1 Samuel 15
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Old Persian Version (ترجمه قدیم)
1Eens sprak Samuël tot Saul: Jahweh heeft mij gezonden, om u tot koning te zalven over mijn volk Israël; luister dus naar Jahweh’s bevel.
1و سموئیل به شاول گفت: «خداوند مرافرستاد که ترا مسح نمایم تا بر قوم اواسرائیل پادشاه شوی. پس الان آواز کلام خداوند را بشنو.
2Zo spreekt Jahweh der heirscharen! Ik wil wreken, wat Amalek tegen Israël heeft misdreven, door Israël de weg te versperren, toen het optrok uit Egypte.
2یهوه صبایوت چنین میگوید: آنچه عمالیق به اسرائیل کرد، بخاطر داشتهام که چگونه هنگامی که از مصر برمی آمد، با او در راه مقاومت کرد.
3Daarom moet ge Amalek gaan verslaan, en alles wat hem toebehoort met de banvloek treffen; zonder genade moet ge mannen en vrouwen, kinderen en zuigelingen, runderen en schapen, ezels en kamelen doden.
3پس الان برو و عمالیق را شکست داده، جمیع مایملک ایشان را بالکل نابود ساز، وبر ایشان شفقت مفرما بلکه مرد و زن و طفل وشیرخواره و گاو و گوسفند و شتر و الاغ را بکش.»
4Saul riep dus het volk op, en monsterde het in Télam: tweehonderdduizend man voetvolk en tienduizend Judeërs.
4پس شاول قوم را طلبید و از ایشان دویست هزار پیاده و ده هزار مرد از یهودا در طلایم سان دید.
5Hij kwam voor de hoofdstad van Amalek, legde zich in een dal in hinderlaag,
5و شاول به شهر عمالیق آمده، در وادی کمین گذاشت.
6en liet aan de Kenieten zeggen: Gaat hier vandaan, trekt u terug en verwijdert u uit Amalek; anders zou ik u tegelijk met hen kunnen treffen, terwijl gij toch de Israëlieten genadig hebt behandeld, toen zij uit Egypte trokken. Zodra de Kenieten zich van Amalek hadden verwijderd,
6و شاول به قینیان گفت: «بروید وبرگشته، از میان عمالقه دور شوید، مبادا شما را باایشان هلاک سازم و حال آنکه شما با همه بنیاسرائیل هنگامی که از مصر برآمدند، احسان نمودید.» پس قینیان از میان عمالقه دور شدند.
7versloeg Saul de Amalekieten van Chawila af tot Sjoer, dat oostelijk van Egypte ligt.
7وشاول عمالقه را از حویله تا شور که در برابر مصراست، شکست داد.
8Agag, den koning van Amalek, nam hij levend gevangen, en aan de gehele bevolking voltrok hij de banvloek met het zwaard.
8و اجاج پادشاه عمالیق رازنده گرفت و تمامی خلق را به دم شمشیر، بالکل هلاک ساخت.
9Maar Saul en het volk spaarden Agag met de beste schapen en runderen, met mestvee en lammeren, met alles wat waarde had, en wilden die niet met de banvloek treffen; alleen het waardeloze en verlopen vee gaven ze aan de banvloek prijs.
9و اما شاول و قوم اجاج را وبهترین گوسفندان و گاوان و پرواریها و برهها و هرچیز خوب را دریغ نموده، نخواستند آنها راهلاک سازند. لیکن هر چیز خوار و بیقیمت رابالکل نابود ساختند.
10Toen werd het woord van Jahweh tot Samuël gericht:
10و کلام خداوند بر سموئیل نازل شده، گفت:
11Het berouwt Mij, dat Ik Saul tot koning heb aangesteld; want hij heeft zich van Mij afgewend en mijn bevelen niet ten uitvoer gebracht. Diep bedroefd bad Samuël heel de nacht tot Jahweh.
11«پشیمان شدم که شاول را پادشاه ساختم زیرا از پیروی من برگشته، کلام مرا بجا نیاورده است.» و سموئیل خشمناک شده، تمامی شب نزد خداوند فریاد برآورد.
12Toen hij echter de volgende morgen Saul wilde ontmoeten, ontving hij de tijding, dat Saul naar Karmel gegaan was, en zich daar een gedenkteken had opgericht; dat hij vandaar was opgebroken, verder gereisd, en naar Gilgal was vertrokken.
