1 Samuel
Chapter 29
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Freedom Bible (フリー…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1De Filistijnen trokken nu al hun troepen samen naar Afek, terwijl Israël zijn kamp opsloeg bij de bron, die zich bij Jizreël bevindt.
1ペリシテ人は全軍勢をアフェクに集めた。イスラエル人はエズレルにある泉のそばに陣を敷いた。
2Toen nu de Filistijnse tyrannen aan de spits van honderden en duizenden voorbijtrokken, en David met zijn manschappen in de achterhoede met Akisj voorbijtrok,
2ペリシテ人の君主たちは、百人隊、千人隊を率いて進んで行き、ダビデとその人々もアキシュとともに最後尾を進んで行った。
3vroegen de vorsten der Filistijnen: Wat moeten die Hebreën? En Akisj antwoordde de Filistijnse vorsten: Dat is David, de onderdaan van Saul, den koning van Israël, die sinds jaren en dagen bij mij is. En van de dag af, dat hij naar mij overliep, tot op de dag van heden heb ik niets op hem aan te merken gehad.
3するとペリシテ人の君主たちは言った。「このヘブル人たちは何なのか。」 アキシュはペリシテ人の君主たちに言った。「これはイスラエルの王サウルの家来ダビデではないか。彼はこの日々、いやこの年々、わたしとともにいたが、彼がわたしのところに逃げて来た日から今日に至るまで、わたしは彼に何の落ち度も見つけていない。」
4Maar de Filistijnse vorsten voeren tegen hem uit, en zeiden tot hem: Stuur dien man weg, en laat hem terugkeren naar de plaats, waar ge hem gevestigd hebt. Neen, hij trekt niet met ons ten strijde; hij zal ons in de strijd niet verraden! Want hoe kan hij zich beter bij zijn meester in de gunst werken dan met de hoofden van deze mannen?
4しかしペリシテ人の君主たちは彼に向かって怒り、彼に言った。「この男を送り返し、あなたが彼に指定した場所へ帰らせなさい。私たちとともに戦いに下って行かせてはならない。戦いの中で私たちの敵となるかもしれないからだ。この男がどうやって自分の主君と和解するというのか。ここにいる兵士たちの首を手土産にする以外にないではないか。
5Dat is toch die David, tot wiens eer in rondedans werd gezongen: Saul sloeg ze bij duizenden neer, Maar David bij tienduizenden!
5このダビデは、人々が踊りながら互いに歌い交わして、 『サウルは千を打ち、 ダビデは万を打った』 と言った者ではないか。」
6Toen ontbood Akisj David, en zeide: Zowaar Jahweh leeft, gij zijt een eerlijk man, en ik stel er prijs op, dat gij aan mijn zijde het kamp in-en uitgaat. Want sinds de dag, dat ge bij me zijt gekomen, tot op de dag van heden had ik niets op u aan te merken. Maar in de ogen van de tyrannen zijt ge minder gewenst.
6そこでアキシュはダビデを呼んで言った。「主は生きておられる。あなたは誠実な者だ。あなたがわたしとともに軍務に就くことは、わたしには好ましい。あなたがわたしのところに来た日から今日に至るまで、わたしはあなたに悪を見つけていない。しかし、君主たちはあなたを好ましく思っていない。
7Keer dus terug en ga in vrede; doe niets, wat de Filistijnse tyrannen mishaagt.
7それゆえ今、帰りなさい。ペリシテ人の君主たちを怒らせないように、平安のうちに行きなさい。」
8Maar David sprak tot Akisj: Wat heb ik gedaan, en wat hebt ge uw dienaar te verwijten, sinds ik bij u kwam tot de dag van vandaag, dat ik niet mee mag strijden tegen de vijanden van mijn heer en koning?
8ダビデはアキシュに言った。「しかし、わたしが何をしたというのですか。わたしがあなたに仕えるようになった日から今日に至るまで、あなたはしもべに何を見つけたというのですか。わたしが行って、わが主、王の敵と戦ってはならないとは。」
9Akisj verzekerde David: Ge weet, dat ik u hoogacht als waart ge een engel van God; maar de vorsten der Filistijnen hebben beslist: Hij mag niet met ons mee in de strijd.
9アキシュはダビデに答えた。「分かっている。あなたはわたしの目には神の使いのように信頼できる。それでもペリシテ人の君主たちは、『彼を私たちとともに戦いに上らせてはならない』と言ったのだ。
10Trek dus morgenvroeg op met de dienaren van uw heer, die met u mee zijn gekomen, en begeef u naar de plaats, waar ik u gevestigd heb; laat u niet leiden door gevoelens van wraak, want ik acht u hoog1. Maak u dus morgenvroeg gereed en vertrek, zodra het dag wordt.
10それゆえ今、あなたとともに来たあなたの主君の家来たちと一緒に、朝早く起きなさい。朝早く起き、明るくなったらすぐに出発しなさい。」
11David trok dus met zijn manschappen vroeg in de morgen op, en keerde terug naar het land der Filistijnen, terwijl de Filistijnen naar Jizreël oprukten.
11そこでダビデとその人々は、朝早く出発するために早く起き、ペリシテ人の地へ帰って行った。ペリシテ人はエズレルへ上って行った。

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.