1 Samuel 23
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Op zekere dag bracht men David de tijding: Zie, de Filistijnen belegeren Keïla, en plunderen de dorsvloeren leeg.
1І сповіщено Давида: Филистії облягли Кеїль та й жакують гумна.
2Toen vroeg David aan Jahweh: Zal ik uitrukken en die Filistijnen verslaan? En Jahweh antwoordde David: Ruk uit, versla de Filistijnen en ontzet Keïla.
2І спитав Давид Господа: Чи йти менї бити тих Филистіїв? І відказав Господь Давидові: Йди та побий Филистіїв й визволь Кеїль.
3Maar de mannen van David zeiden: Hier in Juda zitten we al in de angst; en zouden we dan naar Keïla trekken, waar de Filistijnen in slagorde staan?
3Давидові ж люде спротивились йому: чи ми ж тут в Юдеї не тремтимо з ляку? ато б ще нам ійти на військо Филистіїв!
4Daarom ondervroeg David Jahweh nog eens; en Jahweh antwoordde hem: Trek gerust naar Keïla, want Ik lever de Filistijnen aan u over.
4І поспитав Давид Господа вдруге; і Господь подав йому звістку і сказав: Збирайсь і йди в Кеїль, бо подам Филистіїв тобі на поталу.
5Nu trok David met zijn mannen naar Keïla. Hij viel de Filistijnen aan, dreef hun vee weg en bracht hun een gevoelige nederlaag toe. Zo ontzette David de bewoners van Keïla.
5І пійшов Давид із людьми своїми в Кеїль, ударив на Филистіїв, позаймав усю скотину в їх, та й завдав їм тяжке побоїще, і вибавив Давид осадників Кеїльських.
6Nu had Ebjatar, de zoon van Achimélek, toen hij naar David vluchtte en David naar Keïla begeleidde, de efod met zich meegenomen.
6Як же втїк Абіятар Ахимеленко до Давида в Кеїль, то принїс із собою й ефода.
7Toen men nu aan Saul meldde, dat David zich in Keïla bevond, dacht Saul: God heeft hem aan mij overgeleverd; want door een stad met deuren en grendels binnen te gaan, heeft hij zichzelf opgesloten.
7І переказано Саулові, що Давид у Кеїлї, і каже Саул: Бог видав його менї в руки, бо, ввійшовши в город з ворітьми й засовами, він себе замкнув.
8Saul riep dus al de manschappen tot de strijd op, om naar Keïla te trekken en David met zijn mannen in te sluiten.
8І повелїв Саул готовитись усьому людові в поход, щоб двинути проти Кеїля та й облягти Давида й його людей.
9Maar David kwam te weten, dat Saul vijandige plannen tegen hem smeedde. Daarom zeide hij tot Ebjatar, den priester: Breng de efod hier.
9Довідавшися ж Давид, що Саул кує на його лихо, сказав сьвященникові Абіятарові: принеси ефода сюди.
10En David bad: Jahweh, God van Israël; uw dienaar heeft vernomen, dat Saul van plan is, naar Keïla te komen, en om mijnent wil de stad te verwoesten.
10І молився Давид: Господи, Боже Ізраїлїв! раб твій довідався, що Саул завзявся двинути проти Кеїля, щоб через мене зруйнувати місто.
11Zal Saul oprukken, zoals uw dienaar vernomen heeft? Jahweh, God van Israël, laat het uw dienaar weten. En Jahweh antwoordde: Ja.
11Чи городяне Кеїля не віддадуть мене в руки його? чи прийде сюди Саул, як прочув раб твій? Господи, Боже Ізраїлїв, сповісти про се раба твого. І відказав Господь: прийде.
12Daarna vroeg David: Zullen de burgers van Keïla mij en mijn mannen aan Saul uitleveren? En Jahweh antwoordde: Ja.
12І каже Давид: Чи видадуть городяне Кеїльські Саулові мене й моїх людей? І відказав Господь: Видадуть.
13Toen brak David met zijn mannen op; het waren er ongeveer zeshonderd. Ze verlieten Keïla, en zwierven op goed geluk rond. En daar Saul de tijding ontving, dat David uit Keïla ontsnapt was, zag hij van de opmars af.
13Тодї зібрався Давид із людьми своїми, до шістьох сот чоловіка, і покинули Кеїль, та й тулились там і сям навкруги. Як же Саулові сказано, що Давид утїк із Кеїля, понехав він свій поход.
14Nu ging David in bergholen wonen, in de woestijn. Hij verbleef op het gebergte in de woestijn van Zif; en ofschoon Saul hem voortdurend zocht, liet God niet toe, dat David hem in handen viel.
14Давид же державсь у пустинї на неприступних місцях, а опісля по горах у пустинї Зиф, а Саул, знай, шукав його, та Бог не подав його на поталу йому.
