1 Samuel 8
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Toen Samuël oud begon te worden, stelde hij zijn zonen als rechters over Israël aan.
1Як зробився Самуїл старим, понастановляв сини свої суддями над Ізраїлем.
2Zijn oudste zoon heette Joël, de tweede Abija; zij spraken recht te Beër-Sjéba.
2Перворідень його звався Йоил, другий же син Абія. Сї суддювали в Берсабії.
3Zij volgden echter zijn voorbeeld niet, maar waren op eigen voordeel uit, namen steekpenningen aan en verkrachtten het recht.
3Та сини його не ходили путьми його: шукали вони користї своєї, давали підкуплювати себе й судили криво.
4Daarom kwamen al de oudsten van Israël bijeen, begaven zich naar Samuël te Rama,
4І посходились докупи всї громадські мужі в Ізраїлї, і прийшли до Самуїла в Раму,
5en zeiden tot hem: Gij zijt oud geworden, en uw zonen volgen uw voorbeeld niet. Geef ons liever een koning, om ons te regeren, zoals ook alle andere volken hebben.
5Та й промовили до його: Ти вже старенький, сини же не ходять путьми твоїми, то ж постав царя над нами, щоб нами правив, як се дїється в инших народів.
6Maar het voorstel, dat ze gedaan hadden: “Geef ons een koning, om ons te regeren”, was in de ogen van Samuël een misdaad. Hij bad tot Jahweh,
6Самуїл же не вподобав сього, як вони промовляли: Дай нам царя, щоб нам правив. І молився Самуїл Господеві;
7en Jahweh sprak tot Samuël: Wees het volk terwille in alles wat ze u voorstellen. Want niet u hebben ze verworpen, maar Mij; Mij willen ze niet meer als Koning over zich hebben.
7Господь же повелїв Самуїлові: Слухай вимагання людського в усьому, чого бажають; бо не тебе вони відопхнули, нї! мене вікинули, щоб я не царював над ними;
8Juist zoals ze met Mij hebben gedaan van de dag af, dat Ik hen opvoerde uit Egypte tot heden toe, door Mij te verlaten en vreemde goden te dienen, zo doen ze ook nu met u.
8Так само, як поводились вони з того часу, як вивів я їх із Египту, та й досї, покидали мене, і служили богам иншим, так поводяться вони й проти тебе.
9Welnu, geef ze hun zin; alleen moet ge ze uitdrukkelijk waarschuwen, en hun het recht van den koning voorhouden, die over hen regeren zal.
9Оце ж слухай їх голосу; та тільки остережи їх і поясни їм права того царя, що буде над ними царювати.
10Samuël bracht aan het volk, dat hem een koning had gevraagd, alles over wat Jahweh gezegd had.
10І переказав Самуїл все, що глаголав Господь, людові, що допевнявсь од його царя,
11Hij sprak tot hen: Aldus is het recht van den koning, die over u gaat heersen. Over uw zonen mag hij beschikken, om ze bij zijn wagens en ruiterij onder te brengen, en ze vóór zijn wagen te laten lopen;
11Та й говорив: Ось які будуть права в того царя, що царювати ме над вами: сини ваші забирати ме він і приставляти до возів та до коней своїх, і будуть вони бігати поперед колесницями його;
12om ze in zijn dienst te stellen als hoofdman van duizend en vijftig; om zijn akker om te ploegen, zijn oogst binnen te halen en zijn oorlogs- en wapentuig te vervaardigen.
12І щоб отаманували над півсотнями та тисячами, й орали поля його, та жали хлїб його, та щоб вирабляли йому воєнну зброю і знаряддя до возів його;
13Over uw dochters mag hij beschikken als zalvenmengsters, keukenmeisjes en kooksters.
13Дочки ж ваші забирати ме, щоб йому робили мастило, та варили та пекли;
14Van uw akkers, uw wijngaarden en olijftuinen mag hij de beste in beslag nemen, om die weg te schenken aan zijn dienaars.
14З вашого поля, виноградника й оливного саду що лучше брати ме та своїм урядникам роздавати ме.
15Van uw zaailanden en uw wijngaarden mag hij het tiende heffen, om het aan zijn hovelingen en ambtenaren te geven.
15З вашого посїву й винограду вимагати ме десятину та й роздавати ме своїм різанцям та слугам своїм;
16Uw slaven en slavinnen, uw beste runderen en ezels mag hij opeisen, om die voor zijn eigen werk te gebruiken.
16Ваші раби й рабинї як і лучших молодцїв ваших, та осли ваші брати ме і на свою роботу буде обертати;
17Van uw schapen mag hij het tiende heffen; en zelf zult gij zijn slaven zijn.
17З дрібного скота вашого буде десятину вимагати, а самі ви будете його крепаками.
18En mocht gij in de toekomst u beklagen over den koning, dien ge u verkozen hebt, dan zal Jahweh u niet verhoren.
18Як же ви колись нарекати мете на вашого царя, що вибрали собі, тодї Господь не буде слухати вас.
19Maar het volk wilde niet luisteren naar de waarschuwing van Samuël, en zeide: Toch moet er een koning over ons zijn!
19Нарід же не схотїв Самуїлової ради послухати, і каже: Нї бо таки, нехай буде царь над нам,
20We willen gelijk zijn aan alle andere volken; onze koning moet ons besturen, aan onze spits voor ons uitrukken en onze oorlogen voeren.
20Щоб ми були рівня иншим народам, і нехай царь наш судить нас, і гетьманує над нами, і воює в наших війнах.
21Toen Samuël al de eisen van het volk had gehoord, bracht hij ze aan Jahweh over.
21І вислухав Самуїл усе, що люд промовляв, та й понїс перед Господа.
22En Jahweh sprak tot Samuël: Geef ze hun zin, en stel een koning over hen aan. Nu sprak Samuël tot de Israëlieten: Gaat allen terug naar uw stad!
22Господь же повелїв Самуїлові: Послухай вимагання їх і постав над ними царя. І відказав Самуїл мужам Ізрайлевим: Ідїт по домівках своїх.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.