1 Kronieken
Chapter 1
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Freedom Bible (フリー…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1Adam Set, Enos,
1アダム、セツ、エノス、
2Kaïnan, Malaleël, Járed,
2カイナン、マハラレル、ヤレド、
3Henok, Matoesala, Lámek,
3エノク、メトセラ、レメク、
4Noë. Sem, Cham en Jáfet.
4ノア、セム、ハム、ヤペテ。
5De zonen van Jáfet waren: Gómer, Magog, Madai, Jawan, Toebal, Mésjek en Tiras.
5ヤペテの子らは、ゴメル、マゴグ、マダイ、ヤワン、トバル、メシェク、ティラス。
6De zonen van Gómer: Asjkenaz, Rifat en Togarma.
6ゴメルの子らは、アシュケナズ、ディパテ、トガルマ。
7De zonen van Jawan: Elisja, Tarsjisj, de Kittiërs en de Dodanieten.
7ヤワンの子らは、エリシャ、タルシシュ、キティム、ロダニム。
8De zonen van Cham waren: Koesj, Egypte, Poet en Kanaän.
8ハムの子らは、クシュ、ミツライム、プテ、カナン。
9De zonen van Koesj waren: Seba, Chawila, Sabta, Rama en Sabteka. De zonen van Rama: Sjeba en Dedan.
9クシュの子らは、セバ、ハビラ、サブタ、ラアマ、サブテカ。ラアマの子らは、シェバとデダン。
10Koesj verwekte ook Nimrod. Deze begon machtig te worden op aarde.
10クシュはニムロドをもうけた。ニムロドは地上で勇士となり始めた。
11Egypte bracht de Loedieten voort, de Anamieten, de Lehabieten, de Naftoechieten,
11ミツライムは、ルディム、アナミム、レハビム、ナフトヒム、
12de Patroesieten en de Kasloechieten, waar de Filistijnen en de Kaftorieten uit voortgekomen zijn.
12パトルシム、カスルヒム(ペリシテ人はここから出た)、カフトリムの父となった。
13Kanaän verwekte Sidon, zijn eerstgeborene, en Chet;
13カナンは、その長子シドン、ヘテ、
14verder de Jeboesieten, Amorieten en de Girgasjieten,
14エブス人、アモリ人、ギルガシ人、
15de Chiwwieten, Arkieten en Sinieten,
15ヒビ人、アルキ人、シニ人、
16de Arwadieten, Semarieten en Chamatieten.
16アルワド人、ツェマリ人、ハマテ人の父となった。
17De zonen van Sem waren: Elam, Assjoer, Arpaksad, de Lydiërs, Aram, Oes, Choel, Géter en Mésjek.
17セムの子らは、エラム、アシュル、アルパクシャド、ルド、アラム、ウツ、フル、ゲテル、メシェク。
18Arpaksad verwekte Sála, en Sála weer Éber.
18アルパクシャドはシェラの父となり、シェラはエベルの父となった。
19Éber had twee zonen: de eerste heette Páleg, omdat in zijn tijd de wereld verdeeld werd; zijn broer heette Joktan.
19エベルには二人の息子が生まれた。一人の名はペレグであった。彼の時代に地が分けられたからである。その兄弟の名はヨクタンであった。
20Joktan verwekte Almodad en Sjélef, Chasarmáwet en Jérach,
20ヨクタンは、アルモダド、シェレフ、ハツァルマベテ、エラ、
21Hadoram, Oezal en Dikla,
21ハドラム、ウザル、ディクラ、
22Ebal, Abimaël, Sjeba,
22エバル、アビマエル、シェバ、
23Ofir, Chawila en Jobab: allen zonen van Joktan.
23オフィル、ハビラ、ヨバブの父となった。これらは皆ヨクタンの子らである。
24Sem, Arpaksad, Sála,
24セム、アルパクシャド、シェラ、
25Éber en Páleg; Ragaoe,
25エベル、ペレグ、レウ、
26Seroeg, Nachor, Tara
26セルグ、ナホル、テラ、
27en Abram; dat is dezelfde als Abraham.
27アブラム(別名アブラハム)。
28De zonen van Abraham waren Isaäk en Jisjmaël.
28アブラハムの子らは、イサクとイシュマエル。
29Hier volgt de lijst van hun afstammelingen. De eerstgeborene van Jisjmaël was Nebajot; verder Kedar, Adbeël en Mibsam,
29彼らの系図は次のとおりである。イシュマエルの長子ネバヨト、次にケダル、アドベエル、ミブサム、
30Misjma, Doema en Massa, Chadad, Tema,
30ミシュマ、ドゥマ、マサ、ハダド、テマ、
31Jetoer, Nafisj en Kédma. Dit zijn de zonen van Jisjmaël.
31エツル、ナフィシュ、ケデマ。以上がイシュマエルの子らである。
32Ketoera, de bijvrouw van Abraham, kreeg de volgende kinderen: Zimran, Joksjan, Medan, Midjan, Jisjbak en Sjóeach. Joksjan verwekte Sjeba en Dedan.
