1 Samuel 10
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Daničić–Karadžić Bible (1868), Cyrillic
1Toen nam Samuël een pul met olie, goot die leeg over zijn hoofd, omhelsde hem en sprak: Hiermede heeft Jahweh u gezalfd tot leider van zijn volk Israël. Gij zijt het, die het volk van Jahweh moet beschermen en het bevrijden uit de macht van zijn vijandige buren. En dit is het teken. dat Jahweh u tot leider van zijn erfdeel gezalfd heeft:
1Тада Самуило узе уљаницу, и изли му уље на главу, па га пољуби, и рече му: Ето, није ли те помазао Господ над наследством својим да му будеш вођ?
2Als ge zo aanstonds van mij zijt vertrokken, zult ge tegen de middag dicht bij het graf van Rachel op het grondgebied van Benjamin twee mannen ontmoeten. Zij zullen u zeggen: De ezelinnen, die ge waart gaan zoeken, zijn terecht; uw. vader heeft dat geval van de ezelinnen al vergeten, maar hij maakt zich ongerust over u en vraagt zich af: Wat kan ik voor mijn zoon doen?
2Кад отидеш данас од мене, наћи ћеш два човека код гроба Рахиљиног у крају Венијаминовом у Селси, који ће ти рећи: Нашле су се магарице, које си пошао да тражиш, и ево отац твој не марећи за магарице забринуо се за вас говорећи: Шта ћу чинити поради сина свог?
3Als ge vandaar verder trekt en de eik van Debora bereikt, zullen u daar drie mannen tegemoet komen, die opgaan naar God te Betel: de een met drie lammeren, de ander met drie ronde broden en de derde met een zak wijn.
3И отишавши оданде даље кад дођеш у равницу таворску, срешће те онде три човека идући к Богу у Ветиљ, носећи један три јарета, а други носећи три хлеба, а трећи носећи мешину вина.
4Ze zullen u groeten en u twee broden aanbieden, die gij van hen moet aannemen.
4Па ће те упитати за здравље, и даће ти два хлеба, које прими из руку њихових.
5Daarna moet ge naar Giba van God gaan, waar de stadhouder der Filistijnen woont; zodra ge de stad binnenkomt, zult ge een troep profeten ontmoeten, die met harpen en tamboerijnen, met fluiten en citers voorop, van de hoogte afkomen en aan het profeteren zijn.
5Потом ћеш доћи на хум Божји, где је стража филистејска, и кад уђеш у град, срешће те гомила пророка силазећи с горе, а пред њима псалтири и бубњи и свирале и гусле; и они ће пророковати.
6Dan zal de geest van Jahweh zich van u meester maken, zodat ge met hen gaat profeteren en een ander mens wordt.
6И сићи ће на те дух Господњи, те ћеш пророковати с њима, и постаћеш други човек.
7Wanneer nu deze tekenen zijn uitgekomen, kunt ge voorlopig doen, wat u het beste lijkt; want God is met u.
7И кад ти дођу ти знаци, чини шта ти дође на руку, јер је Бог с тобом.
8Daarna moet ge mij voorgaan naar Gilgal, waar ik naar u toe zal komen, om brandoffers op te dragen en vredeoffers te brengen. Zeven dagen lang moet ge mijn komst afwachten; dan zal ik u mededelen, wat ge moet doen.
8Потом ћеш отићи пре мене у Галгал, и гле, ја ћу доћи к теби да принесем жртве паљенице и да принесем жртве захвалне. Седам дана чекај докле дођем к теби и кажем ти шта ћеш чинити.
9Zodra hij zich had omgekeerd en van Samuël was heengegaan, maakte God van hem een ander mens, en kwamen al die tekenen nog diezelfde dag uit.
9И кад се окрете да иде од Самуила, Бог му даде друго срце; и сви се они знаци збише онај дан.
10En toen hij verder naar Giba ging, kwam hem een groep profeten tegemoet. Nu maakte de geest Gods zich van hem meester, en hij begon in hun kring te profeteren.
10И кад дођоше на хум, гле, срете га гомила пророка, и дође на њ дух Божји, и пророкова међу њима.
11En allen, die hem van vroeger kenden en zagen, dat hij zowaar met de profeten meedeed, vroegen elkander: Wat is er nu met den zoon van Kisj gebeurd? Behoort ook Saul bij de profeten?
11И кад га видеше, сви који га познаваху од пре где пророкује с пророцима, рекоше један другом: Шта то би од сина Кисовог? Еда ли је и Саул међу пророцима?
12Maar een van hen gaf ten antwoord: Maar wat betekent hun vader dan wel? Daarom werd het een spreekwoord: “Behoort ook Saul bij de profeten.”
