1 Samuel 8
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Old Persian Version (ترجمه قدیم)
1Toen Samuël oud begon te worden, stelde hij zijn zonen als rechters over Israël aan.
1و واقع شد که چون سموئیل پیر شد، پسران خود را بر اسرائیل داوران ساخت.
2Zijn oudste zoon heette Joël, de tweede Abija; zij spraken recht te Beër-Sjéba.
2و نام پسر نخست زادهاش یوئیل بود و نام دومینش ابیاه؛ و در بئرشبع داور بودند.
3Zij volgden echter zijn voorbeeld niet, maar waren op eigen voordeel uit, namen steekpenningen aan en verkrachtten het recht.
3اماپسرانش به راه او رفتار نمی نمودند بلکه درپی سود رفته، رشوه میگرفتند و داوری را منحرف میساختند.
4Daarom kwamen al de oudsten van Israël bijeen, begaven zich naar Samuël te Rama,
4پس جمیع مشایخ اسرائیل جمع شده، نزدسموئیل به رامه آمدند.
5en zeiden tot hem: Gij zijt oud geworden, en uw zonen volgen uw voorbeeld niet. Geef ons liever een koning, om ons te regeren, zoals ook alle andere volken hebben.
5و او را گفتند: «اینک توپیر شدهای و پسرانت به راه تو رفتار نمی نمایند، پس الان برای ما پادشاهی نصب نما تا مثل سایرامتها بر ما حکومت نماید.»
6Maar het voorstel, dat ze gedaan hadden: “Geef ons een koning, om ons te regeren”, was in de ogen van Samuël een misdaad. Hij bad tot Jahweh,
6و این امر در نظرسموئیل ناپسند آمد، چونکه گفتند: «ما راپادشاهی بده تا بر ما حکومت نماید.» و سموئیل نزد خداوند دعا کرد.
7en Jahweh sprak tot Samuël: Wees het volk terwille in alles wat ze u voorstellen. Want niet u hebben ze verworpen, maar Mij; Mij willen ze niet meer als Koning over zich hebben.
7و خداوند به سموئیل گفت: «آواز قوم را در هرچه به تو گفتند بشنو، زیرا که تو را ترک نکردند بلکه مرا ترک کردند تا برایشان پادشاهی ننمایم.
8Juist zoals ze met Mij hebben gedaan van de dag af, dat Ik hen opvoerde uit Egypte tot heden toe, door Mij te verlaten en vreemde goden te dienen, zo doen ze ook nu met u.
8برحسب همه اعمالی که از روزی که ایشان را از مصر بیرون آوردم، بجا آوردند و مرا ترک نموده، خدایان غیر را عبادت نمودند پس با تو نیز همچنین رفتار مینمایند.
9Welnu, geef ze hun zin; alleen moet ge ze uitdrukkelijk waarschuwen, en hun het recht van den koning voorhouden, die over hen regeren zal.
9پس الان آواز ایشان را بشنو لکن بر ایشان به تاکید شهادت بده، و ایشان را از رسم پادشاهی که بر ایشان حکومت خواهد نمود، مطلع ساز.»
10Samuël bracht aan het volk, dat hem een koning had gevraagd, alles over wat Jahweh gezegd had.
10و سموئیل تمامی سخنان خداوند را به قوم که از او پادشاه خواسته بودند، بیان کرد.
11Hij sprak tot hen: Aldus is het recht van den koning, die over u gaat heersen. Over uw zonen mag hij beschikken, om ze bij zijn wagens en ruiterij onder te brengen, en ze vóór zijn wagen te laten lopen;
11وگفت: «رسم پادشاهی که بر شما حکم خواهدنمود این است که پسران شما را گرفته، ایشان را برارابهها و سواران خود خواهد گماشت و پیش ارابه هایش خواهند دوید.
12om ze in zijn dienst te stellen als hoofdman van duizend en vijftig; om zijn akker om te ploegen, zijn oogst binnen te halen en zijn oorlogs- en wapentuig te vervaardigen.
12و ایشان را سرداران هزاره و سرداران پنجاهه برای خودخواهدساخت، و بعضی را برای شیار کردن زمینش و درویدن محصولش و ساختن آلات جنگش و اسباب ارابه هایش تعیین خواهد نمود.
13Over uw dochters mag hij beschikken als zalvenmengsters, keukenmeisjes en kooksters.
13و دختران شما را برای عطرکشی و طباخی وخبازی خواهد گرفت.
14Van uw akkers, uw wijngaarden en olijftuinen mag hij de beste in beslag nemen, om die weg te schenken aan zijn dienaars.
14و بهترین مزرعهها وتاکستانها و باغات زیتون شما را گرفته، به خادمان خود خواهد داد.
15Van uw zaailanden en uw wijngaarden mag hij het tiende heffen, om het aan zijn hovelingen en ambtenaren te geven.
15و عشر زراعات وتاکستانهای شما را گرفته، به خواجهسرایان وخادمان خود خواهد داد.
16Uw slaven en slavinnen, uw beste runderen en ezels mag hij opeisen, om die voor zijn eigen werk te gebruiken.
16و غلامان و کنیزان ونیکوترین جوانان شما را و الاغهای شما را گرفته، برای کار خود خواهد گماشت.
17Van uw schapen mag hij het tiende heffen; en zelf zult gij zijn slaven zijn.
17و عشرگله های شما را خواهد گرفت و شما غلام اوخواهید بود.
18En mocht gij in de toekomst u beklagen over den koning, dien ge u verkozen hebt, dan zal Jahweh u niet verhoren.
18و در آن روز از دست پادشاه خودکه برای خویشتن برگزیدهاید فریاد خواهید کرد وخداوند در آن روز شما را اجابت نخواهد نمود.»
19Maar het volk wilde niet luisteren naar de waarschuwing van Samuël, en zeide: Toch moet er een koning over ons zijn!
19اما قوم از شنیدن قول سموئیل ابا نمودند وگفتند: «نی بلکه میباید بر ما پادشاهی باشد.
20We willen gelijk zijn aan alle andere volken; onze koning moet ons besturen, aan onze spits voor ons uitrukken en onze oorlogen voeren.
20تاما نیز مثل سایر امتها باشیم و پادشاه ما بر ماداوری کند، و پیش روی ما بیرون رفته، درجنگهای ما برای ما بجنگد.»
21Toen Samuël al de eisen van het volk had gehoord, bracht hij ze aan Jahweh over.
21و سموئیل تمامی سخنان قوم را شنیده، آنها را به سمع خداوند رسانید. و خداوند به سموئیل گفت: «آواز ایشان را بشنو و پادشاهی بر ایشان نصب نما.» پس سموئیل به مردمان اسرائیل گفت: «شماهرکس به شهر خود بروید.»
22En Jahweh sprak tot Samuël: Geef ze hun zin, en stel een koning over hen aan. Nu sprak Samuël tot de Israëlieten: Gaat allen terug naar uw stad!
no verse 22 in this text
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.