32アブラハムのそばめケトラの子ら。彼女はジムラン、ヨクシャン、メダン、ミディアン、イシュバク、シュアを産んだ。ヨクシャンの子らは、シェバとデダン。
33De zonen van Midjan waren: Efa, Éfer, Chanok, Abida en Eldaä. Dat waren allen nakomelingen van Ketoera.
33ミディアンの子らは、エパ、エフェル、エノク、アビダ、エルダア。これらは皆ケトラの子らである。
34Abraham was de vader van Isaäk. De zonen van Isaäk waren Esau en Israël.
34アブラハムはイサクをもうけた。イサクの子らは、エサウとイスラエル。
35De zonen van Esau waren: Elifáz, Reoeël, Jeoesj, Jalam en Kórach.
35エサウの子らは、エリファズ、レウエル、エウシュ、ヤラム、コラ。
36De zonen van Elifaz waren: Teman, Omar, Sefi, Gatam, Kenaz, Timna en Amalek.
36エリファズの子らは、テマン、オマル、ツェフィ、ガタム、ケナズ、ティムナ、アマレク。
37De zonen van Reoeël waren: Náchat en Zérach, Sjamma en Mizza.
37レウエルの子らは、ナハテ、ゼラ、シャマ、ミザ。
38De zonen van Seïr waren: Lotan. Sjobal, Sibon en Ana; verder Disjon, Éser en Disjan.
38セイルの子らは、ロタン、ショバル、ツィベオン、アナ、ディション、エツェル、ディシャン。
39De zonen van Lotan waren Chori en Homam; de zuster van Lotan was Timna.
39ロタンの子らは、ホリとホマム。ティムナはロタンの妹であった。
40De zonen van Sjobal waren: Aljan, Manáchat, Ebal, Sjefi en Onam. De zonen van Sibon waren Ajja en Ana.
40ショバルの子らは、アルヤン、マナハテ、エバル、シェフィ、オナム。ツィベオンの子らは、アヤとアナ。
41De zoon van Ana was Disjon. De zonen van Disjon waren: Chamran, Esjban, Jitran en Keran.
41アナの子はディション。ディションの子らは、ハムラン、エシュバン、イトラン、ケラン。
42De zonen van Éser waren: Bilhan, Zaäwan en Akan. De zonen van Disjan waren Oes en Aran.
42エツェルの子らは、ビルハン、ザアバン、ヤアカン。ディシャンの子らは、ウツとアラン。
43En dit zijn de koningen, die over het land Edom regeerden, eer er een koning heerste over de zonen Israëls. Béla, de zoon van Beor; zijn hofstad heette Dinhaba.
43イスラエルの子らを治める王がまだだれもいなかったころ、エドムの地で治めていた王たちは次のとおりである。ベオルの子ベラ、その町の名はディンハバであった。
44Na de dood van Béla regeerde Jobab, de zoon van Zérach uit Bosra in zijn plaats.
44ベラが死ぬと、ボツラのゼラの子ヨバブが代わって王となった。
45Na de dood van Jobab regeerde Choesjam uit het land der Temanieten in zijn plaats.
45ヨバブが死ぬと、テマン人の地のフシャムが代わって王となった。
46Na de dood van Choesjam regeerde Hadad, de zoon van Bedad, in zijn plaats. Hij was het, die Midjan in de vlakten van Moab versloeg; zijn stad heette Awit.
46フシャムが死ぬと、ベダドの子ハダドが代わって王となった。彼はモアブの野でミディアンを打ち破った。彼の町の名はアビテであった。
47Na de dood van Hadad regeerde Samla uit Masreka in zijn plaats.
47ハダドが死ぬと、マスレカのサムラが代わって王となった。
48Na de dood van Samla regeerde Sjaoel uit Rechobot aan de rivier in zijn plaats.
48サムラが死ぬと、川のほとりのレホボトのシャウルが代わって王となった。
49Na de dood van Sjaoel regeerde Báal-Chanan, de zoon van Akbor, in zijn plaats.
49シャウルが死ぬと、アクボルの子バアル・ハナンが代わって王となった。
50Na de dood van Báal-Chanan regeerde Hadad in zijn plaats; zijn hofstad heette Paï; zijn vrouw heette Mehetabel, en was de dochter van Matred en kleindochter van Me-Zahab.
50バアル・ハナンが死ぬと、ハダドが代わって王となった。彼の町の名はパイであった。彼の妻の名はメヘタベルといい、マトレドの娘であってメ・ザハブの孫娘であった。
51Na de dood van Hadad waren er de volgende stamhoofden in Edom: die van Timna, Alja en Jetet,
51その後、ハダドは死んだ。エドムの首長たちは次のとおりであった。首長ティムナ、首長アルヤ、首長エテテ、
52Oholibama, Ela en Pinon,
52首長オホリバマ、首長エラ、首長ピノン、
53Kenaz, Teman en Mibsar,
53首長ケナズ、首長テマン、首長ミブツァル、
54Magdiël en Iram. Dit waren dus de stamhoofden van Edom.
54首長マグディエル、首長イラム。以上がエドムの首長たちである。

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.