1 Samuel
Chapter 11
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Ongeveer een maand later trok de Ammoniet Nachasj op, en sloeg het beleg voor Jabesj van Gilad. De bewoners van Jabesj stelden nu aan Nachasj voor: Sluit met ons een verdrag, dan zullen wij ons aan u onderwerpen.
1Як уплило з місяць, наступив Аммонїй Наас та й облїг Явис у Галаадї. І послали всї городяне Явиські сказати Наасові: Учини вмову з нами, дак піддамось тобі.
2Maar Nachasj de Ammoniet liet hun zeggen: Ik wil met u een verdrag sluiten op voorwaarde, dat ieder van u het rechteroog wordt uitgestoken; die schande wil ik heel Israël aandoen!
2Аммонїй же Наас відказав їм: Я вчиню з вами вмову, але таку, щоб виколов я кожному з вас праве око і тим зробив сьміховище з усього Ізраїля.
3Toen antwoordden hem de oudsten van Jabesj: Geef ons zeven dagen de tijd, dat we boden kunnen sturen naar alle streken van het land Israël. Is er niemand, die ons helpen wil, dan geven we ons aan u over.
3І відказали йому громадські мужі Явиські: Дай нам сїм день реченця, а ми пошлемо посли по всьому займищу Ізрайлевому, і коли нїхто не озветься помогти нам, так піддамось тобі.
4Zo kwamen de boden in Giba van Saul. En toen zij voor het volk de toestand uiteengezet hadden, begon heel het volk luide te wenen.
4Як же прийшли посли в Гиву Саулову і переказали слова отті в слух народа, заплакав увесь люд у голос.
5Juist kwam Saul van de akker achter het vee aanlopen. Hij vroeg: Wat scheelt het volk, dat ze zo schreien? En men vertelde hem het verhaal van de bewoners van Jabesj.
5Саул же йшов саме з поля позад волів додому, і питає: Що сталось людові, чого він плаче? І зʼясували йому слова городян Явиських.
6Nauwelijks had Saul dat verhaal vernomen, of hij werd door de geest Gods overmeesterd.
6Як же почув сї слова, найшов на Саула дух Божий, і запалав він страшним гнївом.
7Ziedend van woede haalde hij een koppel runderen, hakte ze in stukken en liet ze door boden in heel Israël rondbrengen met het bevel: Wie Saul en Samuël niet volgt, met zijn vee zal het zó gaan! En de vrees van Jahweh overviel het volk, en als één man trokken ze uit.
7І вхопив Саул оба воли, порозрубував на шматки, та й порозсилав через посли по всьому займищу Ізрайлевому навкруги з покликом: Хто не вирушить із Саулом та з Самуїлом, того волам зробить він те саме. І обняв людей страх Господень, і вирушили вони, як один чоловік.
8Toen hij ze in Bézek monsterde, bleken er driehonderd- duizend Israëlieten en dertigduizend Judeërs te zijn.
8І як він переглядав їх у Безецї, було синів Ізрайлевих триста тисячей, а трийцять тисячей мужів Юдиних.
9Aan de boden, die gestuurd waren, gaf hij de boodschap mee: Dit moet gij de bevolking van Jabesj van Gilad zeggen: Morgen, als de zon op haar heetst is, komt er hulp voor u. En toen de boden thuiskwamen en de boodschap aan de bewoners van Jabesj overbrachten, waren ze zeer verheugd.
9І сказав тодї послам, що прийшли: Сповістїте городян Явиса Галаадського: Завтра буде вам підмога, як обогріє сонце. І прийшли посли, і сповістили про се городян Явиських, і вони зрадїли.
10En de bewoners van Jabesj lieten Nachasj weten: Morgen geven we ons over, en kunt ge met ons doen wat ge wilt.
10І сказали городяне Явиські Насові: Завтра ми вийдемо до вас, тодї чинити мете з нами, що вам угодно.
11De volgende morgen verdeelde Saul het leger in drie groepen. Nog tijdens de morgenwake drongen ze in de legerplaats binnen, en sloegen op de Ammonieten in tot op het heetst van de dag. Zij, die gespaard bleven, werden zo uiteengejaagd, dat er geen twee bij elkander bleven.
11Назавтра ж подїлив Саул людей на три части, і вламались вони в час ранньої сторожі в табір, та побивали Амоніїв, аж день огрівся. Що ж із них зісталось, те розсипалось так, що й двох їх не було вкупі.
12Nu vroeg het volk aan Samuël: Wie durfde zeggen: Zou Saul onze koning zijn? Lever die mannen uit; we willen ze doden!
12І промовив люд до Самуїла: Хто се питав: Чи Саулові ж та царювати над нами? Давай їх сюди, ми повбиваємо їх!
13Maar Saul antwoordde: Vandaag zal niemand sterven; want heden heeft Jahweh in Israël verlossing bewerkt.
13Саул же відказав: У сей день не можна нїкого вбивати, бо сьогоднї Господь подав поміч Ізраїлеві.
14En Samuël sprak tot het volk: Komt, laat ons naar Gilgal gaan en daar het koningschap inwijden.
14І сказав Самуїл народові: Ходїмо в Галгал, та поновімо там царство.
15Zo ging heel het volk naar Gilgal, en stelden daar in Gilgal voor het aanschijn van Jahweh Saul tot koning aan. Men bracht daar dankoffers aan Jahweh, en Saul en alle Israëlieten waren er zeer vrolijk.
15І двинув увесь люд у Галгал, і поставив там Саула перед Господом царем. І принесли там мирні жертви перед Господом. І веселились там, Саул і всї Ізрайлитяне велико.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.