1 Samuel 13
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Saul was 1 jaar oud, toen hij koning werd, en… jaar regeerde hij over Israël.
1Рік минув, як почав Саул царювати, і вже другий рік царював він над Ізраїлем, як вибрав собі Саул три тисячі з Ізрайлитян;
2Saul koos drieduizend Israëlieten uit, van wie er tweeduizend bij hem in Mikmas en het gebergte van Betel bleven, en duizend bij Jonatan in Giba van Benjamin; de rest van het volk stuurde hij naar zijn woonplaatsen terug.
2Дві тисячі було при Саулові в Михмасї і на Бетель-горах, тисяча ж при Йонатанї в Гиві Беняминовій, а останок (військового люду) розпустив він по домівках їх.
3Daar Jonatan den Filistijnsen stadhouder in Giba doodde, vernamen de Filistijnen, dat de Hebreën waren afgevallen en dat Saul over heel het land de krijgstrompet had doen blazen.
3І розбив Йонатан сторожу Филистійську, що стояла в Гиві. І перечули про се Филистії. Саул же тим часом протрубив трубою по всїй землї навкруги, проголошуючи: Нехай почують Евреї!
4Maar ook heel Israël hoorde, dat Saul den Filistijnsen stadhouder gedood had, en dat Israël zich de haat van de Filistijnen op de hals had gehaald; waarop het volk zich achter Saul en Jonatan in Gilgal schaarde.
4Коли ввесь Ізраїль почув, що Саул розбив сторожу Филистійську, і що через се взлились Филистії на Ізраїля, то зібрався народ коло Саула в Галгалї.
5Ook de Filistijnen verenigden zich tot de aanval op Israël; ze hadden drieduizend wagens, zesduizend ruiters, en een voetvolk zo talrijk als het zand aan het strand van de zee. Ze trokken uit, en sloegen hun kamp op bij Mikmas, ten oosten van Bet-Awen.
5Та й Филистії зібрались на війну з Ізраїлем; трийцять тисяч колесниць і шість тисяч комонника, а пішого люду стільки як песку на морському березї, і двинули та й отаборились під Михмасом, на всхід від Бет-Авена.
6De Israëlieten begrepen, dat het er slecht voor hen uitzag, en dat het volk het zwaar te verduren zou krijgen. Ze kropen weg in grotten, spelonken, rotsspleten, ravijnen en putten,
6Як же побачили Ізраїлські мужі, що попали в тїсноту, то і поховались по печерах, скелянних щілинах, по нетрях, в баштах і колодязях;
7of trokken de Jordaan-wedden over naar de landstreek Gad en Gilad. Saul bevond zich nog in Gilgal, ofschoon heel het volk uit angst van hem wegliep.
7І втїкали Евреї через Йорданські броди в землю Гадову й Галаад; Саул же був іще в Галгалї, а ввесь люд, що був з ним, находився в страху.
8Hij wachtte zeven dagen, volgens de termijn, die Samuël had gesteld. Maar toen Samuël niet in Gilgal kwam en het volk van hem wegliep,
8І ждав він сїм день, до речинця, що призначив Самуїл, та Самуїл не приходив у Галгал. Як же люде від його розбігались,
9beval Saul: Breng mij het brandoffer en de vredeoffers. En zelf droeg hij het brandoffer op.
9Сказав Саул: Принесїть сюди що на жертву всепалення та на жертву мирну. І принесено жертву.
10Juist had hij het offer opgedragen, of daar kwam Samuël aan. Saul ging hem tegemoet, om hem te begroeten.
10Ледві ж скінчив він жертвоприношеннє, аж се зявився Самуїл. Саул пійшов йому назустріч, щоб його привітати.
11Maar Samuël vroeg: Wat hebt ge gedaan? Saul antwoordde: Wel, ik bemerkte, dat het volk van mij wegliep. En daar gij niet op de afgesproken tijd kwaamt, en de Filistijnen zich naar Mikmas samentrokken,
11Но Самуїл питає: Що ти зробив? І відказав Саул: Бачу, що люде від мене розбігаються, тебе ж призначеного часу немає, а Филистії зібрались у Михмасї,
12dacht ik: Nu komen de Filistijnen op mij af naar Gilgal, nog eer ik Jahweh gunstig gestemd heb. Dus hakte ik de knoop maar door, en droeg zelf het offer op.