12و بامدادان سموئیل برخاست تا شاول را ملاقات نماید وسموئیل را خبر داده، گفتند که «شاول به کرمل آمد و اینک به جهت خویشتن ستونی نصب نمودو دور زده، گذشت و در جلجال فرود آمده است.»
13Toen Samuël bij Saul gekomen was, sprak Saul tot hem: Wees gezegend door Jahweh; het bevel van Jahweh heb ik volbracht.
13و چون سموئیل نزد شاول رسید شاول به او گفت: «برکت خداوند بر تو باد! من فرمان خداوند را بجا آوردم.»
14Maar Samuël vroeg: Wat betekent dan dat geblaat van schapen in mijn oren en het geloei van runderen, dat ik verneem?
14سموئیل گفت: «پس این صدای گوسفندان در گوش من و بانگ گاوان که من میشنوم چیست؟»
15Saul antwoordde: Die zijn van Amalek meegebracht. Want het volk heeft de beste schapen en runderen gespaard, om ze te offeren aan Jahweh, uw God; de rest echter hebben we met de banvloek geslagen.
15شاول گفت: «اینها رااز عمالقه آوردهاند زیرا قوم بهترین گوسفندان وگاوان را دریغ داشتند تا برای یهوه خدایت قربانی نمایند، و بقیه را بالکل هلاک ساختیم.»
16Nu sprak Samuël tot Saul: Zwijg! Ik zal u verkondigen, wat Jahweh deze nacht tot mij heeft gezegd. Hij antwoordde hem: Spreek!
16سموئیل به شاول گفت: «تامل نما تا آنچه خداوند دیشب به من گفت به تو بگویم.» او وی راگفت: «بگو.»
17En Samuël sprak: Zijt ge niet aan het hoofd van Israëls stammen komen staan, ofschoon ge klein waart in uw eigen ogen? Jahweh heeft u gezalfd tot koning over Israël.
17و سموئیل گفت: «هنگامی که تو در نظرخود کوچک بودی، آیا رئیس اسباط اسرائیل نشدی و آیا خداوند تو را مسح نکرد تا براسرائیل پادشاه شوی؟
18Maar Jahweh heeft u ook uitgezonden en bevolen: Trek op, sla de Amalekieten, die zondaars, met de banvloek, en strijd tegen hen, totdat ge ze hebt uitgeroeid.
18و خداوند تو را به راهی فرستاده، گفت: این عمالقه گناهکار را بالکل هلاک ساز و با ایشان جنگ کن تا نابود شوند.
19Waarom hebt ge dan niet geluisterd naar het bevel van Jahweh, maar hebt ge u op de buit gestort, en kwaad gedaan in de ogen van Jahweh?
19پس چرا قول خداوند را نشنیدی بلکه برغنیمت هجوم آورده، آنچه را که در نظر خداوندبد است عمل نمودی؟»
20Saul gaf Samuël ten antwoord: Ik heb geluisterd naar het bevel van Jahweh, en ben gegaan, waarheen Jahweh mij zond; Agag, den koning van Amalek, heb ik meegebracht en Amalek met de banvloek getroffen.
20شاول به سموئیل گفت: «قول خداوند را استماع نمودم و به راهی که خداوند مرا فرستاد، رفتم و اجاج، پادشاه عمالقه را آوردم و عمالقه را بالکل هلاک ساختم.
21Doch het volk heeft uit de buit schapen en runderen gekozen, het beste van wat onder de banvloek lag, om die in Gilgal te offeren aan Jahweh, uw God.
21اما قوم از غنیمت، گوسفندان و گاوان، یعنی بهترین آنچه حرام شده بود، گرفتند تا برای یهوه خدایت در جلجال قربانی بگذرانند.»
22Maar Samuël sprak: Behagen Jahweh brand- en slachtoffers Evenveel als gehoorzaamheid aan zijn stem? Néén, gehoorzaamheid is beter dan slachtoffers, Volgzaamheid beter dan het vet van bokken!
22سموئیل گفت: «آیا خداوند به قربانی های سوختنی وذبایح خوشنود است یا به اطاعت فرمان خداوند؟ اینک اطاعت از قربانیها و گوش گرفتن از پیه قوچها نیکوتر است.
23Want weerspannigheid is als de zonde van toverij, Weerbarstigheid als het euvel der afgodsbeelden. Omdat ge verworpen hebt het woord van Jahweh, Heeft Jahweh u verworpen als koning!