12А један оданде одговори и рече: Ко ли им је отац? Отуда поста прича: Еда ли је и Саул међу пророцима?
13Toen hij opgehouden had met profeteren, en in Giba was teruggekomen,
13И преставши пророковати дође на гору.
14vroeg de oom van Saul aan hem en zijn knecht: Waar zijt gij geweest? Hij antwoordde: De ezelinnen zoeken; en toen we zagen, dat ze nergens te vinden waren, zijn we naar Samuël gegaan.
14А стриц Саулов рече њему и момку његовом: Куда сте ишли? А он одговори: Да тражимо магарице; и кад видесмо да их нигде нема, отидосмо к Самуилу.
15De oom van Saul hernam: Vertel me eens, wat Samuël u gezegd heeft.
15А Стриц Саулов рече: Кажи ми шта вам је рекао Самуило?
16Saul gaf zijn oom ten antwoord: Hij heeft ons verzekerd, dat de ezelinnen terecht waren. Maar de geschiedenis van het koningschap, waarover Samuël gesproken had, vertelde hij hem niet.
16А Саул рече стрицу свом: Казао нам је да су се нашле магарице. Али му не рече за царство што му је казао Самуило.
17Nu riep Samuël het volk bijeen naar Jahweh in Mispa,
17А Самуило сазва народ у Миспу ка Господу.
18en hij sprak tot de Israëlieten: Zo spreekt Jahweh, Israëls God! Ik heb Israël uit Egypte geleid, en u bevrijd uit de macht van de Egyptenaren en van alle koninkrijken, die u verdrukten.
18И рече синовима Израиљевим: Овако вели Господ Бог Израиљев: Ја изведох Израиља из Мисира, и избавих вас из руку мисирских и из руку свих царстава која вас мучаху.
19Maar gij hebt heden den God miskend, die u verloste van al uw plagen en rampen; want gij hebt geroepen: Neen, stel een koning over ons aan! Het zij zo; treedt volgens uw stammen en families voor het aanschijn van Jahweh.
19А ви данас одбацисте Бога свог, који вас сам избавља од свих зала ваших и невоља ваших, и рекосте му: Постави цара над нама. Сада дакле станите пред Господом по племенима својим и по хиљадама својим.
20Eerst liet Samuël dus alle Israëlietische stammen aantreden; en aangewezen werd de stam Benjamin.
20И приведе Самуило сва племена Израиљева, и паде на племе Венијаминово.
21Daarna liet hij de families van de stam Benjamin aantreden; en aangewezen werd de familie Matri. Tenslotte de familie Matri, man voor man; en aangewezen werd Saul, de zoon van Kisj. Men ging hem zoeken, maar hij was nergens te vinden.
21Потом приведе племе Венијаминово по породицама његовим, и паде на породицу Матријеву; потом паде на Саула, сина Кисовог. И тражише га, али се не нађе.
22Daarom raadpleegde men Jahweh andermaal: Is de man wel hierheen gekomen? En Jahweh antwoordde: Hij zit verborgen bij de legertros.
22Тада опет упиташе Господа: Хоће ли још доћи овамо тај човек? А Господ рече: Ето сакрио се за пртљагом.
23Ze haalden hem er vlug vandaan. En toen ze hem in het midden van het volk hadden geplaatst, en hij met kop en schouder boven al het volk uitstak,
23Тада отрчаше, и доведоше га оданде. И стаде усред народа, и беше главом виши од свега народа.
24sprak Samuël tot geheel het volk: Ziet gij niet, wien Jahweh heeft uitverkoren; hij heeft zijns gelijke niet onder heel het volk! En heel het volk begon te juichen en te roepen: Leve de koning!
24И рече Самуило свему народу: Видите ли кога је изабрао Господ да нико није као он у свему народу? И сав народ повика и рече: Да живи цар!
25En nadat Samuël voor het volk het koningsrecht had uiteengezet en het in een boek had opgeschreven, dat hij voor Jahweh neerlegde, liet hij het volk naar zijn woonplaatsen terugkeren.
25Тада Самуило каза народу права царска и написа у књигу, и метну је пред Господом. Потом Самуило распусти народ да иде свак својој кући.
26Ook Saul ging huiswaarts naar Giba. En de dapperen, die Jahweh daartoe had aangezet, sloten zich bij hem aan.
26И Саул такође отиде својој кући у Гавају, и с њим отидоше војници, којима Бог такну срца.
27Maar de Belialskinderen meenden: Hoe zou die ons kunnen bevrijden? En omdat ze hem minachtten, brachten ze hem geen geschenken.
27А људи неваљали рекоше: Тај ли ће нас избавити? И презираху га, нити му донесоше дар. Али се он учини као да није чуо.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.