1 Samuel
Chapter 29
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1De Filistijnen trokken nu al hun troepen samen naar Afek, terwijl Israël zijn kamp opsloeg bij de bron, die zich bij Jizreël bevindt.
1От і скупили Филистії всї потуги до купи в Афецї, тим часом як Ізраїль отаборивсь коло криницї під Езреелем.
2Toen nu de Filistijnse tyrannen aan de spits van honderden en duizenden voorbijtrokken, en David met zijn manschappen in de achterhoede met Akisj voorbijtrok,
2Як же князї Филистійські прийшли з сотнями й тисячами своїми, а потім прийшов і Давид із людьми своїми за Анхузом,
3vroegen de vorsten der Filistijnen: Wat moeten die Hebreën? En Akisj antwoordde de Filistijnse vorsten: Dat is David, de onderdaan van Saul, den koning van Israël, die sinds jaren en dagen bij mij is. En van de dag af, dat hij naar mij overliep, tot op de dag van heden heb ik niets op hem aan te merken gehad.
3Кажуть князї Филистійські: Що се за Євреї? Відказав Анхуз Филистійським князям: Чи ж ви не знаєте, що се Давид, слуга Саула, царя Ізрайлевого, що вже більш року при менї пробуває, й я з того дня, як він прийшов, та й досї нїчогісїнько не знайшов у йому.
4Maar de Filistijnse vorsten voeren tegen hem uit, en zeiden tot hem: Stuur dien man weg, en laat hem terugkeren naar de plaats, waar ge hem gevestigd hebt. Neen, hij trekt niet met ons ten strijde; hij zal ons in de strijd niet verraden! Want hoe kan hij zich beter bij zijn meester in de gunst werken dan met de hoofden van deze mannen?
4Та недовольні були на його за се Филистійські князї і вимагали від його: Відошли сього чоловіка назад; нехай вертає в свою домівку, що назначив єси йому, і не йде з нами воювати, щоб на войнї та не зробився нашим зрадником. Чим би йому запобігти знов ласки у пана свого, як не головами сих (наших) людей?
5Dat is toch die David, tot wiens eer in rondedans werd gezongen: Saul sloeg ze bij duizenden neer, Maar David bij tienduizenden!
5Хиба ж се не той Давид, що йому присьпівувано в хороводах: Побив Саул тисячі, а Давид десятки тисяч?
6Toen ontbood Akisj David, en zeide: Zowaar Jahweh leeft, gij zijt een eerlijk man, en ik stel er prijs op, dat gij aan mijn zijde het kamp in-en uitgaat. Want sinds de dag, dat ge bij me zijt gekomen, tot op de dag van heden had ik niets op u aan te merken. Maar in de ogen van de tyrannen zijt ge minder gewenst.
6І звелїв Анхуз покликати Давида та й каже йому: Так певно, як живе Господь: ти щирий, і мило було б очам моїм, щоб ти в таборі зо мною виходив і ввіходив, бо я не знайшов у тебе нїякого зла з того часу, як прийшов єси до мене та й по сей день; та иншим князям ти не під мислї.
7Keer dus terug en ga in vrede; doe niets, wat de Filistijnse tyrannen mishaagt.
7То ж ійди собі з упокоєм додому, щоб не дражнив князїв Филистійських.
8Maar David sprak tot Akisj: Wat heb ik gedaan, en wat hebt ge uw dienaar te verwijten, sinds ik bij u kwam tot de dag van vandaag, dat ik niet mee mag strijden tegen de vijanden van mijn heer en koning?
8І відказав Давид Анхузові: Що ж я таке вчинив і що ти знайшов у рабі твойму з того часу, як ввійшов я в твою службу, та й по сей день, щоб менї не йти на війну проти ворогів мого царя й пана?
9Akisj verzekerde David: Ge weet, dat ik u hoogacht als waart ge een engel van God; maar de vorsten der Filistijnen hebben beslist: Hij mag niet met ons mee in de strijd.
9І сказав Анхуз Давидові: Знаю, що ти менї такий любий, як ангел Божий, та що ж коли вимагають князї Филистійські: Нехай він не йде з нами на війну!
10Trek dus morgenvroeg op met de dienaren van uw heer, die met u mee zijn gekomen, en begeef u naar de plaats, waar ik u gevestigd heb; laat u niet leiden door gevoelens van wraak, want ik acht u hoog1. Maak u dus morgenvroeg gereed en vertrek, zodra het dag wordt.
10Оце ж лагодься завтра вранцї з слугами пана твого, що прийшли з тобою; і встаньте ранїсїнько, щоб вам, скоро займесь на день, вийти.
11David trok dus met zijn manschappen vroeg in de morgen op, en keerde terug naar het land der Filistijnen, terwijl de Filistijnen naar Jizreël oprukten.
11От і встав Давид і люде його, щоб ійти назавтра вранцї назад у Филистійську землю, тим часом як Филистії пійшли в Езреель.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.