1 Samuel
Chapter 11
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Daničić–Karadžić B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Daničić–Karadžić Bible (1868), Cyrillic
1Ongeveer een maand later trok de Ammoniet Nachasj op, en sloeg het beleg voor Jabesj van Gilad. De bewoners van Jabesj stelden nu aan Nachasj voor: Sluit met ons een verdrag, dan zullen wij ons aan u onderwerpen.
1Тада дође Нас Амонац, и стаде у логор према Јавису Галадовом. И сви људи из Јависа рекоше Насу: Учини веру с нама, па ћемо ти служити.
2Maar Nachasj de Ammoniet liet hun zeggen: Ik wil met u een verdrag sluiten op voorwaarde, dat ieder van u het rechteroog wordt uitgestoken; die schande wil ik heel Israël aandoen!
2А Нас Амонац, одговори им: Овако ћу учинити веру с вама: да вам свакоме ископам десно око и ту срамоту учиним свему Израиљу.
3Toen antwoordden hem de oudsten van Jabesj: Geef ons zeven dagen de tijd, dat we boden kunnen sturen naar alle streken van het land Israël. Is er niemand, die ons helpen wil, dan geven we ons aan u over.
3А старешине јависке рекоше му: Остави нам седам дана, да пошаљемо посланике у све крајеве Израиљеве; па ако не буде никога да нас избави тада ћемо изаћи к теби.
4Zo kwamen de boden in Giba van Saul. En toen zij voor het volk de toestand uiteengezet hadden, begon heel het volk luide te wenen.
4И дођоше посланици у Гавају Саулову, и казаше ове речи народу; тада сав народ подиже глас свој, и плакаху.
5Juist kwam Saul van de akker achter het vee aanlopen. Hij vroeg: Wat scheelt het volk, dat ze zo schreien? En men vertelde hem het verhaal van de bewoners van Jabesj.
5А гле, Саул иђаше за говедима својим из поља, и рече: Шта је народу те плаче? И казаше му шта су поручили Јавишани.
6Nauwelijks had Saul dat verhaal vernomen, of hij werd door de geest Gods overmeesterd.
6Тада сиђе дух Божји на Саула кад чу те речи, и он се разгневи врло.
7Ziedend van woede haalde hij een koppel runderen, hakte ze in stukken en liet ze door boden in heel Israël rondbrengen met het bevel: Wie Saul en Samuël niet volgt, met zijn vee zal het zó gaan! En de vrees van Jahweh overviel het volk, en als één man trokken ze uit.
7Па узе два вола, и исече их на комаде, и разасла их у све крајеве Израиљеве по истим посланицима поручивши: Ко не пође за Саулом и за Самуилом, овако ће бити са говедима његовим. И страх Господњи попаде народ, те изиђоше једнодушно.
8Toen hij ze in Bézek monsterde, bleken er driehonderd- duizend Israëlieten en dertigduizend Judeërs te zijn.
8И изброја их у Везеку, и беше синова Израиљевих триста хиљада, а синова Јудиних тридесет хиљада.
9Aan de boden, die gestuurd waren, gaf hij de boodschap mee: Dit moet gij de bevolking van Jabesj van Gilad zeggen: Morgen, als de zon op haar heetst is, komt er hulp voor u. En toen de boden thuiskwamen en de boodschap aan de bewoners van Jabesj overbrachten, waren ze zeer verheugd.
9Потом рекоше посланицима који беху дошли: Овако реците људима у Јавису Галадовом: Сутра ћете се избавити, кад огреје сунце. И посланици се вратише, и јавише ово Јавишанима, и они се обрадоваше.
10En de bewoners van Jabesj lieten Nachasj weten: Morgen geven we ons over, en kunt ge met ons doen wat ge wilt.
10И рекоше Јавишани Амонцима: Сутра ћемо изаћи к вама, да учините од нас шта вам буде драго.
11De volgende morgen verdeelde Saul het leger in drie groepen. Nog tijdens de morgenwake drongen ze in de legerplaats binnen, en sloegen op de Ammonieten in tot op het heetst van de dag. Zij, die gespaard bleven, werden zo uiteengejaagd, dat er geen twee bij elkander bleven.
11И сутрадан раздели Саул народ у три чете, и уђоше усред логора о јутарњој стражи, и бише Амонце докле сунце не огреја, и који осташе, распршаше се да не осташе ни двојица заједно.
12Nu vroeg het volk aan Samuël: Wie durfde zeggen: Zou Saul onze koning zijn? Lever die mannen uit; we willen ze doden!
12Тада рече народ Самуилу: Који је оно што рече: Еда ли ће Саул царовати над нама? Дајте их да их погубимо.
13Maar Saul antwoordde: Vandaag zal niemand sterven; want heden heeft Jahweh in Israël verlossing bewerkt.
13Али Саул рече: Да се не погуби данас нико, јер је данас Господ учинио спасење у Израиљу.
14En Samuël sprak tot het volk: Komt, laat ons naar Gilgal gaan en daar het koningschap inwijden.
14Тад Самуило рече народу: Хајдете да идемо у Галгал, да онде поновимо царство.
15Zo ging heel het volk naar Gilgal, en stelden daar in Gilgal voor het aanschijn van Jahweh Saul tot koning aan. Men bracht daar dankoffers aan Jahweh, en Saul en alle Israëlieten waren er zeer vrolijk.
15И сав народ отиде у Галгал, и поставише онде Саула царем пред Господом у Галгалу, и онде принесоше жртве захвалне пред Господом. И провесели се онде Саул и сав Израиљ веома.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.