de God van Israël het verzoek verhoren, dat ge Hem afgebeden hebt.
17するとエリは答えた。「安心して行きなさい。イスラエルの神 が、あなたの求めた願いをかなえてくださるように。」
18Ze antwoordde: Moge uw dienstmaagd genade vinden in uw ogen! Toen ging de vrouw heen; ze kon weer eten en liet haar hoofd niet meer hangen.
18彼女は言った。「はしためがあなたの目に恵みを得られますように。」こうしてその女は自分の道を行き、食事をした。彼女の顔はもはや悲しげではなくなった。
19De volgende morgen stonden ze vroeg op, bogen zich voor Jahweh neer, en reisden terug naar hun huis in Rama. Daar hield Elkana gemeenschap met zijn vrouw Channa, en Jahweh gedacht haar.
19彼らは朝早く起き、主の御前で礼拝し、ラマにある自分の家に帰って行った。エルカナが妻ハンナを知ると、主は彼女を思い出された。
20Want Channa werd zwanger, en bracht een zoon ter wereld, dien ze Samuël noemde; want ze zeide: Afgesmeekt heb ik hem van Jahweh. Toen het jaar verstreken was,
20時が満ちてハンナは身ごもり、男の子を産んだ。彼女は「わたしが主に願い求めた子だから」と言って、その子をサムエル と名付けた。
21ging die man Elkana met heel zijn gezin weer op, om aan Jahweh het jaarlijks offer te brengen en zijn gelofte te vervullen.
21その男エルカナは、家族のすべての者とともに、年ごとのいけにえと自分の誓願のささげ物を主に献げるために上って行った。
22Channa ging echter niet mee. Want ze zei tot haar man: Eerst als het kind de borst ontwend is, zal ik het meenemen; dan kan het voor Jahweh’s aanschijn treden, en daar voor altijd blijven.
22しかしハンナは上って行かなかった。彼女が夫に、「子どもが乳離れするまでは上りません。その後、わたしが彼を連れて行き、彼が主の御前に現れ、いつまでもそこに留まるようにします」と言ったからである。
23Elkana, haar man, gaf haar ten antwoord: Doe wat u goeddunkt, en blijf maar hier, totdat ge hem de borst hebt ontwend; ik hoop maar, dat Jahweh uw woord in vervulling doet gaan. Dus bleef de vrouw thuis en voedde ze haar zoon, totdat ze hem de borst had ontwend.
23夫エルカナは彼女に言った。「あなたがよいと思うようにしなさい。その子が乳離れするまで待ちなさい。ただ、主がその言葉を実現してくださるように。」こうしてハンナはとどまり、息子が乳離れするまで乳を飲ませた。
24Zodra zij hem echter de borst ontwend had, nam zij hem met zich mee, benevens een driejarigen stier, een efa meel en een zak wijn. Zo bracht zij het kind naar het huis van Jahweh in Sjilo, toen het nog jong was.
24彼女はその子が乳離れした時、三頭の雄牛、一エパ の粉、ぶどう酒の皮袋一つを携えて彼を連れ上り、シロにある主の宮へ連れて行った。その子はまだ幼かった。
25Ze slachtten den stier, en brachten het kind naar Eli.
25彼らは雄牛を屠り、その子をエリのもとに連れて来た。
26Nu sprak zij: Ik bid u, heer! Heer, zo waar als gij leeft, ik ben de vrouw, die hier bij u stond, om tot Jahweh te bidden.
26彼女は言った。「ああ、わが主よ。あなたの命にかけて申します。わたしはここであなたのそばに立ち、主に祈っていた女です。
27Om dit kind heb ik gebeden, en Jahweh heeft mij geschonken, wat ik Hem heb afgesmeekt.
27わたしはこの子のために祈りました。すると主は、わたしが求めた願いをかなえてくださいました。
28Daarom sta ik hem nu aan Jahweh af; zolang hij leeft, blijft hij aan Jahweh afgestaan. En ze bogen zich daar voor Jahweh neer.
28それゆえ、わたしも彼を主に委ねます。彼が生きている限り、彼は主に委ねられた者です。」彼はそこで主を礼拝した。
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.