1 Samuel 4
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1En het woord van Samuël drong tot heel Israël door, In die dagen trokken de Filistijnen met vereende krachten tegen Israël ten strijde. De Israëlieten trokken de Filistijnen tegemoet, om tegen hen slag te leveren; zij sloegen hun kamp op bij Eben-Haézer terwijl de Filistijnen bij Afek gelegerd waren.
1І пійшов поклик Самуїлів по всьому Ізрайлеві, і виступили Ізрайлитяне на війну проти Филистіїв та й отаборились при Авен-Езері, тим часом як Филистії отаборились під Афеком.
2De Filistijnen gingen over tot de aanval op Israël, het gevecht breidde zich uit, en Israël werd door de Filistijnen verslagen; omstreeks vierduizend man sneuvelden aan het front in het open veld.
2І вдарили Филистії на Ізраїля, і поконали Филистії Ізрайлитян, і побито їх на боєвому майданї в чистому полі до сорока тисячей.
3Toen het volk naar de legerplaats was teruggekeerd, vroegen de oudsten van Israël: Waarom heeft Jahweh ons vandaag door de Filistijnen laten verslaan? Laat ons uit Sjilo de verbondsark van Jahweh hierheen halen. Ze moet in ons midden komen en ons uit de greep van onze vijanden verlossen!
3Як вернувся ж люд у табір, говорили громадські мужі Ізрайлеві: За що побив нас сьогоднї Господь перед Филистіями? Ось візьмімо з Силому до себе скриню закону Господнього, щоб ійшла посеред нас і спасла нас із рук ворогів наших.
4Daarom zond het volk een boodschap naar Sjilo, en men bracht vandaar de verbondsark van Jahweh der heirscharen, die op de cherubs troont. De beide zonen van Eli: Chofni en Pinechas, kwamen mee met de verbondsark van God.
4І послав народ у Силом, і взяли звідти ковчег закону Господа Саваота, що царює над херувимами, а обидва сини Ілїєві, Офнїй та Пинеес провожали скриню завіту Господнього.
5Toen nu de verbondsark van Jahweh de legerplaats binnenkwam, begonnen alle Israëlieten zo oorverdovend te juichen, dat de grond ervan dreunde.
5Як прибула ж скриня закону Господнього в табір, то ввесь Ізраїль підняв такий сильний крик, що аж земля застогнала.
6Ook de Filistijnen hoorden dat gejuich, en vroegen: Wat moet dat oorverdovend gejuich in het kamp der Hebreeën? Toen de Filistijnen echter vernamen, dat de ark van Jahweh in het kamp was gekomen,
6Почувши ж Филистії голосний гук, питали: Чого се такі грімкі оклики в таборі Еврейському? І як дознались, що ковчег Господень прибув у табір,
7werden ze bevreesd; want ze meenden: Hun goden zijn in de legerplaats gekomen. Ze riepen: Wee ons; zo iets is nog nimmer gebeurd!
7Так полякались Филистії, бо говорили: се той Бог прибув до них у табір; і казали: Горе нам тепер, бо такого не бувало нї вчера нї три днї тому!
8Wee ons; wie zal ons uit de macht van die ontzagwekkende goden verlossen? Dat zijn immers de goden, die in de woestijn de Egyptenaren met allerlei plagen hebben geslagen?
8Горе нам! хто врятує нас із потали сього страшного Божества? Се те саме божество, що побило Египтїїв всякими карами в пустинї!
9Moed Filistijnen; weest mannen! Anders wordt ge de slaven van de Hebreën, zoals zij het van u zijn geweest. Weert u in de strijd als mannen!
9Кріпітесь і покажіть себе мужами, Филистії, щоб не зробились крепаками в Евреїв, як були вони крепаками вашими. Ставайте мужно з ними до бою!
10Inderdaad hervatten de Filistijnen het gevecht; Israël werd verslagen, en allen sloegen op de vlucht naar hun tenten. Het werd een verschrikkelijk bloedbad; van Israël vielen er dertig duizend man voetvolk.
10І вдарили Филистії, Ізрайлитяне ж підлягли, та й побігли кожен у свій намет, а був побій вельми тяжкий, і полягло Ізраїля трийцять тисячей чоловіка піхоти.