23زیرا که تمرد مثل گناه جادوگری است وگردن کشی مثل بتپرستی و ترافیم است. چونکه کلام خداوند را ترک کردی او نیز تو را از سلطنت رد نمود.»
24Nu bekende Saul voor Samuël: Ik heb gezondigd, door het bevel van Jahweh en uw opdracht te overtreden, daar ik uit vrees voor het volk aan hun verlangen voldeed.
24و شاول به سموئیل گفت: «گناه کردم زیرااز فرمان خداوند و سخن تو تجاوز نمودم چونکه از قوم ترسیده، قول ایشان را شنیدم.
25Vergeef mijn zonde nu maar, en keer met mij terug, opdat ik Jahweh kan aanbidden.
25پس حال تمنا اینکه گناه مرا عفو نمایی و با من برگردی تاخداوند را عبادت نمایم.»
26Maar Samuël sprak tot Saul: Ik keer niet met u terug; want omdat ge het bevel van Jahweh hebt verworpen, heeft Hij u verworpen als koning over Israël.
26سموئیل به شاول گفت: «با تو برنمی گردم چونکه کلام خداوند راترک نمودهای. خداوند نیز تو را از پادشاه بودن براسرائیل رد نموده است.»
27En Samuël wendde zich af, om heen te gaan. Toen greep Saul hem vast aan een slip van zijn mantel, maar die scheurde af.
27و چون سموئیل برگشت تا روانه شود، اودامن جامه او را بگرفت که پاره شد.
28Nu sprak Samuël tot hem: Afgescheurd heeft nu Jahweh van u het koningschap over Israël, en het gegeven aan een ander, die beter is dan gij.
28و سموئیل وی را گفت: «امروز خداوند سلطنت اسرائیل رااز تو پاره کرده، آن را به همسایه ات که از تو بهتراست، داده است.
29Néén, de Glorie van Israël liegt niet, en heeft geen spijt over iets; want Hij is geen mens, dat Hij spijt over iets krijgt.
29و نیز جلال اسرائیل دروغ نمی گوید، و تغییر به اراده خود نمی دهد زیرا اوانسان نیست که به اراده خود تغییر دهد.»
30Maar Saul drong aan: Al heb ik gezondigd, weiger mij toch in tegenwoordigheid van de oudsten van mijn volk en in het bijzijn van Israël niet de eer, met mij terug te keren, opdat ik Jahweh, uw God, kan aanbidden.
30گفت: «گناه کردهام، حال تمنا اینکه مرا به حضورمشایخ قومم و به حضور اسرائیل محترم داری وهمراه من برگردی تا یهوه خدایت را عبادت نمایم.»
31Daarom keerde Samuël zich om, en volgde Saul; en Saul boog zich voor Jahweh neer.
31پس سموئیل در عقب شاول برگشت، و شاول خداوند را عبادت نمود.
32Toen beval Samuël: Breng Agag, den koning van Amalek, voor mij. Vrolijk trad Agag op hem toe, en zeide: Zo is de bittere dood dan geweken!
32و سموئیل گفت: «اجاج پادشاه عمالیق رانزد من بیاورید.» و اجاج به خرمی نزد او آمد واجاج گفت: «به درستی که تلخی موت گذشته است.»
33Maar Samuël sprak: Zoals uw zwaard de vrouwen kinderloos maakte, Zo zal onder de vrouwen uw moeder kinderloos zijn! En Samuël hakte Agag in stukken voor Jahweh in Gilgal.
33و سموئیل گفت: «چنانکه شمشیر توزنان را بیاولاد کرده است، همچنین مادر تو ازمیان زنان، بیاولاد خواهد شد.» و سموئیل اجاج را به حضور خداوند در جلجال پاره پاره کرد.
34Daarna vertrok Samuël naar Rama, en Saul keerde huiswaarts, naar Giba van Saul.
34و سموئیل به رامه رفت و شاول به خانه خود به جبعه شاول برآمد.
35Tot aan zijn stervensdag toe zag Samuël Saul niet meer terug. Daar Samuël echter over Saul bleef treuren, omdat het Jahweh berouwd had, dat Hij hem tot koning over Israël had aangesteld.
35و سموئیل برای دیدن شاول تا روز وفاتش دیگر نیامد. اماسموئیل برای شاول ماتم میگرفت، و خداوندپشیمان شده بود که شاول را بر اسرائیل پادشاه ساخته بود.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.