1 Samuel
Chapter 19
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Saul sprak er daarom met zijn zoon Jonatan en met al zijn dienaren over, dat hij David wilde doden. Maar Jonatan, de zoon van Saul, die David bijzonder genegen was,
1І казав Саул синові свойму Йонатанові і всїм прибічникам своїм, що треба Давида вбити. Саулів же син Йонатан вельми прихилен був до Давида;
2bracht het David over, en sprak: Saul, mijn vader, zoekt u te doden; neem u dus in acht! Ga morgenvroeg in een schuilplaats zitten, en houd u verborgen.
2Тим переказав Йонатан Давидові: Отець мій Саул наваживсь тебе зігнати з сьвіту; оце ж остерегайся завтра; сховайсь і седи потай усїх!
3Ik zal naar buiten komen, en vlak naast mijn vader gaan staan op het terrein, waar gij zijt. Dan zal ik met mijn vader over u spreken, zien hoe het staat, en het u vertellen.
3Сам же я вийду і стану в полі коло батька, як ти ховати мешся, і розмовляти му про тебе з батьком, і коли довідаюсь про що, сповіщу тебе.
4Jonatan pleitte dus voor David bij zijn vader Saul, en hij zeide tot hem: Laat de koning zich toch niet bezondigen aan zijn dienaar David! Want hij heeft niets tegen u misdaan, maar integendeel zich voor u zeer verdienstelijk gemaakt.
4І промовляв Йонатан перед батьком своїм добре про Давида та й каже йому: Не гріши, царю, проти слуги твого Давида, бо він проти тебе нї в чому не переступив і з усїх його вчинків був тобі великий хосен;
5Hij heeft zijn leven op het spel gezet en den Filistijn verslagen; en Jahweh heeft door hem voor heel Israël een grote zege bewerkt. Gij hebt het gezien, en hebt u erover verheugd. Waarom zoudt ge u dan bezondigen aan onschuldig bloed, door David zonder enige reden te doden?
5Він одважував душу свою, щоб убити Филистія, і Господь подав усьому Ізраїлеві побіду велику. Ти се бачив сам і веселився. Про що ж тобі брати на себе гріх, проливаючи безвинну кров і вбиваючи Давида без причини?
6Saul luisterde naar de stem van Jonatan en hij zwoer: Zo waar Jahweh leeft, hij zal niet sterven.
6І послухав Саул Йонатана, і поклявся: Так певно, як Господь живе, він не вмре.
7Nu riep Jonatan David en deelde hem heel het onderhoud mee. En Jonatan bracht David bij Saul terug, en David diende hem, evenals vroeger.
7Покликав тодї Йонатан Давида та й передав йому всю ʼцю розмову, і привів Давида до Саула, і був Давид у його при боцї, як і перше.
8Maar toen de oorlog opnieuw was uitgebroken, en David er op uit was getrokken, om tegen de Filistijnen te strijden, bracht hij hun een gevoelige nederlaag toe, zodat ze de vlucht voor hem namen.
8Як запалала ж війна знов, двинув Давид у поле і воював з Филистіями і вчинив між ними велике побоїще, так що вони втекали від його.
9Daardoor kwam er weer een boze geest van Jahweh over Saul. Hij zat thuis met zijn lans in de hand; en terwijl David de citer bespeelde,
9Та напав на Саула злий дух від Бога, і він седїв раз дома і держав у руцї свого списа, тим часом як Давидова рука дзвонила в струни.
10trachtte hij David met zijn lans aan de wand te priemen. Maar deze week voor hem uit, zodat Saul de lans in de wand slingerde. Door de vlucht stelde David zich in veiligheid. Maar nog dezelfde nacht
10І хотїв Саул прибити Давида списом своїм до стїни, та Давид відскочив перед Саулом, а спис встромивсь у стїну; і втїк Давид і спасся тієї ночі.
11stuurde Saul boden naar het huis van David, om hem te bewaken en hem de volgende morgen te doden. Mikal, de vrouw van David, waarschuwde hem echter en zeide: Als ge vannacht uw leven niet in veiligheid brengt, zult ge morgen dood zijn.
11І послав Саул слуг в Давидову домівку стерегти його, щоб завтра вбити його. Та Мелхола, жінка його, сказала Давидові: Коли ти не спасеш життя твого в сю ніч, то вранцї будеш убитий.
