1 Samuel
Chapter 20
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Uit het profetenhuis te Rama vluchtend, verscheen David voor Jonatan en sprak: Wat heb ik toch misdaan? Waaraan ben ik schuldig en wat voor kwaad heb ik jegens uw vader bedreven, dat hij mij naar het leven staat?
1Давид же втїк із Навату, в Рамі, та й сказав Йонатанові: Що я вчинив і в чому вина моя та переступ мій проти панотця твого, що він хоче стратити мене?
2Hij antwoordde hem: Dat moet ge niet zeggen; ge zult niet sterven. Zie, mijn vader doet niets, belangrijk of niet, of hij zegt het mij. Waarom zou mijn vader mij juist dit voornemen verbergen? Geen sprake van!
2І відказав йому Йонатан: нї, ти не вмреш; ось отець мій не чинить нїчого, нї великого, нї малого, не виявивши менї; чого ж би він скривав се передо мною? нї, сього не буде.
3Maar David bezwoer hem nog eens: Uw vader weet heel goed, dat ik bij u in de gunst sta. Hij zal dus denken: Jonatan moet dit niet weten; anders wordt hij bedroefd. Hoe het ook zij: zowaar Jahweh leeft en zowaar gij leeft, er staat maar een stap tussen mij en de dood!
3А Давид на те: Панотець твій знає добре, що ти прихилен до мене, та й думає: нехай не знає сього Йонатан, щоб не журився; тим часом — так певно, як живе Господь і як живеш ти, проміж мною й смерттю один тільки ступінь!
4Jonatan verzekerde David: Wat ge ook voorstelt, zal ik voor u doen.
4І відказав Йонатан Давидові: чого забажає душа твоя, все я чинити му.
5Nu sprak David tot Jonatan: Wel, morgen is het nieuwe maan, dan moest ik beslist bij den koning blijven eten. Maar gij moet me verontschuldigen. Ik zal mij tot overmorgenavond buiten verschuilen.
5І каже Давид Йонатанові: Завтра новомісяць, і менї належиться седїти з царем за столом; але відпусти мене, я сховаюсь у полі до вечора третього дня.
6Als uw vader mijn afwezigheid opmerkt, moet ge hem zeggen: David heeft mij dringend verlof gevraagd, om even naar Betlehem, zijn woonplaats, te gaan, omdat heel zijn familie daar het jaarlijks offer houdt.
6Коли про мене поспитає панотець твій, так скажи: Давид одзволивсь у мене, щоб пійти в своє місто Бетлеєм, бо там будуть приносити рокову жертву від усієї родини його.
7Zegt hij dan “goed”, dan is uw dienaar veilig; maar wordt hij er boos om, dan kunt gij er zeker van zijn, dat het kwaad bij hem vaststaat.
7Коли скаже на се: Добре! так буде спокій рабу твойму; як же закипить гнївом, так знати меш тодї, що він надумавсь, якесь лихо заподїяти.
8Bewijs uw dienaar deze dienst; want met een verbond van Jahweh hebt ge uw dienaar aan u verbonden. Ben ik echter schuldig, dood me dan zelf, maar lever mij niet aan uw vader uit.
8Покажи милость рабові твойму, ти ж бо ввійшов у Господню вмову з рабом твоїм, і коли на менї вагонить яка провина, так убий ти мене; про що тобі вести мене до панотця твого?
9Jonatan antwoordde: Maak u niet ongerust. Want als ik er zeker van ben, dat mijn vader besloten heeft, u kwaad te doen, zal ik het u beslist laten weten.
9І відказав Йонатан: Нїяк не буде сього з тобою, бо коли б я справдї дознавсь, що в мого панотця задумано вчинити лихе дїло над тобою, так хиба б же я тебе не остеріг?
10Toen zeide David tot Jonatan: Maar hoe kom ik te weten, of uw vader u bars heeft geantwoord?
10І відказав Давид Йонатанові: Коли б мене хто небудь сповістив, чи не дав тобі панотець сердиту відповідь!
11Jonatan gaf David ten antwoord: Kom, laat ons naar buiten gaan, het veld in. En samen gingen ze naar buiten, het veld in.
11І сказав Йонатан Давидові: Ось ходїмо в поле. І вийшли обидва на поле.
12Nu sprak Jonatan tot David: Jahweh, de God van Israël is getuige, dat ik morgen om deze tijd mijn vader zal uithoren. Staat het dan goed voor David, en stuur ik u geen boodschap, om u in te lichten,
12От і каже Йонатан Давидові: Як живе Господь, Бог Ізрайлїв: я завтра около сієї пори, або позавтра, допитаюсь у панотця мого, і наколи буде що добре про Давида, а я тодї не пошлю до тебе й не сповіщу тебе про те,
13dan moge Jahweh zo aan Jonatan doen en nog erger! Als echter mijn vader van plan is, u kwaad te doen, dan zal ik u eveneens inlichten, en maken dat ge u in veiligheid kunt stellen. Moge Jahweh dan met u blijven, zoals Hij geweest is met mijn vader!