12От і думаю: Оце ж Филистії двинуть проти мене в Галгал перш нїж я упросив Господа, та й постановив принести жертву.
13Nu sprak Samuël tot Saul: Ge hebt dwaas gehandeld! Zo ge het bevel hadt volbracht, dat Jahweh, uw God, u had gegeven, dan had Jahweh thans uw koningschap over Israël voor altijd bevestigd.
13І рече Самуїл Саулові: Безрозумно вчинив ти, що не сповнив повелїння Господа, Бога твого, бо Господь тепер був би до віку утвердив царюваннє твоє над Ізраїлем;
14Maar nu zal uw koningschap geen stand houden. Jahweh zal Zich iemand naar zijn hart zoeken en hem tot vorst over zijn volk aanstellen, omdat ge niet onderhouden hebt, wat Jahweh u had bevolen. En Samuël stond op, vertrok uit Gilgal, en ging zijns weegs.
14Тепер же царюваннє твоє не устоїться. Господь знайде мужа по серцї свойму і поставить його князем над людом своїм, бо ти несповнив того, що було приказано тобі Господом.
15Wat er van het volk was overgebleven, volgde Saul ten strijde. Toen zij te Giba van Benjamin waren gekomen, monsterde Saul het volk, dat zich bij hem bevond; het waren ongeveer zeshonderd man.
15І встав Самуїл і пійшов з Галгала в Гиву Беняминову, останок же військового люду двинув за Саулом проти ворожого війська. І перегледїв Саул військовий люд, що був при йому до шістьох сот чоловіка.
16Zo stonden dus Saul met zijn zoon Jonatan en het volk, dat zich bij hen bevond, te Giba van Benjamin, terwijl de Filistijnen bij Mikmas waren gelegerd.
16Саул і син його Йонатан пробували в Гиві Беняминовій з тими людьми, що були при них, тим часом як Филистії отаборились у Михмасї.
17Intussen verlieten drie plunderende benden het kamp der Filistijnen. De ene trok in de richting van Ofra, naar het land Sjoeal;
17І вийшли із Филистійського табору три віддїли пустошити землю: один чамбул пустився на Офру в землю Саул,
18de tweede in de richting van Bet-Choron; en de derde naar het grensgebied, dat over het Hyena-dal op de steppe uitziet.
18Другий чамбул ударивсь на Бет-Орон; третий кинувсь дорогою до границї долини Зебоїм, у степу.
19Nu was er in heel het land Israël geen smid te vinden; want de Filistijnen hadden gezegd: De Hebreën moeten geen zwaarden of speren kunnen vervaardigen.
19Нїодного ж коваля не знайти було у всїй землї Ізраїльській, Филистії бо боялись, щоб Евреї не зробили собі меча або списа;
20Dus moest heel Israël zich tot de Filistijnen wenden, als men een ploeg, een houweel, een bijl of een sikkel te slijpen had.
20І мусїв кожен із усього Ізраїля йти до Филистіїв, коли хотїв поточити свого леміша в плузї, свого заступа, свою сокиру, і свої рискалї,
21En voor het scherpen van ploeg of houweel vroegen de Filistijnen een derde sikkel, en even zoveel voor het slijpen van bijlen of sikkels.
21Як часом зробиться щербина у вістрю леміша, заступа, сокири або рискаля.
22Zo kwam het, dat in de veldslag bij Mikmas niemand van het volk, dat bij Saul en Jonatan was, een zwaard of een lans bezat; alleen Saul en zijn zoon Jonatan waren ermee gewapend.
22Тим і не було нї в кого в день бою у всього народу, що мали при собі Саул та Йонатан, нї меча, нї списа; були тільки у Саула та в сина його Йонатана.
23Een wachtpost der Filistijnen hield ook de bergpas van Mikmas bezet.
23І двинула передня сторожа Филистійська, щоб перейти у Михмасу.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.