12Mikal liet David dus door het venster naar beneden; hij ging op de vlucht en stelde zich in veiligheid.
12І спустила Мелхола Давида через вікно; так він і втїк та й вратувався.
13Daarop nam Mikal den huisgod, legde dien op het bed, spreidde een net van geitenhaar over het hoofdeinde, en dekte hem met een mantel toe.
13Мелхола ж узяла подобину чоловічу, положила в постїль, а в головах положала козину кожу та й прикрила одежою.
14En toen Saul boden zond om David gevangen te nemen, sprak zij: Hij is ziek!
14Як же прислав Саул слуг взяти Давида, заявила: Він нездужає.
15Maar Saul stuurde de boden terug, om zich van Davids toestand op de hoogte te stellen, met het bevel: Brengt hem met bed en al bij me; hij moet dood!
15І послав Саул слуг, щоб оглянули Давида, та й наказав: Принесїте його сюди з постелею, щоб убити його.
16De boden gingen dus naar binnen, en daar lag zowaar de huisgod op het bed, met een net van geitenhaar over het hoofdeinde.
16І як прийшли посланцї, аж се на постелї лежить статуя, а в головах у неї козина кожа з шерстею.
17Saul vroeg aan Mikal: Waarom hebt ge me aldus bedrogen, door mijn vijand te laten ontsnappen? Mikal gaf Saul ten antwoord: Hij heeft tegen mij gezegd: “Laat me gaan, of ik sla je dood!”
17І каже Саул Мелхолї: Чому ти так мене ошукала, що дала ворогові мойму втекти? І відказала Мелхола Саулові: Він грозив менї: пусти мене, ато вбю тебе.
18Intussen was David gevlucht en had hij zich in veiligheid gesteld. Hij kwam bij Samuël in Rama, vertelde hem alles wat Saul hem had aangedaan en nam met Samuël zijn intrek in het profetenhuis te Rama.
18Утїкши так Давид і врятувавшись, пійшов до Самуїла в Раму та й оповів йому все, що чинив із ним Саул. І пійшов він із Самуїлом, і перебували вони в Наватї.
19Doch men berichtte aan Saul, dat David in het profetenhuis te Rama vertoefde;
19Як же Саулові переказано: Давид у Наватї, в Рамі,
20daarom zond Saul boden, om David gevangen te nemen. Maar toen zij de groep profeten zagen profeteren met Samuël als leider aan het hoofd, kwam de geest van God over de boden van Saul, en begonnen ook zij te profeteren.
20Послав Саул посланцї взяти Давида. Як побачили ж вони громаду віщуючих пророків і Самуїла навперед їх, зійшов дух Божий на посланцїв Саулових, так що й вони стали віщувати.
21Toen dit aan Saul bekend werd, zond hij andere boden, die eveneens profeteerden. Voor de derde maal zond Saul boden; maar ook zij gingen profeteren.
21І сповіщено про се Саула, і послав других слуг, та бо й ті почали віщувати. І як послав утретє слуг, віщували вони так само.
22Daarom ging hij zelf naar Rama. Bij de grote put in Sekoe aangekomen, vroeg hij: Waar zijn Samuël en David? Men antwoordde hem: In het profetenhuis te Rama.
22І пійшов сам він у Раму, а дойшовши до колодязя великого, що в Сефі, питає: Де Самуїл і Давид? І відказали йому: В Наватї, в Рамі.
23Hij ging dus vandaar naar het profetenhuis te Rama. Maar toen kwam ook op hem de geest van God; al voortgaande profeteerde hij, totdat hij in het profetenhuis te Rama aankwam.
23І пійшов він туди в Нават, у Рамі, і се найшов і на його дух Божий, так що він, ідучи, все віщував, аж покіль прибув в Нават, у Рамі.
24Daar rukte hij zich de klederen van het lijf, profeteerde in het bijzijn van Samuël, en bleef heel die dag en nacht naakt liggen. Daarom zegt men: Behoort ook Saul bij de profeten?
24Тодї зняв і він із себе одїж, і так само віщував перед Самуїлом, і лежав неодїтий увесь той день і всю ніч. Тим і пійшла приповідка: Хиба й Саул у пророках?

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.