1 Samuel
Chapter 19
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Freedom Bible (フリー…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1Saul sprak er daarom met zijn zoon Jonatan en met al zijn dienaren over, dat hij David wilde doden. Maar Jonatan, de zoon van Saul, die David bijzonder genegen was,
1サウルは自分の息子ヨナタンと自分のすべての家来たちに、ダビデを殺すようにと語った。しかし、サウルの息子ヨナタンはダビデを深く愛していた。
2bracht het David over, en sprak: Saul, mijn vader, zoekt u te doden; neem u dus in acht! Ga morgenvroeg in een schuilplaats zitten, en houd u verborgen.
2ヨナタンはダビデに告げて言った。「わたしの父サウルがあなたを殺そうとしています。それゆえ今、どうか明日の朝には身を守り、ひそかな場所に留まり、身を隠してください。
3Ik zal naar buiten komen, en vlak naast mijn vader gaan staan op het terrein, waar gij zijt. Dan zal ik met mijn vader over u spreken, zien hoe het staat, en het u vertellen.
3わたしは出て行き、あなたがいる野で父のそばに立ち、あなたについて父と話し合います。そして何かが分かれば、あなたに教えましょう。」
4Jonatan pleitte dus voor David bij zijn vader Saul, en hij zeide tot hem: Laat de koning zich toch niet bezondigen aan zijn dienaar David! Want hij heeft niets tegen u misdaan, maar integendeel zich voor u zeer verdienstelijk gemaakt.
4ヨナタンは父サウルにダビデのために良いことを語り、彼に言った。「王がそのしもべダビデに対して罪を犯されませんように。彼はあなたに対して罪を犯しておらず、彼はあなたのために大きな働きをしたからです。
5Hij heeft zijn leven op het spel gezet en den Filistijn verslagen; en Jahweh heeft door hem voor heel Israël een grote zege bewerkt. Gij hebt het gezien, en hebt u erover verheugd. Waarom zoudt ge u dan bezondigen aan onschuldig bloed, door David zonder enige reden te doden?
5彼は命を懸けてあのペリシテ人を打ち倒し、主は全イスラエルのために大きな勝利をもたらされました。あなたはそれを見て喜ばれました。それなのに、なぜあなたは理由もなくダビデを殺し、罪のない血に対して罪を犯そうとされるのですか。」
6Saul luisterde naar de stem van Jonatan en hij zwoer: Zo waar Jahweh leeft, hij zal niet sterven.
6サウルはヨナタンの声に聞き入れた。そしてサウルは、「主は生きておられる。彼は死刑に処せられることはない」と誓った。
7Nu riep Jonatan David en deelde hem heel het onderhoud mee. En Jonatan bracht David bij Saul terug, en David diende hem, evenals vroeger.
7ヨナタンはダビデを呼び、ヨナタンはこれらのすべての事を彼に知らせた。ヨナタンはダビデをサウルのもとに連れて行き、彼は以前のように彼の前にいた。
8Maar toen de oorlog opnieuw was uitgebroken, en David er op uit was getrokken, om tegen de Filistijnen te strijden, bracht hij hun een gevoelige nederlaag toe, zodat ze de vlucht voor hem namen.
8再び戦いがあった。ダビデは出て行ってペリシテ人と戦い、彼らに大打撃を与えた。そして彼らは彼の前から逃げ去った。
9Daardoor kwam er weer een boze geest van Jahweh over Saul. Hij zat thuis met zijn lans in de hand; en terwijl David de citer bespeelde,
9サウルが手に槍を持って家の中で座っていた時、主からの悪霊が彼の上に臨んだ。ダビデは手で竪琴を弾いていた。
10trachtte hij David met zijn lans aan de wand te priemen. Maar deze week voor hem uit, zodat Saul de lans in de wand slingerde. Door de vlucht stelde David zich in veiligheid. Maar nog dezelfde nacht
10サウルは槍でダビデを壁に突き刺そうとしたが、彼はサウルの前から身をかわしたため、サウルは槍を壁に突き刺した。ダビデはその夜、逃げて難を逃れた。
11stuurde Saul boden naar het huis van David, om hem te bewaken en hem de volgende morgen te doden. Mikal, de vrouw van David, waarschuwde hem echter en zeide: Als ge vannacht uw leven niet in veiligheid brengt, zult ge morgen dood zijn.
11サウルはダビデの家に使者たちを遣わし、彼を見張らせ、朝には彼を殺そうとした。ダビデの妻ミカルは彼に告げて言った。「もしあなたが今夜自分の命を救わないなら、明日には殺されるでしょう。」
12Mikal liet David dus door het venster naar beneden; hij ging op de vlucht en stelde zich in veiligheid.