13Нехай те й те вдїє Господь з Йонатаном та ще й причинить йому. Коли ж панотець мій постановив заподїяти зло тобі, то я й про те сповіщу тебе, а тодї йди в мирі, і нехай Господь буває з тобою, як він бував із моїм панотцем.
14Ben ik dan nog in leven, och, bewijs me dan Jahweh’s gunst; en ben ik gestorven,
14Але й ти, як я буду жити, вчиниш надо мною милосердє Господнє;
15onthoud dan in der eeuwigheid uw gunst niet aan mijn nageslacht. Als Jahweh dus Davids vijanden één voor één van de aardbodem heeft verdelgd,
15А коли б я вмер, то не віднімай милости твоєї від мого дому повіки, навіть тодї, як повикоренює Господь ворогів Давидових одного за одним із землї.
16dan moge Jonatan niet uit Davids huis worden verwijderd, en Jahweh het op David verhalen.
16Так учинив Йонатан умову з домом Давида, і сказав: Нехай помститься Господь над ворогами Давидовими!
17Ten tweede male zwoer Jonatan aan David bij zijn genegenheid voor hem; want hij hield van hem als van zichzelf.
17І заприсяг Йонатан Давидові ще раз у любові своїй до його, бо любив його як свою душу.
18En Jonatan sprak tot hem: Morgen is het nieuwe maan. Ge zult dus gemist worden, als uw plaats onbezet blijft;
18І каже Йонатан йому: Завтра новомісяць, то про тебе питати муть (бо твоє місце буде порожнє);
19zeker wordt ge overmorgen gemist. Begeef u dus naar de plek, waar ge op die bewuste dag een schuilplaats gevonden hebt, en blijf in de buurt van die steenhoop.
19Аж до третього дня питати муть про твоє місце; то ж третього дня прийди на те місце, де ховавсь уперед, та й сядь коло каменя Азель;
20Dan zal ik overmorgen er pijlen langs afschieten, alsof ik op een doel wil mikken,
20Я ж пущу туди три стріли, наче б стріляв до мети.
21en den jongen gelasten, de pijlen te gaan oprapen. Zeg ik dan tot den jongen: “Hé, de pijl ligt meer naar deze kant toe, raap ze op, kom dan voor de dag; want dan zijt ge veilig en is er geen gevaar, zowaar Jahweh leeft!”
21А також посилати му хлопця кажучи йому: Йди шукай стріли; і як скажу хлопцеві: стріла лежить ось де перед тобою, неси сюди! то ти приходь ід менї, бо все гаразд, так певно, як живе Господь.
22Maar roep ik tot den jongen: “Hé, de pijl ligt verder op”, ga dan heen; want dan zendt Jahweh u weg.
22Коли ж кликну молодикові так: стріла лежить від тебе далїй, тодї йди собі, бо Господь відсилає тебе;
23En wat de afspraak betreft tussen u en mij, daarvan zal Jahweh voor eeuwig getuige zijn!
23Що ж до розмови нашої, дак нехай Господь буде сьвідком між мною й тобою по віки.
24David hield zich dus schuil op het veld. En toen het nieuwemaan was geworden, zette de koning zich aan de maaltijd.
24І сховався Давид у полі. Як же настав новомісяць, сїв царь за столом обідати.
25Zoals gewoonlijk zat de koning op zijn zetel tegen de muur; Jonatan ging tegenover hem, Abner naast Saul zitten, en de plaats van David bleef leeg.
25І сїв царь на свойму звичайному місцї, на покутї, і встав Йонатан, Абенир же сїв побіч Саула, а Давидове місце зісталось порожнє.
26Maar Saul zei er die dag nog niets van; want hij dacht: Er zal hem iets overkomen zijn, waardoor hij niet rein is; en hij zal zich niet hebben gereinigd.
26Та Саул не сказав того дня нїчого, бо думав, що се так лучилось, що Давид нечистий, що не очистився.
27Maar toen de volgende dag, dus de tweede dag van de nieuwe maan, de plaats van David weer onbezet bleef, vroeg Saul aan zijn zoon Jonatan: Waarom is de zoon van Jesse vandaag en gisteren niet aan de maaltijd verschenen?
27Прийшов і другий день у новому місяцї, а місце Давида оставало порожнє. Тодї сказав Саул свому синові Йонатанові: Чом се Ессеєнко нї вчора, нї сьогоднї не прийшов до обіду?
28Jonatan gaf Saul ten antwoord: David heeft van mij dringend verlof gevraagd voor Betlehem.