11Ook de ark Gods werd buitgemaakt, en de beide zonen van Eli: Chofni en Pinechas sneuvelden.
11Та й скриню Господню взято і обох синів Ілїєвих убито.
12Een Benjamiet verliet ijlings het slagveld, en met gescheurde klederen en met aarde op het hoofd3 bereikte hij Sjilo nog diezelfde dag.
12Утїкаючи же один Беняминїй з місця бою, прибіг того ще самого дня в Силом з розідраною одежою і з порохом на голові.
13Bij zijn aankomst zat Eli op de zetel opzij van de poort in de richting van Mispa; want hij was ongerust over de ark Gods. Toen de man in de stad het nieuws kwam berichten, begon de hele stad te jammeren.
13Як він прибув, седїв Ілїй на свойму стілцї коло дверей і позирав на шлях, бо серце його боялось за ковчег Божий. Як же прийшов чоловік той і сповістив місто, так заплакав увесь город.
14Eli hoorde dat gejammer, en vroeg: Wat betekent dat rumoer? Intussen was de man ijlings naderbij gekomen, om de tijding aan Eli mede te delen.
14Почувши Ілїй крик, питає: Що се за крик? Тодї підійшов той чоловік та й принїс Ілїєві звістку.
15Eli nu was een man van acht en negentig jaar; zijn ogen stonden star, zodat hij niets kon zien.
15Ілїєві ж було вісїмдесять і девять лїт віку, і очі в його потемнїли, так що він уже не добачав.
16De man zei tot Eli: Ik ben vandaag van het slagveld gekomen en van het front weggelopen. Hij vroeg: Hoe is het gegaan, mijn zoon?
16Як же сказав той чоловік Елїєві: Я той, що прибув з табору, і сьогоднї втїк з боєвого поля, він запитав: Що ж там сталося, синку?
17De boodschapper antwoordde: Israël is voor de Filistijnen gevlucht, en het volk heeft een gevoelige nederlaag geleden; ook uw beide zonen, Chofni en Pinechas, zijn gesneuveld, en de ark Gods is buitgemaakt!
17Посел дав йому таку відповідь: Кинувсь навтеки Ізраїль перед Филистіями, до того полягло вельми багацько люду; твої обидва сини, Офнїй і Пинеес мертві та й скриню Божу взято!
18Zodra hij echter van de ark Gods gewaagde, viel Eli van zijn zetel naast de poort achterover. Hij brak zijn nek en stierf; want de man was oud en zwaar. Veertig jaar had hij Israël gericht.
18Як же сказав про ковчег Божий, упав той із стільця коло дверей горілиць, зломив шию й умер: був бо й старий і важкий собі чоловік. Сорок год суддював над Ізраїлем.
19Zijn schoondochter, de vrouw van Pinechas, die zwanger was en elk ogenblik bevallen kon, kromp ineen, toen zij de tijding vernam, dat de ark van God was buitgemaakt, en haar schoonvader en echtgenoot gestorven waren; de weeën overvielen haar, en haar kind werd geboren.
19Невістка ж його, жінка Пинеесова, та була вагітна, і як почула звістку про втрату ковчега Господнього і що її свекор і її муж мертві, так упала та й породила; бо вхопили її болї.
20Als ze nu ging sterven, zeiden de vrouwen, die om haar heen stonden: Wees maar niet ongerust; ge hebt het leven geschonken aan een zoon. Maar ze antwoordde niet, en schonk er zelfs geen aandacht aan.
20Як же приходилось їй умерти, казали їй жінки, що стояли навкруги: Не сумуй, ти вродила сина. Однакже вона не відказала нїчого і не вважала вже на те.
21Ze noemde het kind I-Kabod, dat wil zeggen: “Verdwenen is de heerlijkheid uit Israël”; daarbij doelend op de verovering van Gods ark en op haar schoonvader en echtgenoot.
21Тільки назвала хлопця Іхабод (безславний), бо казала: Зникла слава Ізрайлева через те що втеряли Божу скриню, а вона свекра й мужа.
22Daarom zeide zij: Verdwenen is de heerlijkheid uit Israël, omdat de ark van God is buitgemaakt.
22І промовила вона: Зникла слава Ізрайлева, бо взято ковчега Божого!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.