12そこでミカルは窓からダビデを降ろした。彼は行って逃げ、難を逃れた。
13Daarop nam Mikal den huisgod, legde dien op het bed, spreidde een net van geitenhaar over het hoofdeinde, en dekte hem met een mantel toe.
13ミカルはテラフィム を取り、それを寝台に横たえ、その頭のところにやぎの毛の枕を置き、それを衣服で覆った。
14En toen Saul boden zond om David gevangen te nemen, sprak zij: Hij is ziek!
14サウルがダビデを捕らえるために使者たちを遣わすと、彼女は「彼は病気です」と言った。
15Maar Saul stuurde de boden terug, om zich van Davids toestand op de hoogte te stellen, met het bevel: Brengt hem met bed en al bij me; hij moet dood!
15サウルはダビデを見るために使者たちを遣わして言った。「彼を寝台ごとわたしのところに運んで来い。わたしが彼を殺すためだ。」
16De boden gingen dus naar binnen, en daar lag zowaar de huisgod op het bed, met een net van geitenhaar over het hoofdeinde.
16使者たちが入って来ると、見よ、寝台にはテラフィムがあり、その頭のところにはやぎの毛の枕があった。
17Saul vroeg aan Mikal: Waarom hebt ge me aldus bedrogen, door mijn vijand te laten ontsnappen? Mikal gaf Saul ten antwoord: Hij heeft tegen mij gezegd: “Laat me gaan, of ik sla je dood!”
17サウルはミカルに言った。「なぜあなたはこのようにわたしをだまし、わたしの敵を去らせて逃がしたのか。」ミカルはサウルに答えた。「彼がわたしに『行かせてくれ。なぜわたしがあなたを殺さなければならないのか』と言ったのです。」
18Intussen was David gevlucht en had hij zich in veiligheid gesteld. Hij kwam bij Samuël in Rama, vertelde hem alles wat Saul hem had aangedaan en nam met Samuël zijn intrek in het profetenhuis te Rama.
18こうしてダビデは逃げて難を逃れ、ラマのサムエルのところに来て、サウルが自分にしたすべてのことを彼に告げた。彼とサムエルは行ってナヨテに住んだ。
19Doch men berichtte aan Saul, dat David in het profetenhuis te Rama vertoefde;
19人々はサウルに告げて、「見よ、ダビデはラマのナヨテにいます」と言った。
20daarom zond Saul boden, om David gevangen te nemen. Maar toen zij de groep profeten zagen profeteren met Samuël als leider aan het hoofd, kwam de geest van God over de boden van Saul, en begonnen ook zij te profeteren.
20サウルはダビデを捕らえるために使者たちを遣わした。彼らが預言する預言者たちの一団と、彼らの長として立っているサムエルを見た時、神の霊がサウルの使者たちの上に臨み、彼らもまた預言した。
21Toen dit aan Saul bekend werd, zond hij andere boden, die eveneens profeteerden. Voor de derde maal zond Saul boden; maar ook zij gingen profeteren.
21それがサウルに告げられると、彼は別の使者たちを遣わしたが、彼らもまた預言した。サウルは再び三度目の使者たちを遣わしたが、彼らもまた預言した。
22Daarom ging hij zelf naar Rama. Bij de grote put in Sekoe aangekomen, vroeg hij: Waar zijn Samuël en David? Men antwoordde hem: In het profetenhuis te Rama.
22そこで彼は自らもラマへ行き、セクの大きな井戸のところに来て尋ねて言った。「サムエルとダビデはどこにいるか。」一人の人が「見よ、ラマのナヨテにいます」と言った。
23Hij ging dus vandaar naar het profetenhuis te Rama. Maar toen kwam ook op hem de geest van God; al voortgaande profeteerde hij, totdat hij in het profetenhuis te Rama aankwam.
23彼はそこからラマのナヨテへ行った。すると神の霊が彼の上にも臨み、彼は進み行き、ラマのナヨテに着くまで預言した。
24Daar rukte hij zich de klederen van het lijf, profeteerde in het bijzijn van Samuël, en bleef heel die dag en nacht naakt liggen. Daarom zegt men: Behoort ook Saul bij de profeten?
24彼はまた自分の衣服を脱ぎ捨て、サムエルの前で彼もまた預言し、その日一日中、またその夜一晩中、裸で横たわった。それゆえ人々は、「サウルもまた預言者の一人なのか」と言った。

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.