28І відказав Йонатан Саулові: Давид випрохав у мене відзвіл у Бетлеєм;
29Hij zeide: “Wil mij verontschuldigen; want wij hebben een familieoffer in de stad, en mijn broers hebben mij uitgenodigd. Als ge mij dus gunstig gezind zijt, verontschuldig me dan; dan kan ik mijn broers gaan bezoeken”. Daarom is hij niet aan ‘s konings tafel verschenen.
29Відпусти, каже, мене, бо в нас у містї родова жертва, і брат мій покликав мене; коли твоя ласка, так одпусти мене, братів моїх одвідати; через те ж то він і не прийшов до царського обіду.
30Toen werd Saul kwaad op Jonatan en zeide tot hem: Straatmeidenjong! ik weet heel goed, dat ge het met den zoon van Jesse houdt tot uw eigen schande en tot schande van de schaamte van uw moeder.
30І закипів Саул гнївом на Йонатана й сказав йому: Сину ти ледащичин! Я добре знаю, що ти здружився з Ессеєнком на сором собі самому й на сором матері твоїй!
31Want zolang de zoon van Jesse op aarde leeft, zijt ge van uw koningschap niet zeker. Laat hem derhalve bij mij brengen, want hij heeft de dood verdiend.
31Бо всї днї, поти син Ессеїв жити ме на землї, не встоїш нї сам ти, нї твоє царство. Оце ж пошли, нехай приведуть його перед мене: бо його призначено на смерть!
32Jonatan gaf zijn vader ten antwoord: Waarom moet hij sterven; wat heeft hij misdaan?
32І відказав Йонатан Саулові, батькові свойму, та й поспитав: За що йому вмірати? що він провинив?
33Maar Saul slingerde de lans naar hem toe, om hem te vermoorden. Jonatan begreep dus, dat het bij zijn vader vaststond, David te doden.
33І метнув на його Саул списом, думаючи влучити в його. От і впевнивсь тодї Йонатан, що його батько постановив убити Давида.
34Verontwaardigd stond hij van tafel op, en ook die tweede dag van de nieuwe maan gebruikte hij niets; hij had met David te doen, omdat zijn vader hem zo schandelijk behandelde.
34І встав Йонатан ізза столу в палкому гнїву, та й не їв другого дня в новому місяцї, бо гірко йому було за Давида, та й що й його самого осоромив батько його.
35Volgens afspraak met David trok Jonatan de volgende morgen het veld in, en een kleine jongen ging met hem mee.
35Назавтра ж вийшов Йонатан умовленої з Давидом доби на поле з молодим хлопцем.
36Hij zeide tot zijn knechtje: Vooruit; ga de pijlen oprapen, die ik afschiet! En terwijl de jongen vooruitliep, schoot Jonatan een pijl af, over hem heen.
36І каже свойму хлопцеві: Біжи будеш шукати стріли, що я випускаю. Як же хлопець побіг, він випустив стрілу поза його.
37Toen de jongen op de plek kwam, waar de pijl lag, die Jonatan had afgeschoten, riep Jonatan den jongen achterna: Hé, de pijl ligt verderop!
37Як прийшов же хлопець до стріли, що випустив Йонатан, крикнув Йонатан за хлопцем і сказав: Стріла лежить дальше від тебе!
38En hij riep den jongen nog na: Vooruit een beetje; sta niet te suffen. Het knechtje van Jonatan raapte de pijl op, en kwam naar zijn meester.
38І знов крикнув Йонатан хлопцеві: Скорше біжи, не гайся! Хлопець підняв стрілу та й принїс панові свойму.
39Maar de jongen begreep er niets van; enkel Jonatan en David kenden het teken.
39Хлопець же не знав нї про що, тільки Йонатан та Давид знали про сю річ.
40Nu gaf Jonatan zijn schiettuig aan zijn knechtje, en zeide hem: Ga dat naar de stad brengen.
40І передав Йонатан свою зброю хлопцеві, що був при йому, і звелїв йому: Йди, однеси в місто.
41De jongen ging heen. Nu kwam David uit zijn schuilhoek naast de steenhoop te voorschijn, wierp zich op de grond, en boog zich driemaal neer. Zij kusten elkaar en lange tijd weenden zij met elkander.
41Тим часом же, як ійшов хлопець додому, знявся Давид із місця, що на полуднї, і припав лицем до землї та й уклонився тричі. І поцїлувались вони й плакали один з одним; Давид же плакав більше.
42En Jonatan sprak tot David: Ga in vrede; wat wij samen bezworen hebben bij de naam van Jahweh: daarvan zal Jahweh voor eeuwig getuige zijn tussen mij en u, tussen mijn geslacht en het uwe.
42І каже Йонатан Давидові: Йди в мирі; що ж до того, що ми заприсяглись в імя Господнє, то нехай буде Господь між мною й тобою, як і між моїм і твоїм потомством у вічні часи.
no verse 43 in this text
43І встав Давид і пійшов, а Йонатан вернувся в місто.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.