15Toch was deze bevreesd, omdat Saul er op uit was, hem uit de weg te ruimen. Terwijl David zich te Chóresj in de woestijn van Zif bevond,
15І видїв Давид, що Саул вийшов чигати на його душу; був же тодї Давид у пустинї Зиф у лїсї.
16besloot Jonatan, de zoon van Saul, naar David te gaan, en hem te sterken door vertrouwen op God.
16Син же Саулів Йонатан вибравсь та й прийшов до Давида в лїс і укріпив його надїєю на Бога,
17Hij sprak tot hem: Maak u niet bezorgd, want ge zult mijn vader Saul niet in handen vallen. Ge zult heersen over Israël, en ik zal eerst de tweede zijn; ook Saul, mijn vader, ziet dat in.
17І говорив йому: Не лякайся, бо рука панотця мого Саула не попаде тебе; нї! ти будеш царем над Ізраїлем, а я буду другим по тобі; се знає й панотець мій Саул.
18En zij sloten samen een verbond voor het aanschijn van Jahweh. David bleef in Chóresj wonen, terwijl Jonatan huiswaarts keerde.
18І постановили вони знов умову перед Господом, і оставсь Давид у лїсї, а Йонатан пійшов додому.
19Maar nu kwamen Zifieten naar Saul in Giba, en zeiden: David verschuilt zich bij ons in de bergholen bij Chóresj, op de heuvel van Chakila ten zuiden van de wildernis.
19Зифяне ж прийшли до Саула в Гиву та й кажуть: Давид ховається в нас по неприступних місцях, в лїсї, на верху гори Гахила, що направо від Есимону;
20Welnu, als het u, o koning, behaagt, er heen te gaan, doe het dan; wij zullen zorgen, dat hij aan den koning wordt uitgeleverd.
20Оце ж, коли схочеш, царю, надійти туди, то приходь; се вже наше буде дїло, видати його цареві.
21Saul sprak: Weest gezegend door Jahweh, omdat gij met mij medevoelt.
21І відказав їм Саул: Нехай благословить вас Господь, що ви пожалували мене.
22Gaat u nog eens vergewissen en achterhaalt nauwkeurig de plek, waar hij zich ophoudt, en wie hem daar heeft gezien; want men heeft mij gezegd, dat hij buitengewoon slim is.
22Ну, так ідїте ж та впевнїтесь боржій про його сховище, де є нога його, бо менї кажуть, що він дуже хитрий;
23Onderzoekt nog eens goed in alle grotten, waar hij zich schuil kan houden, en komt bij mij terug, om mij in te lichten. Dan zal ik met u meegaan. En mocht hij in het land zijn, dan zal ik hem vinden uit alle duizenden van Juda!
23І вивідайте про його таємні кутки, де він ховається, і принесїте менї надїйню звістку, тодї й я пійду з вами, й коли він у сїй землї, так я шукати му його по всїх тисячах Юдиних.
24Zij trokken er dus op uit, en gingen Saul voor naar Zif. David bevond zich toen met zijn mannen in de woestijn van Maon, in de steppe, zuidelijk van de wildernis.
24І вибрались вони перед Саулом й пійшли в Зиф. Давид же був як раз тодї з людьми своїми в Маон-пустинї, у степу, на право від Есимону.
25Maar toen hij vernam, dat Saul met zijn mannen hem kwam zoeken, daalde hij af naar de rots in de woestijn van Maon. Saul hoorde het, en ging David in de woestijn van Maon achterna.
25Як вийшов Саул з людьми своїми шукати його, переказано про се Давидові, і він перейшов до тієї скелї, що в пустинї Маон. І довідавсь Саул про се, та й погнавсь у Маон-пустиню за Давидом.
26Saul marcheerde aan de ene kant van de berg, en David met zijn mannen aan de andere kant. David spoedde zich angstig voort, om Saul te ontlopen. En reeds omsingelde Saul met zijn mannen David met de zijnen, om hen gevangen te nemen,
26І йшов Саул по цїм боцї, а Давид із людьми своїми по тім боцї гори. І коли Давид намагався вивинутись Саулові, Саул же з людьми своїми силкувавсь обійти Давида й його людей, щоб їх захопити в руки,
27toen er eensklaps bij Saul een bode verscheen met de tijding: Vertrek ogenblikkelijk; want de Filistijnen zijn het land binnengevallen.
27Саме тодї несподївано прибув післанець до Саула з такою вістю: Спішись і приходь, бо Филистії напали на землю!
28Saul staakte dus de achtervolging van David en ging de Filistijnen tegemoet. Daarom heeft men deze plaats Rots der Scheiding genoemd.
28Покинув тодї Саул наздоганяти Давида, та й двинув проти Филистіїв. Тим і названо се місце: Скеля роздїлення.
29Vandaar week David uit naar de spelonken van En-Gédi.
no verse 29 in this text
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.